De OndernemingGrassa

Eet gras, red de wereld: Grassa ziet er een verdienmodel in

De stikstofuitstoot van de veehouderij omlaag brengen en dieren minder soja voeren. Het Limburgse Grassa denkt met grasraffinage beide voor elkaar te krijgen. En dan is het eindproduct ook nog eetbaar voor mensen. ‘Niet te veel nemen, dit is bijna 55 procent eiwit.’

Pieter Hotse Smit
Algemeen directeur van Grassa Rieks Smook ziet gras als gouden eiwitbron. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Algemeen directeur van Grassa Rieks Smook ziet gras als gouden eiwitbron.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

‘Ik vraag niemand in een hol te gaan wonen en op gras te kauwen’, zei Eurocommissaris Frans Timmermans in aanloop naar de klimaattop in Glasgow tegen de Volkskrant. Hij wilde maar gezegd hebben dat zijn grootse vergroeningsplannen voor Europa niet betekenen dat hij iedereen vraagt ‘alles af te zweren wat enigszins belastend is voor het milieu’.

Bij het Limburgse bedrijf Grassa gaan ze een heel eind mee in de redeneringen van streekgenoot Timmermans. Op één punt na. Als het aan Grassa ligt, kauwen we over niet al te lange tijd wel degelijk op gras. Dat de groene spriet nog niet in voedsel voor mensen verwerkt mag worden, weerhoudt Grassa er niet van fors te investeren in machines die een einde moeten maken aan het eeuwenoude alleenrecht van herkauwers op gras als gouden eiwitbron.

Grassa doet dit door een speciale manier van grasraffinage, naar een idee van de Wageningse emeritus hoogleraar plantaardige productieketens Johan Sanders. Met steun van een aantal financiers komt hij steeds dichter bij zijn ideaal: graseiwit voor dieren (inclusief mensen) beschikbaar maken zonder tussenkomst van koe, schaap of geit. ‘Hier, proef maar’, zegt Rieks Smook, algemeen directeur van Grassa. In zijn grasmatgroene colbert wijst hij naar een bak vol donkergroene pulp. ‘Niet te veel nemen’, zegt Smook. ‘Dit is bijna 55 procent eiwit.’

Bij Grassa is men er heilig van overtuigd een oplossing te hebben voor twee prangende problemen van de veehouderij: de overmaat aan ammoniakstikstof die vrijkomt uit dierlijke ontlasting én de sojaverslaving als belangrijk ingrediënt voor veevoer. ‘Zonder dat de melkproductie erop achteruitgaat, kunnen wij 33 procent stikstof reduceren’, zegt oprichter Sanders, die diverse onafhankelijke instituten onderzoek heeft laten doen naar zijn systeem. Hij is met Grassa begonnen, omdat wereldwijd de natuur en biodiversiteit zwaar lijden onder stikstofoverschotten. ‘We gaan nu al ruim over alle grenzen heen. Met een groeiende wereldbevolking die vlees wil eten, wordt het alleen maar erger.’

Tweeledige winst

Zeven jaar na oprichting kan Grassa het vierde prototype van zijn droommachine tonen. Directeur Smook gaat voor in een stoffige boerenschuur in Afferden, waar alles de groenigheid van het bedrijf ademt. Overal plukken gras op de grond, druppende buizen en enthousiaste probleemoplossers bij onverwacht technisch malheur – waardoor de hele boel kortstondig stilvalt.

Eenmaal aan de praat verloopt het proces via een stelsel van lopende banden, persen, verhitters en vacuümpompen. Vers gras wordt vanuit de graskar eerst losgeschud in een soort zeecontainer. Na persing ontstaan de twee hoofdstromen: één lijn met sap – dat veel wegheeft van een spinaziesmoothie – en één met droog, pluizig gras. Die laatste gaan verpakt terug naar de boer, als winterkost voor de koeien op stal.

Het grassap legt een langere weg af. Door verhitting ‘vlokt’ het eiwit en krijgt het een drabberige substantie, net als bij het koken van een kippenei. Het restant water filtert een vacuümtrekker er op een volgende lopende band uit. Aan het einde van het proces klettert de knalgroene massa in grote grijze tonnen. Klaar voor de mensenmaag.

De winst is tweeledig, legt Smook uit. Uit het droge gras dat teruggaat naar de boer, zijn onder meer suikers en onbestendige eiwitten gevist. Ingrediënten die de koe toch grotendeels verspilt door het als stikstof en fosfaat uit te stoten met de mest. Dit vooraf uit het voer filteren, zoals Grassa doet, is winst in tijden van een stikstofcrisis.

Wat de koe binnenkrijgt noch uitpoept, blijft achter in de tweede stroom: de groene plaggen. Zolang dit nog niet aan mensen voorgeschoteld mag worden, richt Grassa zich op de veevoerindustrie. Want varkens en ander vee mogen het wel eten. Een prima vervanger voor het rantsoen dat ze nu doorgaans krijgen: soja. Een gewas waarvoor met name in Brazilië oerbossen moeten wijken.

Grasverwerking bij Grassa in Afferden, waar alles de groenigheid van het bedrijf ademt. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Grasverwerking bij Grassa in Afferden, waar alles de groenigheid van het bedrijf ademt.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Boeren overtuigen

Minder soja en lagere uitstoot, waarom doet nog niet iedere boer dit? Zoals vaak met duurzame ideeën is geld het probleem. Door gesleep met nat gras en energieverbruik is grasraffinage op kleine schaal nu nog duurder dan wanneer boeren zelf het gras maaien, laten drogen en inkuilen voor de winter.

Het Landbouwministerie is zich bewust van de financiële uitdaging bij grasraffinage, maar ziet ook de potentie. In een plan om de afhankelijkheid van import van veevoer te verkleinen, de Nationale Eiwitstrategie, maakt het ministerie melding van Grassa. ‘Via het raffineren van gras is een hoger aandeel van de eiwitten te benutten voor veevoer. Het kan daarmee dus fors bijdragen aan het verminderen van de afhankelijkheid van importen’, concludeert het ministerie van Carola Schouten.

Stikstofhoogleraar Jan Willem Erisman van Universiteit Leiden tempert de verwachtingen van de stikstofwinst. Grasraffinage kan volgens hem een tijdelijke oplossing zijn om de stikstofuitstoot in de veehouderij te verminderen. Als langetermijnoplossing zal vooral het gebruik van stikstofkunstmest op grasland omlaag moeten. Hierdoor zal de hoeveelheid eiwit in het gras dalen, wat raffinage onaantrekkelijker maakt, redeneert Erisman.

Sanders vindt het een overkomelijk probleem. Zaai tussen het doorgaans eentonige gras gewoon meer vlinderbloemigen, zoals klaver, luidt zijn remedie. Gewassen die stikstof uit de lucht vangen en dit via de bodem aan het gras leveren. Zo blijft het eiwitgehalte op peil. Ook zijn directeur Smook kent geen twijfel. Met de tientallen miljarden die nu over de formatietafel gaan om definitief uit de stikstofcrisis te komen, hebben ze bij Grassa ook enige reden tot optimisme. De uitdaging zit volgens Smook vooral in het overtuigen van boeren.

‘Wat een boer niet kent, dat geeft hij zijn dieren niet te vreten’, zegt Smook naast de puffende vacuümmachine. Hij denkt ze te kunnen overtuigen door hun gras kosteloos te raffineren en daarbovenop de winst uit de tweede stroom – de groene eiwitkoek – met ze te delen. Smooks boodschap aan de melkveehouder is dan ook simpel: ‘Je bent een rund als je het niet doet.’

Meer over