Eerlijk en open

Van wetenschappers wordt verwacht dat ze zich aan een aantal ongeschreven regels houden. Deze gedragscode komt erop neer dat een onderzoeker eerlijk en open dient te zijn....

AD LAGENDIJK

De vraagt dringt zich dan op of die ongeschreven geboden voor onderzoekers toch nog eens opgeschreven zouden moeten worden. De belangrijkste geboden kunnen ter waarschuwing in de laboratoria worden opgehangen. Zoals: gij zult andermans wetenschappelijke resultaten niet begeren.

Het blijkt echter dat de wetenschappelijke beroepsverenigingen allang zo'n code hebben opgesteld. De meeste onderzoekers hebben die van hun eigen beroepsorganisatie nooit gelezen. Bij navraag bleek dat ook mijn vereniging (de American Physical Society) zo'n gedragscode heeft.

Bij het lezen ervan schoot ik voortdurend in de lach. De tekst is van een onthutsende naïviteit. Ik lees: 'Ieder gedrag dat de vooruitgang van de wetenschap in gevaar brengt, is onacceptabel.' Even verderop staat: 'Een wetenschapper die wordt gevraagd de geschiktheid van een manuscript voor publicatie te beoordelen, mag geen enkel voordeel halen uit het feit dat hij voortijdig op de hoogte is van de inhoud van dit manuscript.'

Een gedragscode voor wetenschappers haalt niets uit, omdat er geen sancties zijn. Het ergste wat de onderzoeker kan overkomen, is dat hij wordt geroyeerd door zijn beroepsvereniging. Zo'n straf houdt weinig in. Een wetenschapper strafrechtelijk vervolgen is zo goed als onmogelijk. De Rijksuniversiteit Leiden zal alleen van Diekstra af kunnen komen door hem een gouden handdruk van een paar miljoen aan te bieden.

De medici kennen het tuchtrecht. Moeten we dit in de gehele wetenschap invoeren? Ik moet er niet aan denken. Tuchtrecht is een bolwerk van conservatisme. We moeten niet overdrijven. Oneerlijkheid komt niet vaak voor onder wetenschappers.

Behalve eerlijk, dient een onderzoeker open te zijn. Hoe open eigenlijk? Moet een geleerde zijn collega's al op de hoogte brengen van zijn briljante ontdekking nog voordat deze is gepubliceerd? Op het eerste gezicht lijkt de wetenschap gebaat bij de vrije uitwisseling van ideeën. Of zoals collega Hans Mooij het zo romantisch zei in de wetenschapsbijlage van vorige week: 'Wie niets geeft, zal ook niets ontvangen.'

Het tijdelijk achterhouden van gegevens is echter schering en inslag in de wetenschap. En dat is maar goed ook. Goed voor de wetenschap.

Voor een onderzoeker is de moeilijkste opgave bij de uitoefening van zijn beroep het verzinnen van een nieuw idee. Nadat je er een hebt gevonden, komt het harde werken. Er moet geëxperimenteerd worden en er moet worden gerekend. Dat kan bij elkaar wel een paar jaar duren. Er zijn collega's die dat experimenteren of dat rekenen veel sneller zouden kunnen doen, maar die hebben dat idee niet. Die ga je toch je nieuwe idee niet vertellen? Een wetenschapper heeft maar een paar goede ideeën in zijn hele carrière.

Alex Müller van het IBM-laboratorium in Zürich heeft in 1986 de Nobelprijs gekregen voor de ontdekking van supergeleiding bij hogere temperaturen. Een verschijnsel dat zo belangrijk is dat er vandaag de dag honderden onderzoeksgroepen in de hele wereld aan werken.

Müller heeft mij wel eens verteld dat hij uit angst voor vertragingstactieken van de beoordelaars het niet aandurfde zijn prijswinnende artikel naar het Amerikaanse toptijdschrift Physical Review Letters te sturen.

Hij zond het manuscript naar het wat gezapige internationale Zeitschrift für Physik. Dit 'opsturen' naar het tijdschrift hield in dat hij het manuscript twee kamers verder op een bureau neerlegde van een IBM-medewerker die redacteur was van dat blad.

Ik sprak Alex Müller een half jaar voordien in Los Alamos (VS). Op mijn vraag waar hij mee bezig was, antwoordde hij: 'Dat kan ik je niet vertellen, maar als het klopt wat ik doe, dan hoor je er nog van.' En óf we ervan gehoord hebben.

Wie al zijn wetenschappelijke ideeën ogenblikkelijk deelt met zijn collega's, zal snel zijn financiële steun voor zijn onderzoek verloren hebben. Eerlijkheid loont, maar openheid niet. Of zoals het volk het formuleert: wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij armoe lijdt.

Meer over