Efemeer, verlegen én grof effectbejag

Als we het effect van lamplicht op een kristallen voorwerp prijzen, wat prijzen we dan werkelijk? De lamp die het licht verspreidt?...

Lucette ter Borg

Veel kunst van tegenwoordig gaat over effecten. Zo ook de kunst op twee solo-tentoonstellingen in Limburg. Joëlle Tuerlinckx (1958) en Christine Clinckx (1969) zijn beiden vrouw, ze zijn Belgisch en exposeren op dit moment in twee musea, op een steenworp afstand van elkaar. Maar daarmee zijn de overeenkomsten tussen de kunstenaars genoemd. Want waar Tuerlinckx de vogelveer hanteert, bij wijze van spreken, hanteert Clinckx de moker.

De ruimtevullende installaties die Tuerlinckx in het Bonnefantenmuseum in Maastricht heeft gebouwd, bestaan uit efemeer en subtiel materiaal. Toch zijn de effecten die van haar installaties uitgaan fysiek: ze bezorgen je een onmiddelijke sensatie. Christine Clinckx' multimedia-installaties daarentegen gillen, sissen en zuchten om aandacht. Hun effecten zijn gericht op ons gehoor, onze tastzin en ons visueel vermogen - onontkoombaar. Clinckx biedt de kijker een begrip uit de vermaaksindustrie: 'een totaalervaring'.

In Het Domein in Sittard is de toegang tot de tentoonstelling HE(LL)AVEN van Clinckx verstopt in een stapel matrassen. Wie zich tussen die stapel doorwringt hoort gehijg en gezucht uit de diepte opstijgen: een 'bedriegertje'. Clinckx heeft er nog één in petto: een wc-deur die eruitziet als 'echt', maar aan de muur van het museum is vastgeklonken. Leg je oor te luisteren aan die deur, en je hoort gestommel, gebonk, deuren slaan, een langgerekt 'tsssss. . .'

Ondertussen klinkt op de achtergrond de 'ruis' van video-installaties verderop in Het Domein. Een schreeuwend zingende Clinckx, die zichzelf schrijlings zittend op een raket heeft gemonteerd en zo door de straten van Brugge scheert. Een plafond-projectie vol orgastisch smakkende tongen (Inferno), een vloek van een wie weet wel belaagde vrouw in een donkere steeg: 'Fuck!!!'

De organisatie van Het Domein vergelijkt Clinckx graag met Pipilotti Rist, de Zwitserse multimedia-kunstenaar die met hallucinerende video-installaties massa's in de ban houdt. Maar die vergelijking lijkt meer een verkapte poging om Clinckx' werk gewicht te geven en liefhebbers van Rist tot een tocht naar Sittard te verleiden, dan dat ze iets met de kwaliteit van Clinckx' installaties van doen heeft.

Clinckx' werk is qua thematiek niet oninteressant. Het gaat haar om onderdrukte vrouwelijkheid, om de verbeelding van geweld, agressie en seksualiteit, alles wat in ons onderbewuste aan het borrelen is.

Maar de manieren waarop de jonge Belgische die thema's verbeeldt, zijn zo clichématig (gehijg in een matras) en van-dik-hout-zaagt-men-planken (een gillende seksbom op een echte bom), dat het omgekeerde gebeurt van wat de kunstenaar met al haar effecten beoogt: de kijker raakt verveeld. Terug naar het atelier dus, voor meer spitsvondigheid en subtiliteit, en voor meer verdieping in de vraag wat dat nu eigenlijk is: een effect.

Van een heel ander kaliber is het 'wandelparcours' dat Joëlle Tuerlinckx door alle bovenste zalen van de linkervleugel van het Bonnefantenmuseum heeft uitgelegd. Voor Tuerlinckx geldt het tegenovergestelde van wat voor Clinckx opgaat. Waar Clinckx zich in de overtreffende trap uit, volgt Tuerlinckx bescheiden, verlegen haast, het spoor terug naar de soberheid. In dat opzicht is ze meer verwant aan de Minimal Art uit de jaren zeventig dan aan hippe 'ervaringskunstenaars' van nu.

In die soberheid schuilt tegelijkertijd het gevaar: aan Tuerlinckx' werk loop je makkelijk voorbij. Het materiaal dat de kunstenaar hanteert - propjes en stroken papier bijvoorbeeld - mag dan voor haarzelf beladen zijn met symboliek, voor een buitenstaander is die symboliek niet altijd even makkelijk verstaanbaar.

Dat blijkt vooral in de eerste zaal die Tuerlinckx in het Bonnefanten heeft ingericht, de 'Salle des passages'.

Op stroken papier en multiplex zijn de stoffige voetstappen te zien die zijn achtergelaten door de kunstenaar of een argeloze passant. Op monitors aan het plafond zijn mensen aan het balanceren op een streep. Een intrigerend of esthetisch fraai beeld levert deze verzameling niet op. Wel een vingerwijzing, maar die begrijp je pas als je de rest van het parcours hebt doorkruisd.

Let op je voetstap, let op de afstand die je aflegt en het effect daarvan op je omgeving, let op je eigen rol die Tuerlinckx de kijker geeft in het proces van kunst-maken. Tuerlinckx beplakte zeven zalen met gekleurd papier - roze, geel, oranje, groen, zwart - en projecteerde daar video-fragmenten op. Bij iedere zaal die je als bezoeker betreedt, verandert er iets aan de ruimte en aan de kunst die erin te zien is. Dat komt door een ingenieus computerprogramma dat de lamellen op het dak van het museum doet sluiten en weer langzaam doet openen.

Meer of minder licht zorgt voor andere sensaties. Zie hoe fraai je eigen benen verglijden over een videoprojectie die zelf eveneens verglijdt van haarscherp naar onscherp en weer terug. Meer of minder licht zorgt ervoor dat de ruimte, met alles en iedereen daarin, letterlijk wordt 'opgelicht' door kleur. Donkergroen wordt hallucinerend groen, oranje wordt bijna roze, en de bezoeker zelf verandert in een kameleon.

Tuerlinckx slaagt erin met minimale middelen een maximaal effect te bewerkstelligen. Ze zet ons aan het denken over de vraag waar toch de kracht zit van dat effect: in het licht, in de materie of in onszelf.

Meer over