Egyptische kopten opgejaagd in Delga

Terwijl de rust in de hoofdstad Caïro grotendeels is teruggekeerd, zijn er elders in Egypte nog af en toe confrontaties tussen leger en politie enerzijds en aanhangers van de afgezette president Mohammed Morsi anderzijds.

VAN ONZE BUITENLANDREDACTIE

AMSTERDAM - De stad Delga, 300 kilometer ten zuiden van Caïro, werd maandag ingenomen door een grote troepenmacht, die een einde moest maken aan de heerschappij over de stad van islamisten.

Alle 32 toegangen van de stad van 120 duizend inwoners werden 's morgens vroeg afgesloten. Gedurende tien minuten klonk geweervuur. Vervolgens trokken militairen en politieagenten, ondersteund door helikopters en pantserwagens, van deur tot deur, op zoek naar militanten.

Volgens legerwoordvoerders was er een lijst namen van 312 verdachten, van wie er 88 werden aangehouden. Veel leidende islamisten leken de stad echter tijdig te hebben verlaten. Elf mensen zouden maandag gewond zijn geraakt door traangas of schoten hagel. De website van de politieke partij van de Moslimbroederschap sprak van 200 arrestanten en 125 gewonden.

'De bewoners hebben enig verzet gepleegd tijdens de huiszoekingen', zei Yehya Shaker van de Moslimbroederschap telefonisch tegen persbureau Reuters. Volgens hem werd er met stenen gegooid en werden autobanden in brand gestoken.

Het gouvernement Minya, waarin Delga ligt, was na de militaire coup een van de centra van verzet van de Morsi-aanhang. In het bijzonder de christelijke minderheid was hiervan het slachtoffer. In Delga werden twee van de vijf koptische kerken en een 1.650 jaar oud klooster in brand gestoken. Ook tientallen huizen van kopten gingen in vlammen op.

Een woedende meute, zwaaiend met messen en vuurwapens, trok begin juli door de christelijke wijken. Van de circa 20 duizend christenen in de stad hebben enkele honderden hun toevlucht elders gezocht.

Volgens woordvoerders van de islamisten hebben zij juist geprobeerd de kerken te beschermen, en maakte 'geteisem' van de vreedzame protesten gebruik om koptische inwoners aan te vallen en te beroven.

Het Britse dagblad The Guardian echter citeert een imam in Minya, die in juli had gezegd dat de val van Morsi 'slecht zal uitpakken' voor de kerk in het zuiden van Egypte. Na de militaire machtsovername verscheen generaal Abdul Fatah al-Sisi op televisie, omringd door onder anderen de patriarch van de koptische kerk.

De politie was de afgelopen 31 dagen grotendeels uit Delga verjaagd door de islamisten. Egyptische media hadden de legerleiding wekenlang opgeroepen de 'terroristen' uit de stad te verjagen.

In het nabijgelegen Minya, hoofdstad van het gelijknamige gouvernement, leeft het verzet tegen het militaire regime nog volop. Een bezoeker van de stad kan licht de indruk krijgen dat Mohammed Morsi nog altijd president van Egypte is, zo constateerde een verslaggever van The New York Times vorige week. Leger en politie hebben zich teruggetrokken achter rollen prikkeldraad rond enkele belangrijke gebouwen.

Bijna elke avond trekken aanhangers van Morsi door de straten van Minya, leuzen roepend. Hele families doen mee, mannen en vrouwen, kinderen op de schouders. Omwonenden kijken toe vanuit hun ramen, zwaaiend en lachend. Mensen die het er niet mee eens zijn, houden zich kennelijk gedeisd.

Sinds de massale arrestaties van leiders van de Moslimbroederschap is de islamistische oppositie in het zuiden van Egypte vooral het werk van de Gamaa al-Islamiya. Deze nog conservatievere groepering voerde in de jaren negentig een campagne van gewapend verzet, maar zij heeft het geweld sindsdien opgegeven.

undefined

Meer over