Eerst nieuw kabinet, daarna verkiezingen

CATSHUISOVERLEG Eris een bredere regeringscoalitie nodig. De toekomst van Europa is in het geding. Formeer een nieuw kabinet plus regeerakkoord en leg dat alles voor aan de kiezers.

Men hoeft niet tot de politieke oppositie te behoren om te verlangen naar basisverbreding van de gedoogcoalitie - ongeacht of deze de afgelopen nacht heeft overleefd. De coalitie staat immers voor zware beslissingen, veel zwaarder dan bij de formatie in 2010 werden voorzien. Tegelijkertijd lijdt zij onder groeiende instabiliteit. Ten dele gaat het om een minderheidskabinet dat voor cruciale beslissingen de steun van de progressieve oppositie nodig heeft. Niet zo af en toe, zoals verwacht werd, maar voortdurend - omdat de toekomst van de Europese Unie in het geding is.

De steun aan het minderheidskabinet op Europees en internationaal terrein wordt gehinderd door een reeks bezuinigingsoperaties die in de samenleving onevenredige schade aanrichten, terwijl het allemaal anders en beter had gekund met minstens zoveel besparingen. Dat kon twee jaar geleden blijkbaar niet anders, omdat dan de steun van de PVV aan het kabinet zou zijn onthouden. De PVV echter begint aan stevigheid en betrouwbaarheid te verliezen nu haar eerste parlementariër voor zichzelf is begonnen. Er zijn zware aanvullende maatregelen nodig, maar de gedoogpartner schijnt weinig inschikkelijkheid te vertonen.

Tegenover de PVV - en in mindere mate de SP - staan al die partijen die inzien dat nieuwe bezuinigingen alleen dan op enige steun onder de bevolking kunnen rekenen als die gepaard gaan met sterke hervormingen op het terrein van woning- en arbeidsmarkt en de pensioenwetgeving, wellicht tijdelijk aangevuld met lastenverzwaring.

Als de Europese Commissie - die op Nederlandse aandrang toezichthouder is geworden van ons begrotingsbeleid - al met de Nederlandse bereidheid tot bezuiniging en hervorming instemt, mag vervolgens worden gehoopt dat de financiële markten hun vertrouwen in de AAA-status van Nederland behouden.

Staatsrechtelijk gesproken verzet zich niets tegen een hervorming van de grondslag onder het kabinet zonder dat daaraan verkiezingen voorafgaan. Maar sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is de gewoonte ontstaan om niet van coalitie te veranderen zonder voorafgaande verkiezingen. De progressieve fracties houden hieraan vast. De VVD en het CDA daarentegen vinden verkiezingen onverantwoord. Nederland riskeert aldus zijn faam als stabiele, ordelijk functionerende staat te verliezen, menen zij. De noodzakelijke basisverbreding is dus onmogelijk en zo dreigt de politieke impasse.

Een tweede bedreiging is dat het Catshuisoverleg strandt. Dan is er geen beleid én geen regering. En er komen verkiezingen, maar zonder enig uitsluitsel over wat daarna gebeurt. Daar zullen noch onze Europese partners noch de financiële markten vertrouwen in hebben.

Misschien is dus het moment aangebroken om de zaken anders aan te pakken. Bij voorbeeld op de wijze die ik wel eens eerder heb bepleit: waarom vormen wij niet eerst een coalitie, met regeringsprogramma en bijbehorende ministers, die binnen enige maanden na aantreden de Tweede Kamer ontbindt en verkiezingen uitschrijft? Dat is omgekeerd aan wat wij gewend zijn, maar het is staatsrechtelijk geheel geoorloofd en het heeft specifieke voordelen.

In de eerste plaats weet de kiezer dan waarover hij zich uitspreekt. Niet alleen gaat het om de voorkeur voor zijn eigen partij, maar ook voor of tegen een concreet beleidsprogramma en voor of tegen een concrete coalitie. De keuze van de kiezer wordt dan niet bepaald door vage beloften van afzonderlijke partijen, maar door een concreet programma met voor iedereen zichtbare compromissen tussen partijen en met een begin van uitvoering.

Tenzij: de kiezers zo'n kabinet en programma radicaal zouden verwerpen. Dat is het risico dat aan deze aanpak vastzit. Dat risico is betrekkelijk klein. Kiezers voelen zich veiliger bij een duidelijk en in uitvoering gebracht regeringsbeleid, dan bij mooie beloften waarvan de vervulling niet vaststaat. Van beloften hebben kiezers toch al het gevoel dat daarvan niet veel terechtkomt.

Nog een risico: de kiezers ondersteunen programma en kabinet, maar de partijen komen er in andere zetelverhoudingen uit dan waarmee zij de verkiezingen zijn ingegaan. Dat zou geen reden moeten zijn majeure wijzigingen in programma en portefeuilleverdeling aan te brengen. Partijen hebben zich immers verbonden aan een bepaald programma. Er blijft voorts steeds het parlementaire recht van amendement beschikbaar als correctie noodzakelijk zou zijn.

Een aanpak als deze maakt ruimhartige basisverbreding in de regering mogelijk, maar zij hoeft niet de maandenlange onzekerheid van verkiezingscampagnes en een daarop volgende ellenlange formatie te doorstaan - met alle onzekerheid van dien voor de Europese instituties, de financiële markten en dus voor onze welvaart.

Essentieel is dat aan een nieuwe en bredere grondslag onder een kabinet kan worden gewerkt zonder de kiezers daar buiten te houden - wisselen van coalitie buiten de kiezers om past iets te veel bij een regentenrepubliek, die wij achter ons zouden moeten laten. Maar nergens staat geschreven dat kiezers eerst door de mist van verkiezingen met onbekende afloop heen moeten voordat aan een nieuwe combinatie kan worden gewerkt.

Met een aanpak als deze zou Nederland het goede voorbeeld volgen van de liberale leiders F.A. van Hall en D. Donker Curtius, die in 1853 temidden van stampij over het herstel van de organisatie van de katholieke kerk eerst het kabinet vormden en dat toen voorhielden aan de kiezers. In 1924 heeft P.J. Troelstra, de sociaal-democratische leider, het nog eens (vergeefs) bepleit.

Waarom het nu niet opnieuw geprobeerd? De tijden zijn ernaar om met onze democratie zowel zorgvuldig als inventief om te gaan.

JOOP VAN DEN BERG

is voormalig senator (PvdA) en oud-hoogleraar parlementaire geschiedenis.

undefined

Meer over