Eenzijdige productiebossen branden lekker

De bosbranden in Portugal laaien elk jaar op. Kwestie van grote droogte, falend landbeheer en boos opzet...

Door Ben van Raaij

De Portugese bossen branden al weken, net als vorig jaar en het jaar daarvoor.

Het ergste lijkt achter de rug, maar het vuur heeft zeker vijftien mensenlevens geëist, en in Noord-en Centraal Portugal is 180 duizend hectare in vlammen opgegaan. Vorig jaar was dat 130 duizend hectare, in het rampjaar 2003 zelfs 425 duizend hectare.

De bosbranden worden bevorderd door de extreme droogte op het Iberisch schiereiland – de ernstigste sinds 1945. Maar belangrijker zijn structurele oorzaken zoals falend bosbeheer, zegt ecoloog drs. Jan Jansen. Hij is werkzaam bij de afdeling Ecologie van de provincie Noord-Brabant en doet al vijftien jaar onderzoek naar bosbranden in Portugal. Komend jaar hoopt hij er op te promoveren aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Achtergrond van de branden is volgens Jansen de ecologische onttakeling van de marginale bergstreken waar de jaarlijkse vuurzeeën woeden. Tot enkele decennia geleden domineerde daar een open, gevarieerd landschap van dorpjes, kleine akkers, bos en uitgestrekte baldios (meenten), gemeenschappelijke heidegronden waar schapen en geiten werden geweid voor melk, vlees en mest.

Die steppeachtige heidelanden ontstonden doordat na het kappen van de oorspronkelijke wouden (vooral eikenbos) het struikgewas eeuwenlang is onderworpen aan een cyclus van begrazen en afbranden. Dat leidde tot een landschap met een bijzondere biodiversiteit.

Dit oude systeem van heidelandbouw moest vanaf de jaren dertig onder dictator Salazar grotendeels plaatsmaken voor grootschalige, extensieve en gesubsidieerde bosbouw, waardoor Portugal uitgroeide tot een grote houtexporteur.

Het resulteerde, net als op de Veluwe in Nederland, in grote, eenzijdige percelen van snelgroeiende pijnbomen (zee-den) en eucalyptusbomen. Deze monoculturen zijn, anders dan de originele eikenbossen, zeer vatbaar voor brand. Ze 'ontploffen' namelijk door hun hoge gehalte aan hars en oliën.

Woestijn

Op zichzelf kunnen periodieke branden heilzaam zijn, zegt Jansen. Branden waren niet voor niets een essentieel onderdeel van de heidelandbouw. Ze houden samen met begrazing het heidelandschap in stand. 'Een afgebrand stuk hei loopt weer uit. Door het ineens vrijkomen van massa's nutriënten in de bodem ziet het er het jaar erop uit als een bloeiende woestijn.'

Maar dan moet je wél weten hoe het moet: traditionele expertise zoals de boeren en herders van bergstreken als de Serra da Estrela ooit bezaten. Afbranden van bos en hei moet je, net als snoeien, op het juiste moment doen en in de juiste mate. Gecontroleerd dus, niet als het kurkdroog is en hard waait.

De huidige bosbranden zijn echter catastrofaal, zegt Jansen. 'Een brand in een productiebos wordt door de grote hoeveelheid biomassa zó heet, zeker met foute wind, dat het vuur diep de grond in vreet en het organisch materiaal ver-ast dat de bodem bindt.' Zo gauw de najaarsregens arriveren – in Europa valt alleen in Noorwegen meer regen dan in Portugal – leidt dat tot erosie en bodemverzakking.

Daarnaast is er de ecologische schade: door de jaarlijkse branden, waarvoor in de loop der jaren weinig arealen gespaard blijven, worden 'oude, rijpe bodems' met hun specifieke flora en fauna steeds zeldzamer. Alleen zeer bepaalde planten profiteren van bosbrand, zoals de adelaarsvaren en de acacia, een verwilderde exoot die een ware plaag vormt in Portugal.

Een heel ander probleem, zegt Jansen, is dat de meeste bosbranden niet door blikseminslag of onachtzaamheid ontstaan, maar opzettelijk worden aangestoken. Er zijn dit jaar al 105 mensen wegens brandstichting gearresteerd.

Het gaat niet alleen om pyromanen, meent Jansen. Veel partijen hebben een economisch belang bij de branden. Aannemers willen nieuwe bouwterreinen, wrokkige boeren en herders willen landbouw-en weidegronden terugveroveren, (vrijwillige) brandweerkorpsen willen werk om wat bij te kunnen verdienen, en de houtverwerkende industrie wil hout.

'Een afgebrand bos moet snel worden gerooid, zodat het hout niet ten prooi valt aan insecten. Een bosbrand levert direct massa's goedkoop hout op, dat ideaal is voor de fabricage van spaanplaat. Sommige brandstichters blijken voor hun werk te zijn betaald.'

Brandgangen

In Portugal wordt al jaren vergeefs gepleit voor hervorming van het bosbeheer. Het gaat onder meer om herverkaveling van verwaarloosde percelen, de aanleg van meer brandgangen en het vervangen van eenzijdige productiebossen door gevarieerder beplante arealen, waardoor brand minder snel om zich heen kan grijpen. Dit werd deze week nog bepleit door milieugroep Castelo Branco. Tot dusver liggen de particuliere boseigenaren echter dwars. En die bezitten 90 procent van de bossen.

Volgens Jansen moet de oplossing worden gezocht in een geïntegreerde ecologische, economische en sociale aanpak van marginale bergstreken. 'In natuurgebieden zoals Serra da Estrela betekent dit het revitaliseren van de kleinschalige plattelandseconomie, met zijn duurzame landbouw, veeteelt, waterbeheer en landschapsbeheer.'

Er moet iets structureels gebeuren, riep de Portugese premier Sócrates deze week. Maar dit betekent wel dat Portugal afscheid moet nemen van de idee dat het een groot houtexporterend land kan zijn, stelt Jansen. 'En het is de vraag of daartoe de politieke wil bestaat.' Tot die politieke wil er is, zal Portugal blijven branden.

Meer over