Eerlijke verering van Ludwig

Beethoven: Koorfantasie. Liszt: Beethovencantate. Cappella Coloniensis e.a. Deutsche Harmonia Mundi...

Dat het wat uitgeholde begrip world premier recording wel degelijk betekenis kan hebben, blijkt bij de eerste opname van de Bonner Beethoven-Kantate van Franz Liszt.

Er zijn tijden geweest waarin de Beethoven-verering andere proporties had dan nu. Maar het bedrag van 424 francs en 90 centimes dat in 1839 in Frankrijk bijeen werd gebracht als aandeel in een internationale collecte voor een standbeeld van Beethoven in zijn geboortestad Bonn, was toch teleurstellend. De rest van het comité had zijn zaken niet veel beter voor elkaar.

De jonge Parijzenaar Liszt was er dusdanig door ontzet, dat hij aanbood alle verdere kosten van het monument voor zijn rekening te nemen. De toezegging kostte hem een fortuin.

Ontsierd door chaos en diplomatieke rellen, voltrok zich zes jaar later in Bonn een festival, waarin Liszts Cantate zur Inauguration des Beethoven-Monuments, 1845 onderdeel vormde van een programma van totaal uit de hand gelopen lengte. 'Was versammelt hier die Menge?', waren de woorden die prominenten als koningin Victoria en Wilhelm IV van Pruisen uit vele zangerskelen op zich af hoorden komen. Het antwoord, begeleid door pauken, strijkers en blazers: 'Es ist der Weihetag des Genius!'

Dat Liszts cantate twee keer werd uitgevoerd (de gekroonde hoofden arriveerden te laat), heeft de diskwalificatie van het evenement als 'Beethovenfestival ter ere van Liszt' niet kunnen voorkomen. Materiaal raakte zoek, en de compositie verdween uiteindelijk onder het stof in een DDR-archief - tot in Boedapest dertien jaar geleden een reconstructie weerklonk.

De verbijsterende tekst van een zekere B. Wolff ten spijt ('Heilig, heilig, heilig'), blijkt het gelegenheidsstuk wel degelijk substantie te hebben. Liszts eerste compositie voor orkest, koor en solisten is een daad van eerlijke Beethovenbewondering, maar ook een résumé van het mysterieuze en fantastische dat destijds te horen viel in het werk van Beethovenbewonderaars als Berlioz en Von Weber, componisten van de Symphonie fantastique en Der Freischütz.

Met zijn frappante harmonieën en nog frappantere, etherische parafrase van Beethovens 'Aartshertogtrio' in het slotdeel (een impressie waarin Ludwigs geest over de aarde rondwaart), heeft het stuk merkwaardig genoeg zelfs iets van een voorstudie op Mahlers achtste symfonie. Met dit verschil dat Gustav Mahler geen melodie opschreef die exact gelijk is aan de eerste maten van Lennon & McCartneys Yellow Submarine, zoals de onfortuinlijke Liszt in het derde deel van zijn cantate is overkomen.

De 'Cappella Coloniensis des WDR' - zo heet het Radio Kamerorkest van Keulen als het op oude instrumenten speelt - legt onder Bruno Weil (live) veel warmte en overtuiging in zijn begeleiding van solisten en Kölner Kantorei. Toepasselijk is het vervolg van de cd, waarin Beethoven zelve op basis van een gedrochtelijke tekst van leer trekt: de fantasie voor piano, koor en orkest, ofwel Koorfantasie. Hoofdrollen zijn hier weggelegd voor de Nederlandse fortepianovirtuoos Paul Komen en een La Grassa-vleugel uit de collectie van Edwin Beunk, in Keulen Beunck geheten.

Meer over