reportage

Eenmaal naar het platteland verhuisd, klaagt de Franse stedeling over de kraaiende haan

In bijna alle grote Franse steden neemt elk jaar het aantal inwoners af door de trek naar het platteland. Daar leidt de komst van deze néo-ruraux tot conflicten met de oorspronkelijke bewoners. Zoals in de zaak-Maurice, over een haan die aanleiding was voor een nieuwe wet.

De familie Fesseau heeft een opvolger van Maurice, die tijdens de eerste lockdown vorig jaar stierf aan snotziekte. Ook die heet Maurice.  Beeld Aurélie Geurts
De familie Fesseau heeft een opvolger van Maurice, die tijdens de eerste lockdown vorig jaar stierf aan snotziekte. Ook die heet Maurice.Beeld Aurélie Geurts

Kent u het verhaal van haan Maurice? De bekendste haan van Frankrijk, die voor de rechter werd gedaagd omdat hij zijn dag te vroeg begon met kraaien? Nee, dit is geen slechte mop. Dit is het verhaal van een haan die tot nationale held werd verklaard.

Zijn dood was wereldnieuws, vorig jaar zomer. Want Maurice liet zich door niets en niemand de mond snoeren. En zeker niet door die vermaledijde stadsmensen op zoek naar een smetteloos boerenlandschap, ontdaan van hinderlijke geuren en geluiden. Het beest mag nu dood zijn, zijn strijd leeft nog voort. Daarover gaat dit verhaal.

De zaak-Maurice is een zaak over de waarden van het Franse platteland en over wie het daar voor het zeggen heeft. Steeds meer Franse stedelingen verlangen ernaar hun woonplaats te verruilen voor een groenere bestemming – weg van de hoge vastgoedprijzen, de luchtvervuiling en de stress van de stad, aangetrokken door de charme van een authentiek en eenvoudiger leven. Maar de komst van deze néo-ruraux, zoals de nieuwe plattelandsbewoners worden genoemd, leidt steeds vaker tot conflicten tussen de nieuwkomers en de oorspronkelijke bewoners. Over hoe te boeren, hoe te leven, en vooral: hoe samen te leven.

. Beeld .
.Beeld .

Oesters en wijn

Voor de Franse kust, op zo’n twee uur rijden van de stad Bordeaux, ligt Île d’Oléron. Een eiland vol uitgestrekte velden, kliffen en zandstranden waar de mensen leven van visserij, landbouw, wijnproductie en oesterkweek. ‘Eigenlijk alles wat je wensen kunt’, zegt Corinne Fesseau. Ze woont in Saint-Pierre-d’Oléron, de grootste gemeente van het eiland. In haar straat vol stokrozen is het zo rustig dat je rond het middaguur slechts het geluid hoort van bestek dat tegen borden tikt.

En af en toe klinkt er gekraai. In de tuin van echtpaar Fesseau scharrelt een nieuwe Maurice, vernoemd naar zijn voorganger die tijdens de eerste lockdown vorig jaar stierf aan snotziekte, een luchtwegaandoening bij kippen. Want noch mevrouw Fesseau noch het eiland kan zonder Maurice. Twee jaar na de rechtszaak staan er nog altijd nieuwsgierige journalisten op de stoep, een documentaire over de haan is in de maak.

In 2017 kwam mevrouw Fesseau thuis met Maurice de eerste, tot woede van haar achterburen – hun tweede huis op Île d’Oléron was bedoeld voor hun rust. Het conflict liep zo hoog op dat de zaak voor de rechter verscheen. De burenruzie werd een landelijke kwestie. 140 duizend Fransen tekenden de petitie die Maurice het recht op kraaien gunt. De haan werd het symbool voor het bedreigde platteland, niets minder dan de Franse tradities stonden op het spel.

‘Mijn verhaal heeft iets ontketend’, zegt Corinne Fesseau trots. ‘De kwestie is groter dan Maurice. Het gaat om de néo-ruraux die naar het platteland komen met het idee dat alles schoon en stil moet zijn. Ze ontvluchten de hel van de stad, maar hier is ieder geluid hun te veel. Ze verdragen niets en niemand.’

Louise en Juliette begonnen een openluchtrestaurant op het eiland. De stiefvader van Louise, boer Samuel, levert de verse groenten.  Beeld Aurélie Geurts
Louise en Juliette begonnen een openluchtrestaurant op het eiland. De stiefvader van Louise, boer Samuel, levert de verse groenten.Beeld Aurélie Geurts

Aangewakkerd door de lockdowns in coronatijd zoeken steeds meer Fransen hun heil buiten de grote stad. ‘Ongelofelijk hoeveel huizen hier zijn opgekocht door néo-ruraux’, zegt Fesseau. ‘Ze knappen de boel op, dat is fantastisch en goed voor het eiland. Maar ze zeggen geen bonjour en beklagen zich over van alles. Als eilandbewoners zijn we hartelijk, we delen graag in de oesters en wijn. Maar respecteer onze tradities en kom niet je stedelijke regels opleggen. Hier heerst de wet van het platteland.’

Recht op ezels

De trend naar het platteland is al langer gaande. Al voor de coronacrisis zou een op de twee stedelingen graag dichter bij de natuur wonen, bleek uit een studie van het Franse peilingsbureau Ifop in 2019. Zo’n honderdduizend mensen per jaar zetten daadwerkelijk de stap. Ter vergelijking: waar je volgens vastgoedwebsite Meilleurs Agents in Parijs gemiddeld ruim 11 duizend euro per vierkante meter betaalt, is dat in Saint-Pierre-d’Oléron ongeveer 3.000 euro.

Met uitzondering van Toulouse en Lyon verliezen de grote steden ieder jaar meer inwoners dan er bijkomen. De crisis heeft die trend versterkt. Daarmee neemt ook het aantal conflicten toe. Jaarlijks zijn er in Frankrijk honderden zaken zoals die van Maurice. Nieuwkomers op het platteland klagen over loeiende koeien, stinkende mest of fluitende vogels. Op Île d’Oléron zijn ook de zeemeeuwen en het geluid van vissersboten aanleiding voor klachten.

Bij burgervader Christophe Sueur zijn ze aan het verkeerde adres. Na de klachten over Maurice klopte Corinne Fesseau bij hem aan voor raad. ‘Haar verhaal heeft me geraakt’, vertelt Sueur lopend door het centrum van Saint-Pierre-d’Oléron. ‘Mijn grootvader hield kippen in zijn tuin en verbouwde zijn eigen groenten. Het is de duurzame levensstijl waar iedereen nu de mond van vol heeft. Die néo-ruraux stemmen ecologisch, maar verdragen geen hanen, geen trekkers, geen andere elementen van het platteland. Ze trekken naar een plek met tradities en geschiedenis, maar willen er hun stadse levensstijl behouden.’

Armell (rechts) en Kevin werken met therapiepaarden.  Beeld Aurélie Geurts
Armell (rechts) en Kevin werken met therapiepaarden.Beeld Aurélie Geurts

In reactie op de klachten liet de burgemeester een gemeentelijke verordening uitgaan die het landelijke karakter van het eiland moet beschermen. ‘We zijn een plattelandsgemeenschap, dus mogen onze inwoners hier dieren houden’, licht Sueur de verordening toe. Behalve hanen en kippen noemde hij ook ezels als voorbeeld in de verordening. Want, zegt hij met ingehouden grijns: ‘Saint-Pierre-d’Oléron mag ook zijn ezels hebben.’

Ecologisch Disneyland

De zaak-Maurice heeft ook landelijk gevolg gekregen. Begin dit jaar nam het parlement een nieuwe wet aan die het ‘zintuiglijk erfgoed’ van het platteland moet beschermen. Zodat de typische geuren en geluiden, en de tradities die daarmee gepaard gaan, beter bestand zijn tegen de talloze botsinkjes der beschavingen met de komst van néo-ruraux.

De vraag is nu: welke geuren en geluiden zijn onlosmakelijk verbonden met dat platteland? Daarvan zal elke regio in Frankrijk een eigen inventarisatie moeten maken, zegt advocaat Timothée Dufour van het Parijse advocatenbureau Gide Loyrette Nouel. Opgegroeid in een familie van koeienboeren staat Dufour geregeld boeren bij. ‘Deze wet is heel fundamenteel. Iedere week lees je wel weer een bericht over Parijzenaren die de stad willen verlaten. De vraag hoe samen te leven op het platteland dringt zich steeds nadrukkelijker op. Ik kan je niet eens vertellen hoeveel telefoontjes ik krijg over dit soort discussies.’

Namens een kleine bioboer in Adainville, een dorpje in Yvelines, is Dufour verwikkeld in een andere mediagenieke zaak. Zijn cliënt wil een boerderij openen met dertien koeien en een stoeterij. Maar een buurvrouw, de bekende Franse uitgever Odile Jacob, heeft een paar honderd meter verderop een tweede huis en vreest voor haar rust. Jacob wordt bijgestaan door Corinne Lepage, voormalig minister van Milieu. De Raad van State stelde de bioboer begin dit jaar in het gelijk, maar Jacob zint op vervolgstappen.

Oesterkweek is een van de inkomstenbronnen op Île d’Oléron. Beeld Aurélie Geurts
Oesterkweek is een van de inkomstenbronnen op Île d’Oléron.Beeld Aurélie Geurts

‘Zo’n 80 procent van de Fransen heeft wortels op het platteland’, zegt Dufour, ‘en toch zie je steeds meer geschillen over hoe er te leven. Boeren staan tegenover een minderheid die van het platteland een steriel attractiepark wil maken, als een ecologisch Disneyland.’ Hij hoopt dat de wet niet zozeer de ‘ouderwetse landbouw’ beschermt, maar ruimte biedt aan de ontwikkeling van lokale, kleinschalige landbouw. ‘Veel hangt af van hoe rechters de tekst gaan behandelen. Over een jaar zullen we de balans opmaken wat de wet ons heeft gebracht.’

Eindelijk vrij

Het fenomeen van stedelingen die het platteland herontdekken is intussen zo populair dat er sinds kort een magazine over is, NeoRuro. Hoofdredacteur Denis Pilato verruilde twee jaar geleden zijn Parijse appartement voor een huisje in de Bourgogne, op zoek naar een leven met meer rust en minder stress. Met zijn blad vol voorbeelden en praktische adviezen wil hij mensen inspireren die, net als hij, ‘eindelijk vrij’ willen zijn.

Om de zaak-Maurice heeft hij hartelijk gelachen. Maar de meeste néo-ruraux begrijpen volgens Pilato wel dat een borreltje met de buren doorgaans beter werkt dan een lang proces. Bovendien, zegt hij: ‘Veel néo-ruraux zijn orthodoxer dan de plattelanders zelf. Juist zij willen alles doen om het typische plattelandsgevoel te behouden. Ze zijn blij eindelijk in hun 19de-eeuwse boerderijtje te zitten. Dan moet dat hoekje natuur zich niet ook nog gaan ontwikkelen als stad. Daarom zie je juist néo-ruraux vaak demonstreren tegen nieuwbouw van megastallen, windmolens en het ongelimiteerd gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen.’

Op Île d’Oléron heeft Corinne Fesseau haar buren al een tijd niet gezien, naar verluidt hebben ze het huis te koop gezet. Toch raakt ze niet uitgepraat over de strijd die ze zal blijven voeren voor het platteland. Al moet ze toegeven, de zaak heeft ook plezier gebracht. ‘Een wet voor een haan? Hahaha. We hebben hard gelachen, ja, zo is het ook.’

Meer over