Egels zijn voor vrije mensen

Geen enkele staat kan zijn regelgeving aanpassen aan iedere individuele situatie. Wie niet helemaal in het systeem valt, kan de behoefte krijgen met de zigeuners mee te trekken, de vrije natuur in....

'Die vrijheid is een illusie', zegt Lalla Weiss, die eind vorig jaar een prijs van de Marga Klompé Stichting kreeg voor emancipatie van achtergestelde groepen. Sindsdien wordt haar met knoflook behangen woonwagen bij Best platgelopen door verslaggevers. In haar omgeving is wel kritiek dat zij te veel met 'gaje' (niet-zigeuners) optrekt, maar door naar buiten te treden, weet zij erkenning te krijgen voor het bestaan van haar volk.

Lalla maakt bezwaar tegen het woord zigeuners. Het komt uit het Duits en heeft een onaangename klank. Meer dan een half miljoen mensen zijn onder die aanduiding vermoord in concentratiekampen. Zelf noemen zij zich Sinti en Roma, naar de volkeren waartoe ze behoren. Ze zijn onderverdeeld in zo'n zeventien stammen.

Sinti en Roma spreken verschillende dialecten van dezelfde taal, het Romani. In 1780 hebben Duitse filologen (H. Moritz & J.C.C. Rüdiger) de verwantschap aangetoond tussen zigeunertalen en het Sanskriet. Ze bleken aan de basis te liggen van de Indo-Europese talen. Romani is dus een puur arische taal. Maar dat weerhield de nazi's er niet van de zigeneurs massaal naar hun gaskamers te voeren. De Sinti en de Roma zijn donker. Je kunt zien dat ze uit India komen, wat dan ook algemeen wordt aangenomen. 'Hoe donkerder de bes, hoe zoeter hij is', luidt een Romani-spreekwoord.

Na de oorlog riepen de Duitsers plotseling wel weer dat zigeuners ariërs zijn. Tot in de jaren zeventig werden Sinti en Roma niet als slachtoffers erkend, omdat ze niet zouden zijn uitgemoord vanwege hun ras, maar vanwege criminele, of staatsonvriendelijke praktijken.

De eerste meldingen van rondtrekkende 'heidens', of 'Egyptenaren' (vandaar 'gypsies') in Europa stammen uit de veertiende eeuw en nemen daarna in aantal toe. Er bestaan vele versies over waar ze voordien woonden. Veel Sinti en Roma vinden afstamming niet zo belangrijk. Zij bekijken alles vanuit het nu. Vraag naar het verleden of de toekomst en de fantasie wordt geprikkeld.

Ze hebben een eigen rechtssysteem, de 'kris', met een raad, die bestaat uit vertegenwoordigers van de stam. Deelname is afhankelijk van aanwezigheid. Doodstraffen worden niet (meer) uitgesproken. De ergste straf is verbanning uit de gemeenschap. De kris kan ook vervloekingen uitspreken, die door psychologische druk de waarheid soms aan het licht brengen. 'Ons recht is heel menselijk, zegt Lalla:' Wij stemmen de regels af op de mens, het individu. Niet andersom.'

Sinti en Roma nemen de religie aan van het land waar zij verkeren. Als ware polytheïsten aanbidden zij overal de plaatselijke goden. In Nederland zijn ze vooral katholiek of lid van de Pinkstergemeente.

Daarnaast wordt hun leven gedicteerd door een aantal regels en taboes die alleen zigeuners eigen zijn. Ze mogen bijvoorbeeld niet zeggen dat ze naar de wc gaan, dat is heel erg taboe. Toen Sinti en Roma nog mochten rondtrekken, choqueerden de burgers hen als ze naareen wc gingen. Iedereen zag zo toch waar ze naartoe gingen?

Rituele reinheid is van groot belang. Als een vrouw over voedsel stapt, wordt dat onrein en moet het met vaatwerk en al worden vernietigd. De vloeren van de woonwagens en betegelde straten en terrassen gelden nog altijd als onrein. Voedsel mag er niet mee in aanraking komen. Open grond en begroeide aarde zijn echter rein.

Stilstaand water is onrein, marhime. Het mag niet voor de afwas gebruikt worden en vis eten dat uit zulk water komt, is ook verboden. Put- of tonwater mag wel worden gedronken. Een riviertje wordt verdeeld in vijf stukken. Het water bovenaan de stroom dient om te drinken en in te koken. Het stuk daaronder levert badwater en afwaswater. Daaronder stroomt het drinkwater van de paarden. Nog lager kan men de kleding wassen. Onder aan de stroom wassen zich 'onreine' mannen en vrouwen.

Tijdens de rouw verandert het eetgedrag. Koffie wordt meestal zoet gedronken, maar bij begrafenissen zwart en bitter. Het lievelingsgerecht van de overledene wordt door de naasten nooit meer gegeten. Lalla's moeder hield van 'soemely schag': gebakken vlees en uien, waaraan water, zout, peper en spinazie is toegevoegd. Zodra het vlees gaar is, gaan er verse snippers van verse pasta bij. Lalla kan het gerecht niet helemaal ontberen, maar iedere keer dat ze het eet, denkt ze bij de eerste hapjes aan haar moeder.

Over het allergrootste taboe wil Lalla niet eens spreken. 'Wij mogen een bepaald soort vlees niet', zegt ze. Dat is paardenvlees; het is heel streng verboden. Sinti mogen niet bij bedrijven werken waar paardenvlees aanwezig is. Bij de slagers die het verkopen, gaan zij niet binnen.

Verder eten ze van alles. Vooral egel is een typische lekkernij van Sinti en Roma. Het egelspoor wordt gevolgd, desnoods met behulp van honden. Aan het spoor kan men zien of de egel een mannetje is, een drachtig vrouwtje, of een moeder met kroost. Kleine egeltjes worden op alle manieren gespaard.

Zigeuners zijn heel voorzichtig met de natuur. Ze wroeten niet in de aarde, ze plukken slechts het overschot. Lalla zegt: 'Als wij bosbessen vinden, of kastanjes, of een andere rijke oogst aan wilde vruchten, dan geven we de natuur iets terug. We begraven brood, of wat vlees. Sommigen stoppen zelfs sieraden in de grond.

Het lekkerst zijn egels in het najaar, als zij zich vet gevreten hebben voor de winterslaap. Het slachten is uitsluitend mannenwerk. Men moet een lange stok over de nek van het beest rollen, tot het zich uitstrekt. Aan een opgerolde egel heb je niets. Dan volgt een gerichte tik op zijn hoofd.

De stekels worden verwijderd met een ouderwets scheermes. Vervolgens worden de stoppels weggeschroeid. Lalla wijst erop dat de huid goed moet worden schoongemaakt. Als de ingewanden zijn verwijderd en de egel schoon is, wordt hij 45 minuten gekookt in zout water. Het vet dat bovendrijft, wordt bewaard. De egel vervolgens bakken met knoflook en veel zwarte peper. Het dier mag afkoelen op een glazen of een houten schaal. Het kookvet wordt vermengd met vers uitgeknepen knoflook en over de egel gegoten. De volgende dag koud opdienen met verse bieslook en roggebrood.

'De pootjes zijn het lekkerst, al zit er maar weinig vlees aan', zegt Lalla. Haar vader verkiest het kopje, vooral de neus. Hij is een bijzondere lekkerbek. Zijn lievelingsgerecht bestaat uit de tongetjes van kanaries. 'Je betaalt je scheel als je ze wilt hebben.'

Tegenwoordig eet Lalla geen egels meer, zegt ze, want de egel is een beschermde diersoort. Egels zijn helemaal niet zeldzaam. Levende egels zien we zelden, omdat het nachtdieren zijn, maar aan de dode egels langs de snelweg is onmiddellijk te zien hoe talrijk ze zijn. Ze zijn slechts beschermd om te voorkomen dat kinderen ze gaan houden als troeteldieren.

Op tafel bij Lalla staat een houten dienschaal, uitgesneden in de vorm van een egel. De maten zijn geschikt om het traditionele gerecht te serveren. Lalla legt er snel brood in. Er wordt gelachen in Lalla's woonwagen om de burgerman die op vaste tijden eet. Wij kijken niet op ons horloge om te weten of we honger hebben, zegt Lalla, terwijl ze om vier uur 's middags een maaltijd van aardappels, brood en gesmoorde blokjes kip opdient. Er komen voortdurend mensen binnen die wat meeëten. Sommige kinderen vragen alleen wat water of een snoepje. Lalla voorziet hen, met de woorden: 'Kinderen die vragen, worden niet vergeten.'

Kip is controversieel. Dat Sinti en Roma, naast egels, de konijnen uit een knollenland haalden, vonden boeren nooit bezwaarlijk. Dat men soms wel eens een knolletje of een kooltje meenam, werd nauwelijks gemerkt. Het spreekwoordelijk geworden 'vinden van een verdwaalde kip' is echter zeer omstreden.

Wina Born is niet alleen culinair specialiste, maar ook zigeunerkenner. Tijdens haar vele reizen, waarover ze schrijft in haar onlangs voltooide memoires, zocht zij altijd de zigeunerkampen op, verleid door de zwoele zigeunermuziek. Ook zij beweert openlijk dat zigeuners kippendieven zijn, want ze zegt: 'Ach wat geeft dat nou, zo'n kippetje'.

Haar boek Volk zonder grenzen uit 1964 is een lange lofzang op het zigeunerleven. Zij verzet zich tegen de restricties die Sinti en Roma worden opgelegd, en tegen de gedwongen vaste vestiging. Toch moet Lalla Weiss niets van Wina Born hebben. 'Dat mens is een staatsgevaar', roept Lalla zonder blikken of blozen: 'Zij beweert dat wij stelen, maar wij gaan ook met de tijd mee. Wij leven nu in 1998. Stelen is niet meer nodig. Wij kunnen kip kopen. Kippen vind je niet. Stelen is stelen en vinden is vinden.' Konijnen daarentegen hoeft men niet te kopen. Egels zijn zelfs niet te koop. Egels zijn voor vrije mensen.

Meer over