Eeuwig zonde

Syrische vrijheidsstrijders verdedigden een kruisvaarderskasteel met hun leven. Elders werd wel erfgoed verwoest door de bevende aarde of door mensenhand, zoals in Timboektoe en Bangladesh.

DOOR WIETEKE VAN ZEIL

De middelste van de drie 'Einde-der-Tijden'-poorten was altijd dicht. De linker en de rechter gaven wel toegang tot het moskeecomplex. Maar die middelste; dat wist iedereen sinds de 15de eeuw. Die bleef dicht, tot die ene dag. De dag dat het einde van de wereld is aangebroken.

Afgelopen maart ontstond in Noord-Mali een bestuurlijke chaos na een coup door Toearegrebellen en leden van de salafistische groep Ansar Dine. De stad Timboektoe werd bezet. Op 29 juni verklaarde Unesco de tombes van soefigeleerden en -heiligen in de 'stad van de 333 heiligen' tot bedreigd werelderfgoed.

Het bleek een 'hitlist' voor de bezetters: op zondag 1 juli vernietigden leden van Ansar voor het oog van camera's twee tombes bij de Djingareyber moskee en drie mausolea bij de Sidi Yahya Moskee in Timboektoe. En, bij die moskee, de 'Einde-der-Tijden'-poorten.

'Het zijn maar stenen.' Dat zei mollah Mohammed Omar in maart 2001 over de vernietiging van de gigantische Bamiyan Boeddhabeelden in Afghanistan. Maar voor iedereen die het opblazen van de beelden destijds kon volgen, was duidelijk: hier wordt een overtuiging de nek omgedraaid. Een daad gepleegd tegen de vrijheid zelf.

Wanneer krijgt een gebouw een ziel? Een beeld adem? Een boek een stem?

Nu de laatste dag van 2012 is aangebroken, worden de lijstjes afgerond. Met de aanslagen, aardbevingen, bombardementen, overstromingen. De grote gebeurtenissen van 2012. Het nieuws dat er (soms) voor zorgde dat we meteen de beelden erbij zochten. Dat sommigen van ons familie en vrienden ter plaatse deed bellen om te kijken of ze nog licht hadden, of een huis. Of ze er nog waren. De mensen die omkwamen, wordt nogmaals eer betoond.

In het nieuws is de eerste aandacht voor de menselijke slachtoffers. Wie zijn er omgekomen en hoeveel? Hoeveel vrouwen, hoeveel kinderen? De mensen gaan in de berichtgeving doorgaans voor en zo hoort het. Mensen moeten niet concurreren met gebouwen, stenen en beelden.

Toch gebeurde het; toen de heilige soefigraven in Libië bedreigd werden in augustus - en dat worden ze nog steeds -, zei de Libische minister Abdel A'al tegen een journalist: 'Ik kan geen mensen doden om een graf. Als alle heiligdommen in Libië worden verwoest en daarmee vermijden we de dood van één persoon, dan is dat de prijs die we willen betalen.'

Het is glad ijs, waarmee de minister zich op de gevaarlijke kant van de 'concurrentiediscussie' waagde. Is een beeld een mens waard?

De mens maakt kunst om zijn bestaan te ontstijgen. Altaren om iets te eren dat groter is dan hijzelf. Om de dood te lijf te gaan. In augustus 1566 wierpen zes soldaten zich zes etmalen lang op om een 15de-eeuws altaar bij de Sint Jankathedraal in Den Bosch te beschermen tegen de Beeldenstorm. Een deel van het altaar bleef daardoor bewaard. Op YouTube staat een filmpje - wees gewaarschuwd, schokkende beelden - van persbureau AFP, gepost op 4 juli dit jaar, waarin het 12de-eeuwse kruisvaarderskasteel Crac des Chevaliers in Oost-Syrië wordt verdedigd door buurtgenoten. De meesten redden het niet. Een man genaamd Khodr vertelt waarom ze het verdedigen: 'We hebben niet veel wapens, maar we moeten het verdedigen. Dit is ons erfgoed.' Bij één minuut twintig hakt de verwarring erin, als een jong kind met een gigantisch wapen breekt bij het zien van zijn gedode medestrijder. Wie mag waarvoor strijden en waarom?

Menselijk lijden versus beeldenstorm. Het is een debat over onvergelijkbare eenheden en dus zinloos: beide ontwaardigen mensen. Het verlies van beide verdient rouw.

Dit jaar vonden er verschillende beeldenstormen plaats. In Syrië, waar sterke aanwijzingen zijn dat erfgoedplaatsen als Aleppo, Apamea en Palmyra bewust tot doelwit zijn gemaakt (nog gaande), Timboektoe (nog gaande), in Libië (nog gaande), in Bangladesh en Birma, buurlanden waar respectievelijk de islamitische meerderheid het boeddhistisch erfgoed verwoestte en de boeddhistische meerderheid het islamitisch erfgoed.

In Bangladesh en Timboektoe gingen manuscripten verloren die nog maar nét binnen de interesse van hedendaagse wetenschappers waren gekomen, sommige waren niet eens ontcijferd. Duizenden manuscripten, vijfhonderd tot duizend jaar oud. Zoals de bibliotheek van Alexandrië ging kennis voor altijd verloren: geschriften over boeddhisme en islamitische wetenschap; wiskunde, sterrenkunde, filosofie en religie.

Maar ook zonder beeldenstorm is er erfgoed afgestaan aan de eeuwigheid; bij de aardbevingen in China en Italië, overstromingen in de Cariben, New York en de Filipijnen.

Daarom hier, op enige afstand van het nieuws, een terugblik op een aantal van de dingen die we verloren in 2012. Dingen die van steen waren of marmer, palmblad of hout, metaal of papyrus. Het materiële dat vaak onschatbare immateriële waarde had. En dat had moeten worden behouden, voor nieuwe generaties. De plaatsen waar mensen samenkwamen om hun bestaan en verbondenheid te vieren, om leven en dood te ijken met ceremonie of ritueel. Plaatsen waaromheen soms hele gemeenschappen of stammen hun identiteit hebben konden opbouwen, eeuwenlang. Een geheugen dat we zijn kwijtgeraakt. En één Jezus die van gedaante veranderde.

Bronnen: nieuwsmedia, Unesco, YouTube en Deborah Stolk van het Prins Claus Fonds

Cultural Emergency Response programma.

Aleppo, Syrië

De stad van vele culturen

De Grote of Umayyad Moskee en soek zijn zwaar beschadigd en in brand gestoken bij gevechten op 12 en 13 oktober.

De Grote Moskee in Aleppo heeft veel gezien. Toen hij gebouwd werd, in de 8ste eeuw, was Aleppo al een oude stad van vele beschavingen; het is bijbelse grond. Gesitueerd in een vruchtbaar gebied tussen de Eufraat en de Middellandse Zee, is Aleppo altijd een doorgangsplaats geweest. Volgens de overlevering kwam Mozes erlangs, en liet hij zijn kudde grazen op de berg waar nu de citadel is. 'Stad der wonderen', dichtte de Andalusische poëet Ibn Jubayr in de 12de eeuw. 'Hij blijft, maar zijn koningen gaan; ze verdwijnen, maar zijn vernietiging is nog niet bevolen.'

Aan dat laatste kan sinds dit jaar worden getwijfeld. Op 12 en 13 oktober vonden er zware gevechten plaats in de Umayyad Moskee tussen rebellen en aanhangers van het Syrische regime; van het rijk gedecoreerde interieur - een integratie van Byzantijnse en islamitische elementen, grotendeels uit de 14de en 15de eeuw - is een zwart geblakerde chaos over. In de aangelegen soek zijn tientallen huizen en winkels vernield. Het kenmerkende vierkante binnenplein van de moskee, met zwarte en witte tegels, is zwaar beschadigd. De minaret, bestaande uit zes verdiepingen met inscripties in klassieke versieringen, staat nog.

Italië, Emilia-Romagna

Negen dagen beven.

In zeker tien plaatsen stortten kathedralen, torens van kastelen, klokkentorens en kapellen in bij de aardbevingen tussen 20 en 29 mei. In de dorpen rond het epicentrum bleef geen kerk onbeschadigd. Van de parochiekerk in San Felice Sul Panaro bleef niets over, evenals van de kathedraal van Mirandola.

De Italiaanse aardbevingen van mei scheerden langs het epicentrum van de Westerse kunstgeschiedenis. Had het middelpunt een paar honderd kilometer naar het zuiden gelegen, bij Toscane, dan was de bakermat van de Renaissance misschien ter aarde gestort. Want in Italië is weinig bestand tegen aardbevingen, en eeuwenoud erfgoed al helemaal niet. Maar noem het geen geluk bij een ongeluk: voor Italianen is elk plein in elk dorp een verlengde van de bewoners zelf. Identiteit is er verbonden met kerken en kastelen. Dat krijg je als je bij het wasophangen uitzicht hebt op het middeleeuwse Castello op de berg, of de toren van de Duomo. Vrijwel elke Italiaan kent in grote lijnen de geschiedenis van het erfgoed in zijn woonplaats. Daar hoef je niet chic of geleerd voor te zijn.

Tot het beschadigde en deels verloren erfgoed in Noord-Italië behoren onder meer het grote Castello Estense (van de beroemde mecenasfamilie D'Este uit de Renaissance), waarvan twee torens instortten; het Castello delle Rocche in Finale Emilia; en het klooster San Benedetto in Polirone, bij Mantua, dat grotendeels teruggaat tot de 11de eeuw, maar waarvan delen werden werd herbouwd op het oude grondplan door Rafaëls leerling Giulio Romano in 1540. Hij ontwierp de kathedraal bij het complex in de maniëristische stijl van de late Renaissance. Paolo Veronese maakte drie altaarstukken voor het klooster, die er al lang niet meer hangen (een, De consecratie van St. Nicolaas, hangt in de National Gallery in Londen). Hoe het met de andere fresco's en schilderijen staat, is niet precies bekend. Wel dat er 'zware schade' is.

Timboektoe, Mali

De ontheiliging van de 'stad van 333 heiligen'

Op zondag 1 juli werden in Timboektoe de drie mausolea van Sidi Mahmoud, Sidi Moctar and Alpha Moya vernietigd. Ook de zogenoemde 'Einde-der-Tijden'-poorten van de Sidi Yahya Moskee uit 1440 werden verwoest. Bij de Djingareyber Moskee werden twee heilige tombes verwoest. Op zondag 23 december werden nog eens vier tombes vernietigd. Middeleeuwse islamitische manuscripten met mystieke en wetenschappelijke teksten zijn ernstig in gevaar.

De hoogtijdagen van islamitische wetenschap waren van de 7de tot de 16de eeuw - de tijd dat de islamieten wat betreft wiskundige en astronomische kennis het stokje van de Grieken overnamen. Timboektoe had haar eigen Gouden Eeuw van handel, voorspoed, religie en wetenschap: de 15de eeuw. De moskee-complexen zijn middelpunten voor samenkomst, studie en devotie, waarbij de graftombes van overleden voorgangers een ereplaats innemen. Pas sinds enkele jaren worden manuscripten uit die tijd serieus bestudeerd - in Zuid-Afrika wordt daar nu op universiteiten aan gewerkt. Maar voor Timboektoe is het misschien te laat. Op 29 juni zette Unesco de 'Stad van de 333 heiligen' op de lijst van bedreigd erfgoed. Een verklaring van waarde waaruit helaas ook de tegenpartij zijn conclusies trok. Op zondag 1 juli verwoestten militanten van de salafistische groep Ansar Dine tombes van soefiwetenschappers en -heiligen bij twee moskeeën en de heilige poorten, gemaakt van donkerrood hout met metalen Toearegdecoraties. De deuren droegen de naam 'Einde-der-Tijden'-poorten; de middelste poort mocht pas worden geopend als het einde van de wereld was aangebroken. Vele onbestudeerde wetenschappelijke en religieuze manuscripten liggen vrijwel onbeschermd in deze chaotische regio, waar op dit moment vrijwel geen journalist naartoe durft.

Ramu, Bangladesh

Boeddhistische beeldenstorm

Lal ching Tempel ('Red temple') en Sima Bihar Tempel zijn twee van de tien tempels die werden vernietigd op 29 en 30 september in Ramu, Ukhia, Patya en Teknaf, samen met zestig boeddhistische huizen, 800 Boeddhabeelden (gemaakt 600-1100 n.Chr.) en circa tweeduizend manuscripten van duizend jaar oud.

Voor de boeddhistische monnik is een boeddhabeeld geen object van devotie. Boeddhisme is geen devotiegeloof. Als de monnik het beeld benadert, er een kaars voor brandt of er kleine dingen ter offer legt, is dat om respect te tonen en de levenswandel van bescheidenheid en appreciatie te praktiseren. In Bangladesh leven zo'n 600 duizend boeddhisten, nog niet 1 procent van de bevolking. Maar de traditie gaat terug tot, volgens sommigen, Boeddha zelf, die rond de 6de eeuw voor Christus leefde. Uit de bloeitijd van het boeddhisme in Bangladesh, van 500 tot 1100, stammen de meeste beelden en geschriften. De beelden zijn gemaakt van kostbaar hout, manuscripten zijn op palmblad geschreven, deels in een onbekende taal die pas onlangs door experts werd onderzocht. Het merendeel bestaat niet meer sinds het weekeinde van 29 en 30 september, waarmee eeuwenoude kennis over boeddhatradities verloren is gegaan. Volgens berichten hielden vandalen twee nachten huis. Het contrast met buurland Birma is groot: daar is 65 procent van de bevolking boeddhistisch en 4 procent islamitisch. In de laatste weken van 2012 gingen daar honderden huizen van de islamitische minderheid in vlammen op. Door toedoen van de boeddhisten.

Apamea, Syrië

De zuilen van keizer Justinianus

Romeinse zuilengalerij van 2,1 kilometer lang uit de 6de eeuw na Christus. Op YouTube zijn beelden te zien van gerichte beschietingen van de colonnade op 26 maart.

Een lange zuilengalerij staat in de zon, in het groene landschap. Hier is de Romeinse geschiedenis te zien van Syrië. Een eerste galerij, uit de Hellenistische tijd (4de-2de eeuw v. Chr.) ging in 115 tegen de vlakte door een grote aardbeving. Keizer Justinianus I liet de galerij in de 6de eeuw herbouwen. Om de monotone rij langs de hoofdstraat van Apamea te verlevendigen, is het oppervlak van enkele zuilen gedecoreerd alsof het spiralen zijn. Aan de bovenkant van de zuilen ontvouwen 'korintische' blaadjes zich als een bloem naar buiten. Het is niet bekend hoeveel zuilen er vernietigd zijn in Apamea. Wel is op YouTube een film van 28 maart te zien, gemaakt door de aanvallers, waarin de gerichte, zware beschietingen zijn vastgelegd van de zuilen en het naastgelegen Romeinse kasteel. Andere sites melden beschadiging van het 12de- eeuwse kasteel, dat is gebouwd op de Romeinse nederzetting, en plundering van Romeinse mozaïeken en zuilen.

De gedaanteverandering van Jezus.

En dan was er nog de Bonobo-Jezus (Foto's AFP). Een beschadigd 19de-eeuws fresco in een klooster bij Zaragosa was een doorn in het oog van de 80-jarige Cecilia Gimenez. Ze kreeg toestemming van de priester het te restaureren, wat Jezus een tweede Transfiguratie opleverde: van een lijdende 'Ecce Homo' tot een dierlijk gedrocht. Het klooster werd een trekpleister, Gimenez verkoopt haar werk inmiddels via eBay.

undefined

Meer over