Eerder onderzoek: grote fouten CIA en MI6

In de VS en Groot-Brittannië is al onderzoek gedaan naar de aanloop tot de Irak-oorlog. De conclusies liegen er niet om.

In de VS is een grootscheeps onderzoek naar de aanloop tot de Irakoorlog ondernomen door de Senaatscommissie voor de inlichtingendiensten. Mede door scherpe politieke meningsverschillen heeft het tot de zomer van 2008 geduurd voordat het laatste van een reeks rapporten klaar was.

Grote fouten
In een eerste rapport, dat uitkwam in 2004, stelde de Senaatscommissie vast dat de inlichtingendiensten grote fouten hadden gemaakt bij hun inschatting van Irak, Saddam Hussein en de mogelijke aanwezigheid van massavernietigingswapens.

In de zomer van 2008 concludeerde de commissie dat president Bush, vicepresident Cheney en andere kopstukken van de regering de dreiging van Irak ernstig hadden overdreven. Ze negeerden onenigheid tussen de inlichtingendiensten en geheime verslagen die hun politieke beweringen ondergroeven. Zo trok de CIA al in 2002 de band tussen de aanslagen van 11/9 en Saddam Hussein in twijfel. Publiekelijk gebruikten Bush en Cheney die band als een belangrijk argument voor de invasie van Irak.

Notulen
In Groot-Brittannië is de discussie over de legitimiteit van de oorlog in Irak al enkele jaren naar de achtergrond verdwenen. Hierin kan verandering komen door een uitspraak die een Britse rechtbank vorige week deed. Die bepaalde dat de notulen van de kabinetsvergaderingen in 2003 waarin de inval in Irak werd besproken openbaar moeten worden gemaakt. Nog niet zeker is of dit ook zal gebeuren, aangezien de regering het vonnis kan negeren.

In Groot-Brittannië is al eerder onderzoek gedaan naar de aanloop tot de oorlog. Het bekendst is het Butler-rapport uit juli 2004, waarin onder meer de claim werd gefileerd dat Irak binnen 45 minuten massavernietigingswapens zou kunnen gebruiken. De Britse geheime dienst MI6 had zijn werk niet goed gedaan, was een conclusie.

Meer over