'Eergierig' en levend voor de fiets

Met Milaan-San Remo vandaag begint het wielerseizoen pas echt. De eerste grote klassieker geldt als een loterij. Het parkoers is minder selectief dan Parijs-Roubaix of Luik-Bastenaken....

VLAMING Rudy Pevenage werkt al zeven jaar intensief met Duitse wielrenners, dus is het niet verwonderlijk dat de twee talen een beetje door elkaar heen lopen.

Sprekend over Erik Zabel, de torenhoge favoriet voor Milaan-San Remo vandaag, gebruikt Pevenage bijvoorbeeld het woord 'eergierig'. Natuurlijk bedoelt hij Ehrgeiz en natuurlijk had hij dat moeten vertalen met eerzuchtig. Maar het is een mooi woord, eergierig, en er zit ook nog wel wat in.

Oud-coureur Pevenage, ploegleider bij Telekom, zou namelijk graag zien dat zijn pupil wat minder eerzuchtig was, dat hij wat meer op zijn lauweren zou rusten. In die zin kan Erik Zabel dus best wat eergieriger zijn.

Deze week, na afloop van de zesde rit in de Tirreno-Adriatico, zei Rudy Pevenage het zo: 'Erik heeft één groot nadeel, en dat is dat hij als sprinter èn als compleet renner zoveel gelegenheden krijgt om te winnen.

'Iemand als Mario Cipollini moet met de helft genoegen nemen. Maar voor Erik moeten het wel heel serieuze ritten zijn, wil hij niet kunnen winnen. Daar schuilt meteen het probleem. De boog kan niet altijd gespannen zijn. Je moet ook eens een keer niet willen winnen. Maar Erik is nog zo eergierig.'

In de finale van die zesde etappe had Zabel ook met gemak een gooi kunnen doen naar de dagzege. De renners waren in al hun duizelingwekkende gezamenlijkheid op de finish afgestormd, Romans Vainsteins was het snelst geweest en dat had natuurlijk net zo goed Erik Zabel kunnen zijn. Maar Pevenage had hem op het hart gedrukt zich dit keer niet in de strijd te mengen.

Pevenage benadrukt dat het niets te maken heeft met de risico's van zo'n massale aankomst, ook al kwam Sergej Ivanov die dag lelijk ten val. 'Zo'n valpartij kan ook achter in het peloton ontstaan. Bovendien is Erik een ervaren sprinter.' Nee, het ging hem puur om de 'eergierigheid', gewoon eens een keertje overslaan.

Hoe groot die eerzucht nog altijd is, blijkt na afloop van de rit. Erik Zabel trekt wat warms aan en stapt weer op de fiets om op eigen kracht terug te rijden naar het rennershotel, zo'n vijftig kilometer verderop aan de Adriatische kust. Nog even wat extra kilometers maken met het oog op Milaan-San Remo.

Pevenage vroeg of er een ploeggenoot mee moest. Hoefde niet. Zou hij dan voor de zekerheid niet zelf met de auto volgen? Hoefde ook niet. 'Erik zei: laat me maar even gaan, even de kop leeg maken.' De ploegleider glimlacht trots. 'Erik is een van de allergrootste Topprofi's van het peloton. Hij is zo met zijn vak bezig, in feite heeft hij geen sportbestuurder meer nodig.'

Maandagavond in Hotel Sporting in San Benedetto: het is amper tien uur en Gian Matteo Fagnini zit als enige Telekom-renner nog in de lobby. Alle collega's, inclusief Zabel, zijn al naar hun kamer. Dat bedoel ik nou, zegt Fagnini.

'Toen ik nog met Cipollini reed, gingen we na het avondeten naar buiten. Nog even een capuccino drinken, grappen maken, een beetje naar de vrouwen kijken. Nu kom ik 's avonds na het eten nog maar zelden buiten. Bij Telekom gaat het er allemaal veel serieuzer aan toe.'

Fagnini beklaagt zich niet. 'Ik was juist zeer vereerd toen ik werd gevraagd. Het was echt niet alleen een kwestie van geld. Telekom was een ploeg waar ik tegenop keek, een goed georganiseerde ploeg. Bovendien rijd je niet alleen voor een sprinter, maar ook nog eens voor een klassementsrenner als Ullrich.'

Maar Gian Matteo Fagnini is er vooral voor Zabel. Vier jaar lang had hij de sprints aangetrokken voor Mario Cipollini, nu doet hij dat in dienst van Zabel. De dertigjarige Italiaan heeft geen moeite met zo'n plekje in de schaduw. 'Ik heb juist bewust gekozen voor deze rol. In kleine wedstrijden kan ik het misschien wel zelf afmaken, maar in de grote koersen zou ik moeite hebben met de druk.'

Zo'n eindsprint organiseren is van een onderschat belang. 'Ik geef aan wanneer we gegroepeerd gaan rijden. Het belangrijkste is dat je als ploeg zolang mogelijk bij elkaar blijft in de finale. Je vormt een treintje. De volgorde is verder niet zo belangrijk als ik maar de laatste ben. Ik trek in principe door tot zo'n tweehonderd meter voor de finish, maar Erik bepaalt zelf het moment wanneer hij erover heen komt.'

In de laatste editie van Milaan-San Remo was Fagnini's rol van eminent belang. 'Hij was ongelooflijk goed', zei Erik Zabel na afloop. 'Bij het oprijden van de Poggio, was ik Fagnini even kwijt. Ik werd al ongerust, maar opeens dook hij weer op. Hij maakte even een geruststellend gebaar en toen wist ik dat het goed zat.' Fagnini plaveide de weg naar Zabels derde zege.

Collega's die in de Tirreno-Adriatico hebben gefietst, zeggen dat Fagnini in topvorm verkeert. Pevenage: 'Zeker 20 procent beter dan vorig jaar.' Maar dat betekent niet dat de ploegleiding twee troefkaarten in handen heeft.

'Nee, zo werkt het niet in Milaan-San Remo. Als je op te veel mensen gokt, gaat het mis. Alle kaarten die wij onderweg trekken, dienen maar één doel: Erik Zabel laten winnen.'

SINDS DE Duitse telefoonmaatschappij zich over het nationale wielrennen ontfermt, werkt Rudy Pevenage met Erik Zabel. Hij zegt dat het veel tijd en energie heeft gekost om hem naar het huidige niveau te tillen.

'Pas in de laatste twee jaar is Erik een stuk rustiger geworden. Hij is een raspaardje, nog steeds natuurlijk, maar vroeger was hij na een nederlaag onbenaderbaar. Hij kon zich over de kleinste dingen opwinden en je moest hem echt laten uitrazen. Nu hij wat rijper is geworden, kan hij een nederlaag beter relativeren.'

Erik Zabel, dertig jaar geleden geboren in Berlijn, is een product van de Oost-Duitse wielerschool. In NRC Handelsblad vertelde hij drie jaar geleden openhartig over die periode. Hoe hij de voordelen van orde en discipline in de DDR-tijd leerde kennen. Hoe hij in verwarring was toen hij twaalf jaar geleden tijdens een trainingskamp met de jeugdploeg in Tunesië op televisie de Muur zag vallen.

'De volgende morgen zijn we gewoon gaan trainen, alsof er niets aan de hand was. Mijn gevoelens waren gemengd: blij met de vrede, angst voor de toekomst. Al het zekere werd opeens onzeker.'

In 1991 haalde de West-Duitse oud-renner Hennes Junkermann Zabel naar Dortmund, naar de amateurvereniging Olympia. Hij was in Oost-Duitsland opgeleid als baanrenner, met name op het onderdeel puntenkoers. Maar onder leiding van Junkermann ontwikkelde Zabel zich tot wegrenner.

In de Frankfurter Allgemeine Zeitung zegt hij over die periode: 'Het was een enorme stap. Gewoon mijn koffer pakken en naar een jeugdherberg in Dortmund vertrekken. Na de wetenschappelijke aanpak in Oost-Duitsland was het goed om van een oude vos dingen te leren over tactiek en mentaliteit. Het was goed om te ontdekken dat er meer was dan de DDR-waarheid.'

Junkermanns aanpak had snel succes. Twee jaar later bood Walter Godefroot hem een contract aan bij Telekom. Zijn eerste grote zege boekte Zabel toevallig in de eerste etappe van Tirreno-Adriatico. Een jaar later, in 1994 won hij met Parijs-Tours al zijn eerste klassieker.

Zo bouwde Erik Zabel geleidelijk aan een erelijst die in het huidige wielrennen ongeëvenaard is in haar veelzijdigheid. Zabel maakte zijn entree als pure sprinter. Zo won hij in de laatste vijf jaar telkens de groene trui in de Tour de France. Dat is een record.

Maar de kentering in zijn loopbaan was de laatste jaren al zichtbaar. Van de acht Tourritten die Erik Zabel op zijn naam schreef, won hij er slechts één in de drie laatste edities. Van 1998 tot en met 2000 is de groene trui een optelsom geweest van ereplaatsen. Hij sprint nog wel mee, maar heeft niet meer de kracht om als eerste te eindigen.

Het is een ontwikkeling die voor hem Sean Kelly en Laurent Jalabert hebben doorgemaakt: van sprinter tot compleet renner. De andere manier van trainen gaat ten koste van de pure sprintsnelheid.

Maar Pevenage vindt dat die vergelijking niet helemaal opgaat. Kelly en Jalabert ontwikkelden zich tot echte tijdrijders. De eerste won er rittenkoersen mee, de tweede werd er in San Sebastian wereldkampioen in. Zover is Zabel niet gekomen.

'We moeten de metamorfose van Erik niet overdrijven. Natuurlijk heeft hij zich ontwikkeld, maar hij is bij lange na niet zo veelzijdig als Kelly was. Zabel zal nooit Parijs-Nice winnen. Aan de andere kant was Kelly nooit zo'n goede sprinter als Zabel is.'

Kelly en Jalabert wonnen Milaan-San Remo ieder één keer, maar dat was nog in de tijd dat er op de Poggio verschillen werden gemaakt. In de afgelopen vier jaar arriveerde telkens een grote groep op de Via Roma. Drie keer won Erik Zabel, één keer liet hij zich verrassen door Andrej Tchmile.

ZIJN SPRINT is misschien wat afgebot, maar als in een zware koers de Cipollini's en de Steelsen zijn gelost, is Zabel nog altijd de rapste. Zo won hij vorig jaar ook de Amstel Gold Race.

Maar er zijn volgens ingewijden meer factoren die Erik Zabel tot zo'n uitzonderlijk renner maken. Pevenage: 'Hij is heel gezond. Dat klinkt misschien nogal vanzelfsprekend, maar als je ziet hoe anderen kunnen kwakkelen, is dat niet zo. In de zeven jaar dat ik met hem werk, is hij nooit ziek geweest, buiten een verkoudheidje. Gelukkig hebben we die in de Ruta del Sol al gehad. Daar ben ik heel content mee.'

Ploeggenoot Jan Schaffrath roemt zijn koersinzicht. 'Er ontgaat hem niets. Erik ziet alles, ook hoe de tegenstanders rijden. En hij kan dingen razendsnel inschatten. Hij is zo ongelooflijk slim'.

Schaffrath kent Zabel als weinig anderen. Ze komen allebei uit Berlijn, reden als junior al samen en zijn behalve collega's ook vrienden. Omdat Zabel een paar jaar eerder prof werd, verloren ze elkaar een tijdje uit het oog. Maar in 1998, toen ook Schaffrath aan de slag kon bij Telekom, is de band hersteld.

Behalve vriend en collega is Schaffrath ook Zabels meesterknecht. 'Erik is heel direct. Hij zegt meteen waar het op staat, eigenlijk nog precies dezelfde jongen als in onze Berlijnse tijd. Een renner voor wie je je met het grootste plezier uitslooft.'

Iedereen die Zabel een beetje kent, roemt zijn ontembare ambitie. Elk jaar komt hij keurig op gewicht uit de winter, elk jaar staat hij er van februari tot oktober. Pevenage: 'Erik leeft voor de fiets. Ik denk wel eens: kon het hoofd van Erik Zabel maar op het lichaam van Jan Ullrich worden geplaatst. Wat zou je dan een geweldige renner hebben.'

Moet hij Ullrich voortdurend stimuleren, Zabel kan alleen maar worden afgeremd. 'Erik heeft deze winter misschien drie weken vakantie gehad. Dan begint het alweer te kriebelen. Zo wilde hij per se een zesdaagse rijden. Ik vond het een slecht idee, maar een renner die er het hele jaar staat, kun je moeilijk iets weigeren.'

Ook zelf beschouwt Erik Zabel de beroepsernst als zijn grootste deugd. Zo is hij in de Tirreno-Adriatico al helemaal gericht op Milaan-San Remo, de klassieker die hem op het lijf is geschreven. De sprintjes zijn repetities.

Schaffrath en Pevenage hadden al gewaarschuwd Zabel niet aan te spreken tijdens de Tirreno. Een poging daartoe, woensdag voor de start van de slotrit, strandt al voordat er ook maar één vraag is gesteld. De verslaggever wordt op Duitse wijze afgesnauwd door een coureur die doorgaans uitblinkt in Duitse hoffelijkheid.

Een dag later, in het Milanese hotel waar de ploeg kwartier heeft gemaakt, is Erik Zabel weer helemaal zijn beminnelijke zelf. Er is een kwartiertje voor de internationale pers uitgetrokken en inderdaad, tijdens de Tirreno-Adriatico was hij met zijn hoofd al in Milaan.

'Het is een spanning die zich langzaam opbouwt. Nu we eenmaal in Milaan zitten, ben je weer een stap verder. Vrijdag volgt de ploegbespreking en zaterdagmorgen bij het wakker worden, weet je meteen: vandaag gaat het gebeuren.'

Erik Zabel rijdt Milaan-San Remo al voor de negende keer, maar het is een wedstrijd die hem nog altijd kan opwinden. 'Niet voor niets spreken de Italianen van de Classicissima. Alles wat wielrennen mooi maakt, zit erin: het pokerspel, het ploegenspel, het verrassingselement, de factor geluk. Bovendien is het de eerste grote wedstrijd van het seizoen, je rijdt als het ware de lente in.'

De laatste jaren heeft Erik Zabel het meest genoten van de Poggio. 'Dat je er nog bij zit en dat je weet: ik doe deze dag mee voor de overwinning.'

Is het niet zo dat hij Milaan-San Remo na al die overwinningen alleen nog maar kan verliezen? 'Geen sprake van. Ik weet nog goed de ploegbespreking in 1998, het jaar nadat ik voor de eerste keer had gewonnen. We hebben geen moment rekening gehouden met weer een overwinning. In feite geldt dat nu nog meer dan toen. Het zou wonderbaarlijk zijn als deze serie zich voortzet.'

Rudy Pevenage had het eerder in de week zo gezegd: 'Je moet aan Milaan-San Remo beginnen in de vaste overtuiging dat je kansloos bent. Pas dan kun je hem winnen.'

Meer over