Eeuwig rompslomp van traplift en scootmobiel

SARAH VENEMA

AMSTERDAM - Verpleegkundigen, artsen en chronisch zieken hebben te kampen met 'regeldruk'. Als voorbeeld van die administratieve rompslomp rond de hulpverlening schetst het adviescollege Actal de hulpvoorzieningen voor Annette: een alleenstaande vrouw van 72 met de longaandoening COPD.

Die voorzieningen worden langs verschillende wegen betaald. Zo vallen haar huisarts, longarts en geneesmiddelengebruik onder haar basisverzekering. Hoeveel huishoudelijke hulp en verzorgingshulp ze nodig heeft, is bepaald door het Centraal Indicatieorgaan Zorg. De traplift, scootmobiel en taxikaartkreeg ze van de gemeente. De hulp voor persoonlijke verzorging betaalt ze uit haar persoongebonden budget.

Annettes longarts krijgt hierdoor de ene na de andere informatieaanvraag: van de verzekeraar, van de gemeente én van het zorgkantoor. Ook de longverpleegkundige moet zich buigen over aanvragen, indicaties en de verantwoording voor de traplift, scootmobiel, zuurstofflessen, zuurstofcompressors, et cetera.

Annette heeft een progressieve ziekte. Als zij nieuwe hulpmiddelen nodig heeft, moet eerst een 'herindicatie' worden aangevraagd. 'Dat kost ontzettend veel tijd', zegt Francis Bolle, oud-wijkverpleegkundige en woordvoerder van Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland. 'De wijkverpleegkundige wacht op een reactie, terwijl de patiënt is verstoken van geld.' Bolle pleit ervoor dat de wijkverpleegkundige zelf de herindicatie doet.

Huisartsen en verpleegkundigen vinden dat de registratie hier en daar doorslaat. 'Huisartsen moeten voor iemand die een been mist regelmatig melden wat de situatie is', zegt een woordvoerder van de Landelijke Huisartsen Vereniging.

Volgens Francis Bolle moeten verpleegkundigen zelf meer bepalen wat er gemeten wordt. 'Dan worden de lijsten een instrument van de verpleegkundigen.'

Wijkverpleegkundigen moeten tijdens patiëntbezoek een flinke stapel papieren wegwerken, zoals scorelijsten voor patiëntenverenigingen die onderzoek doen naar hersenletsel of doorligging. Is de patiënt ondervoed? Dan moet ook een ondervoedingslijst worden ingevuld. Zegt de patiënt dat het hem niet lukt fatsoenlijk eten te maken? Dan moet een maaltijddienst aangevraagd.

Bolle: 'Het hoort niet bij het werk van de wijkverpleegkundige. Maar als de patiënt thuis zit te worstelen, neem je het toch over.'

undefined

Meer over