Eenwording in het veen

Op de grens van Groningen met Duitsland is een nieuwe woonkern gepland. Europadorp moet een schoolvoorbeeld worden van eenwording in de grensstreek....

Fier wappert de Europese vlag aan de vlaggenmast in de tuin van het kleine gemeentehuis van het Oost-Groningse Wedde. Martin Dubbeling van het bureau voor stedenbouw en architectuur Kuiper-Compagnons komt zijn voorlopig definitieve ontwikkelingsplan langsbrengen bij de gemeente. Zijn ringband bevat schematische tekeningen en sfeerfoto's van zijn project, de bouw van een nieuw dorp met als werktitel: het Europadorp. Ofte wel: das Europadorf.

'Het moet een grenzeloos dorp op de grens worden.' Aangenaam verrast door de poe van zijn eigen opmerking, herhaalt Dubbeling de zin nog een paar keer: 'een grenzeloos dorp op de grens.' Dus niet een gemeente als Baarle-Nassau op de grens met Belgidat in feite niet meer is dan twee dorpen die met hun rug tegen elkaar aan zijn gegroeid. Maar een grensoverschrijdend, misschien wel grensverleggend project, een voorbeeld van Europese integratie, de Europese eenwording in de praktijk. Je ziet de reclameleuzen al voor je.

Dubbeling is als stedebouwkundige sinds begin 2003 betrokken bij de ontwikkeling van het nieuwe dorp op de grens van Duitsland en Nederland. Samen met een Duits bureau, NLG, en met behulp van een projectsubsidie van VROM heeft hij de afgelopen tijd een ontwikkelingsvisie voor het gebied geschreven, die in september aan de gemeenteraden van de twee betrokken gemeenten, het Nederlandse Bellingwedde en het Duitse Rhede-Ems, officieel wordt gepresenteerd. Als de reacties positief zijn, kan worden begonnen met de uitwerking, het zoeken van financiers, het informeren van de buurtbewoners en natuurlijk het maken van een gedetailleerd stedebouwkundig en architectonisch ontwerp.

Plaats van de handeling is het voormalige veengebied van Oost-Groningen, of zoals Dubbeling het zegt: de achterkant van Nederland, gebied van smokkelaars. Hoe dichter je bij de grens komt, hoe armoediger het wordt. Links en rechts van de provinciale weg schieten de met bomen omzoomde weilanden voorbij, met her en der een huis. Dubbeling, die de regio inmiddels op zijn duimpje kent, ziet het onderscheid: boerderij, burgermanswoning, landarbeidershuis, Duitse huizen ('die hebben een knikje in het dak'), Nederlandse huizen, het verlaten Zollamt. 'Vroeger ging Duitsland hier om tien uur op slot.' Nu herinnert alleen het blauwe EU-bord met Wilkommen in Deutschland aan de grens.

Het plan voor het grensdorp ontstond een paar jaar geleden in Bellingwedde. De gemeente wilde groeien, maar werd daarin beperkt door het Streekplan van de provincie, dat slechts een aantal plaatsen aanwijst als groeikern en de groei van overige plattelandsgemeenten aan banden legt. Volgens het Streekplan mogen dorpen alleen voorzien in hun eigen bescheiden groei. En om te voorkomen dat elk dorpje zijn eigen nieuwe woonwijkje zou bijbouwen, gaf de gemeente Bellingwedde opdracht voor een plan om alle uitbreidinkjes tot nieuw dorp te bundelen. Dubbeling: 'Dat spaart de kwaliteit van de dorpen en van het landschap.'

Daar kwam bij dat Bellingwedde en Rhede er al een jarenlange goede verstandhouding op nahielden. Samenwerkende scholen, gedeelde voorzieningen als de brandweer, bewoners die over en weer winkelen. Dus wat is er dan in het licht van de steeds verdergaande Europese integratie symbolischer dan een dorp op een voorbije scheidslijn?

Vooralsnog zijn de contouren van het dorp, zo'n krappe veertig hectare, en de infrastructuur vooral duidelijk op papier. De precieze locatie van het nieuwe dorp is inmiddels wel vastgesteld. En zeg maar off the record wil Dubbeling de plaats van het toekomstige dorp ook best laten zien. Vanuit de auto wijst hij aan: die houtwal daar is de landsgrens, vanaf hier begint de bebouwing, dit prachtige eikenlaantje wordt een hoofdweg, die sloot vormt de buitenste rand van het dorp, daar komen woningen aan het water met steigers voor bootjes. 'Voor een groot deel wordt gewoon gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur.'

Maar concreter dan dat het dorp 'in de buurt van de Rhederweg' komt te liggen, de provinciale weg die leidt van Bellingwedde naar Rhede, mag het niet in de krant. Dubbeling: 'Het is netter om eerst de gemeenteraad in te lichten. Maar bovendien, beide gemeentes willen voorkomen dat projectontwikkelaars met die grond gaan speculeren, met als gevolg dat de prijzen enorm stijgen.'

Het is niet de eerste keer dat in Nederland een dorp uit de grond wordt gestampt. In de jaren vijftig bouwden een club architecten rond Aldo van Eyck en Gerrit Rietveld Nagele volgens de toen geldende sociale idealen, een paradijs voor de gewone man, in de nieuwe Noordoostpolder. Maar ook Biddinghuizen en andere dorpen in de Flevopolder zijn op de tekentafel ontwikkeld.

Het grensdorp volgt de trend op het gebied van de ruimtelijke ordening in Nederland. Dubbeling: 'Steden zitten aan de grens wat hun groei betreft, dorpen mogen niet verder groeien, tegelijkertijd groeit de behoefte aan landelijk wonen, en zijn door varkenspest, gekke koeien, kippenpest en mond-en klauwzeer honderden hectaren landbouwgrond vrijgekomen. Op congressen en in publicaties worden levendige discussies gevoerd over het gebruik en de vormgeving van het platteland.'

Een heel nieuw dorp bouwen, is dan ook niet het probleem. Het moeilijke zit hem in een nieuw dorp bouwen op de grens. Neem alleen al de samenwerking met het Duitse ingenieursbureau. Dubbeling: 'Wij zijn gewend om heel veel te ontwerpen en dan op een gegeven moment te kiezen op een bijna intui¿tieve manier voor een bepaald model. De Duitsers beginnen ook breed, maar blijven onder het mom van Grchkeit steeds maar nieuwe mogelijkheden aandragen.'

Het model dat uiteindelijk aan de gemeenteraad wordt gepresenteerd is een mix van drie dorpsvarianten: het moderne lintdorp, het vestingstadje en de Floriade-variant van 'hoogwaardige architectuur in een parkachtige omgeving'.Onstwedde, Wedde, Vriescheloo, Bellingwedde, en dan naar Duitsland: Rhede, Aschendorf Dubbeling rijdt er graag voor om, om een goede indruk te geven van wat er komen gaat. 'Zo ongeveer moet het Europadorp ook worden', zegt hij als hij door een van de lintdorpen rijdt. Mooie lommerrijke lanen met ernaast veelal goed onderhouden monumentale boerderijen. Heel typerend zijn de zichtlijnen: tussen de huizen door zie je af en toe de uitgestrekte weilanden, de horizon.

'Wat we niet willen, is die huizen kopin; het moet geen openluchtmuseum worden. Wel hebben we ons laten inspireren door bijvoorbeeld de landelijkheid,de manier waarop landschap en bebouwing compleet met elkaar vermengd zijn. Je kunt niet zien of de huizen of de bomen er eerder waren. Met andere woorden: of het dorp is volgezet met bomen, of dat de huizen tussen de bomen zijn neergezet.'

Ook qua grootte, inwonersaantal (nu geschat op 3000) en programma zal het nieuwe dorp niet veel afwijken van de bestaande dorpen. Gezien de toekomstige inwoners, naar verwachting boeren, mensen uit de regio en mensen die komen rentenieren, wordt er naast bospartijen, nieuwe woningen en een 'dienstensupermarkt', ruimte vrijgemaakt voor landbouwgrond wellicht voor een golfbaan.

Maar voordat het zo ver is, moeten beide gemeenten en beide landen nog allerlei hindernissen nemen. In stedenbouwkundige zin alleen al zijn er behoorlijke verschillen. 'Wij Nederlanders doen graag aan landschapsbouw en zijn heel makkelijk in het toevoegen van een paar bospercelen aan het bestaande landschap. Dat was voor de Duitsers ondenkbaar.

'Wat je ook ziet is dat de waterhuishouding in het Duitse gebied, heel anders geregeld is dan in Nederland. In Duitsland wordt het hemelwater opgevangen en zo snel mogelijk afgevoerd naar zee. In Nederland doen we veel meer aan de lokale berging van water. Overal zie je slootjes en watertjes. Het waterpeil is bij ons ook veel hoger dan over de grens. Nu is er nog nergens een open waterverbinding met Duitsland. Die zal er wel moeten komen.'

Een ander praktisch probleem waar in dit stadium nog geen oplossing voor is, zijn de grondprijzen. Die zijn in Nederland aanzienlijk hoger, evenals de bouwprijzen. 'De vraag is nu: hoe ga je dat organiseren? Vorm je een ontwikkelingsmaatschappij met grondprijs en bouwprijs. Of houd je twee grondprijzen.' En dan hebben we het nog niet eens gehad over de wet-en regelgeving. 'Je hebt ineens te maken met twee bestemmingsplannen. Dat zijn vraagstukken waar we over na moeten denken.'

Meer over