Eenmansgenre

Ooit was Nick Cave een boze man die boze platen maakte. Omdat hij daar in de vroege jaren tachtig mee begon, was de verleiding groot hem op één hoop te gooien met al die artiesten die pseudo-kwaaiig meedeinden op de hekgolf van de punkbeweging....

Vier jaar geleden bewees hij op The Boatman's Call dat er, de beperkingen van dat genre in acht genomen, nog volop vooruitgang zat in zijn stiel. Tot dan toe lieten zijn beste songs zich doorgaans vergelijken met vulkaanuitbarstingen waarin hij zijn donkere stem moest geselen om de ontploffing nog een beetje bij te kunnen benen. Ineens bleek hij zijn boodschap ook fluisterzacht voor het voetlicht te kunnen brengen.

Dat is niet anders op het onlangs verschenen No More Shall We Part. Cave vertelt er weer op los, en geeft in zijn teksten blijk van berusting en geborgenheid. De meest opvallende figurant is God, wiens naam in bijna alle liedjes voorbijkomt. Bijna net zo opvallend is de rol van de gezusters Kate en Anna McGarrigle, die in bijna alle liedjes op de achtergrond meezingen.

Dat was vroeger weggelegd voor The Bad Seeds, sinds het midden van de jaren tachtig Cave's vaste begeleidingsband. Zet het potige mannenkoor van weleer tegenover het engelachtige gemurmel van de McGarrigles, en het verschil tussen vroeger en nu is adequaat uitgedrukt.

Nick Cave wordt steeds beter. Hij hoeft zichzelf niet zo nodig meer te overschreeuwen. Je mag alleen maar hopen dat hij, in de vorm die hem nu tekent, voor een volgende plaat wat minder tijd nodig heeft.

Meer over