Eigenaardig esthetisch afval

Het Design museum in Gent toont een tentoonstelling over de plasticsoep in oceanen. Hoe je van schrijnende problemen kunst kunt maken.

NELL WESTERLAKEN

GENT - De oceaan heeft gesproken. Twee borders van kunststofafval begeleiden de bezoeker naar de expositie Out to Sea? The Plastic Garbage Project in het Belgische Gent. Wat er zoal ligt aan vloedlijnvuil: (delen van) kratten, banden, surfboards, flessen, drijvers, potten, emmers, piepschuim, klossen, zakken, kabels, potten, netten, speelgoed, doppen en boeien.

Het zeewater, het zand en het zonlicht hebben de rotzooi schoongeschuurd, gebleekt en ontdaan van vuil en stank. De rommel heeft in zijn pastelkleurige veelheid een eigenaardige esthetiek. Je laveert tussen twee indrukken, tussen afgrijzen en bewondering, zoals ook in de expositiezaal waar de corridor heen leidt.

Het Design museum in Gent maakte een tentoonstelling over de plasticsoep in de oceanen en wat met het afval kan worden gedaan door ontwerpers en kunstenaars. De expositie is niet ontdaan van zijn actuele lading: ook milieuaspecten komen aan de orde, zowel statistische als wetenschappelijke. Voor de tentoonstelling is onder anderen samenwerking gezocht met de Nederlandse student Boyan Slat, die een methode bedacht om 7 miljoen ton drijfplastic uit de oceanen te vissen.

Hoe je van schrijnende milieuproblemen kunst kunt maken of omgekeerd: hoe je als kunstenaar milieuproblemen aan de orde kunt stellen, laat de Amerikaanse kunstenaar Chris Jordan zien met zijn project Message from the Gyre. Hij verzamelde dode stormvogels op een eiland in de noordelijke Stille Oceaan en sneed ze open. Hun ingewanden bevatten grote hoeveelheden plastic die hij fotografeerde met de restanten van de dode vogels er liefdevol omheen gedrapeerd, als ware het een soort nestjes. Opnieuw: bewondering en afgrijzen, aangevuld met een vaag schuldbewustzijn als consument wanneer je een shampoofles van je eigen merk ziet liggen tussen de afvalhopen in het museum.

Maar de boodschap van de tentoonstelling is niet louter negatief en confronterend. In gerecyclede vorm blijkt al dat polypropyleen, polyvinylchloride (pvc), polyethyleentereftalaat (pet) en andere poly's uit de oceanen dankbaar materiaal in de handen van ontwerpers. De kunststof fruitschalen van de Belgische ontwerper Rudi Respeel zijn vrolijk en modern. De keten voor buitensportkleding Patagonia ontwikkelde fleece uit petflessen. Van het Stal-collectief, vier jonge ontwerpers uit Maaseik, is een reusachtige lampenkap van knalrood, viltachtig materiaal te zien die in de verste verte niet doet denken aan ecodesign-met-een-waarschuwing, en de stoel gevouwen uit stug grijs kunstvilt van ontwerpersduo Fox & Freeze doet het goed op designbeurzen.

Informatiepanelen en video's geven uitleg over wat plastic eigenlijk is en wat de mogelijkheden zijn. Nog aan boord van een het schip waarmee de rommel wordt opgevist, fabriceert het Deense duo Studio Swine de prijswinnende Sea Chairs, krukjes die op zijn minst interessant te noemen zijn. Speciaal voor Out to Sea? maakte 'plas ticien' Gino Rizzi organisch ogende objecten, zoals een transparant, zacht gekleurd 'koraalrif', Seaplex, van petflessen. Het is ware romantiek geboren uit onverschillig consumentisme.

In Gent wordt geen recycling getoond, maar upcycling: recycling met toegevoegde artistieke waarde. Nieuw is die ontwikkeling niet. De kleurige stoelen van het Duitse duo Bär + Knell dateren uit de jaren negentig en worden gerekend tot de designklassiekers. Wel actueel is de conclusie die is te trekken uit de breed opgezette expositie: het gigantische afvalprobleem is niet langer het exclusieve en beperkte domein is van milieuactivisten dan wel geëngageerde kunstenaars.

Credit: Designmuseum Gent. Out to Sea? The Plastic Garbage Project. T/m 12/10. designmuseumgent.be

undefined

Meer over