Eenderde zwakzinnigen in internaat beperkt in vrijheid

Een op de drie bewoners van zwakzinnigeninternaten wordt in zijn bewegingsvrijheid beperkt. Dat gebeurt soms door opsluiten of vastbinden. Andere vrijheidsbeperkende middelen en maatregelen: er worden stoelen gebruikt waar iemand zelf niet uit kan komen, en washandjes worden om de handen gebonden om te voorkomen dat de handen kapot worden...

Van onze verslaggeefster

Jet Bruinsma

DEN HAAG

Deze gegevens kwamen aan het licht bij een bliksem-enquête door de Inspectie voor de Gezondheidszorg van het ministerie van VWS. In ronde getallen weergegeven betekent dit dat tienduizend van de dertigduizend internaatsbewoners hebben te maken met vrijheidsbeperkingen.

'Dat is veel te veel', concludeert een woordvoerder van de inspectie. De internaten - te onderscheiden van gezinsvervangende tehuizen, waar lichter gehandicapten verblijven - registreren het gebruik van middelen en maatregelen. Dat zijn ze sinds januari vorig jaar wettelijk verplicht. Maar van een eenduidig beperkingsbeleid is nog geen sprake. De inspectie gaat er nu, zoals de woordvoerder het uitdrukt, 'vol in' om het aantal vrijheidsbeperkende maatregelen te verminderen en meer op één lijn te brengen.

Het spoedonderzoek van de inspectie heeft een curieuze voorgeschiedenis. Staatssecretaris Terpstra van VWS heeft haar inspectie hoogstpersoonlijk aan het werk gezet, nadat ze enkele weken geleden door ongeruste ouders werd aangesproken over wantoestanden in de zwakzinnigenzorg. Dat gebeurde na de opnamen van een tv-uitzending over Jolanda Venema, het meisje dat jarenlang naakt was vastgebonden in een hok, tot haar ouders daaraan in 1988 een eind maakten door het drama in de openbaarheid te brengen.

Zelden zal een programma - De tijd stond even stil, vanavond om 22.02 uur bij de NCRV op Nederland 1 - nog voor de uitzending hebben geleid tot zoveel actie. De emotionele verhalen van ouders waren voor Terpstra de aanleiding het staatstoezicht te vragen om nog vóór de uitzending duidelijkheid te verschaffen over mogelijke wantoestanden. Zo zouden nog altijd verstandelijk gehandicapten wegens probleemgedrag in een kast worden opgesloten. En zou bij een internaatsbewoner zonder verdoving het gebit zijn getrokken.

De verhalen van de ouders brachten een schokgolf teweeg in de zwakzinnigenzorg. Sinds de dramatische foto van Jolanda eind 1988 in de kranten was verschenen, was er immers toch veel gebeurd? Internaten met gedragsgestoorde bewoners kunnen zich laten bijstaan door een consulententeam van deskundigen; instellingen proberen moeilijke bewoners een leefbaarder bestaan te bieden door hen meer aandacht te geven. Was er dan helemaal niets veranderd?

Voorzitter P. Bottelier van de Nederlandse Vereniging voor Gehandicaptenzorg riep alle internaten per brief op om voluit medewerking te verlenen aan de enquête van de inspectie. Niet alle problemen zijn opgelost, en absolute garanties zijn nooit te geven. 'Maar God verhoede dat het geschetste beeld juist is', schreef hij. Ook het Werkverband van Ouderverenigingen rond Internaten (WOI) wilde verhoeden dat de reputatie van de zwakzinnigenzorg door de tv-uitzending een knauw zou krijgen. Want ook volgens WOI-directeur A. Jongerius is er wel degelijk veel verbeterd sinds 1988.

Niettemin zijn bij het WOI ten minste vijf ongelukken uit het afgelopen jaar bekend. Bij een internaatsbewoner werd het gebit getrokken, zonder toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger. De patiënt werd wèl verdoofd. Elders werd een afdeling gesloten zonder dat werd overlegd over waar de bewoners vervolgens onderdak zouden krijgen.

Een bewoner werd mishandeld door de groepsleiding van de inrichting. Een internaat gaf een bewoner, zonder dat diagnose en oorzaak bekend waren, andere medicijnen zonder toestemming van de familie. Een internaat schakelde het consulententeam te laat in; een collega-instelling, gespecialiseerd in gehandicapten met probleemgedrag, concludeerde dat de bewoner ernstig was verwaarloosd. Een bewoner verblijft in een crisisopvang na ruzie over behandeling en medicatie.

Al die gevallen waren reeds bekend bij de inspectie. Er zijn op last van de inspecteur maatregelen genomen om herhaling te voorkomen.

Tijdens haar bliksemonderzoek kwam de inspectie een geval van gebitsextractie zonder verdoving op het spoor. De tandarts die deze mishandeling drie jaar geleden uitvoerde werd ontslagen door het internaat, nadat de directie door personeel en familie was ingelicht.

Het komt vaker voor dat het gebit van een ernstig gehandicapte wordt getrokken. Er zijn bewoners die een zodanig gestoord gedrag vertonen, dat zij hun gebit als het ware vermalen en vergruizen. Anderen zijn voortdurend dwangmatig bezig zich te bijten. Als andere maatregelen falen, wordt soms, in overleg met familie of mentor tot extractie besloten. Uiteraard gebeurt dat onder verdoving. De behandeling wordt uitgevoerd door tandartsen die gespecialiseerd zijn in de bijzondere tandheelkunde: in de behandeling van patiënten met bijzondere kenmerken, zoals verstandelijk gehandicapten.

Het beeld dat wordt opgeroepen door het inspectie-onderzoek is minder alarmerend dan de uitspraken van de ongeruste ouders deden vermoeden. Medische behandelingen van zwakzinnigen zijn alleen toegestaan als de regels van een protocol worden gehanteerd. En dat gebeurt ook, schrijven de internaten. Consulententeams worden wel degelijk ingeschakeld als dat nodig is.

De recente bevindingen van de inspectie over het groot aantal vrijheidsbeperkingen spoort met eerder onderzoek. Kort geleden leverde een studie in de Apeldoornse instelling Groot Schuylenburg soortgelijke resultaten op.

In het maartnummer van het Nederlands Tijdschrift voor Zwakzinnigenzorg schrijven de onderzoekers dat middelen en maatregelen vaker worden toegepast om materiaal te beschermen dan om te voorkomen dat schade wordt toegebracht aan mensen. Onaangepast gedrag dat geen directe schadelijke gevolgen heeft, wordt relatief vaak genoemd als motief om iemands vrijheid te beperken. Het effect van zulke maatregelen is betrekkelijk: vrijheidsbeperking helpt wel bij agressieve en destructieve bewoners, maar niet bij bewoners die alleen onaangepast zijn.

Volgens directeur Jongerius van het WOI behoren drama's als dat met Jolanda vrijwel tot het verleden. Maar het chronisch leed dat het gevolg is van personeelsgebrek in de instellingen, is nog volop aanwezig. 'Juist dat maakt ouders zo woedend. Ze kunnen met hun klachten nergens heen.'

In het huisblad van het internaat Maria Roepaan in Ottersum komt Tiny, 38 jaar en sinds haar elfde opgenomen, aan het woord. Tiny wordt snel agressief met mensen in haar buurt. Ze heeft een eigen kamer en een tuin, maar ze zit het grootste deel van de dag opgesloten, omdat er geen personeel is om haar te begeleiden.

'Ik vind dat ik veel te veel alleen ben en daar kan ik niet goed tegen', vertelt Tiny. 'Mijn huis is eigenlijk een gevangenis, want als ze de deur dichtmaken, kan ik er niet uit. Als er meer personeel was zou ik niet zoveel op mijn kamer hoeven te zitten.'

Meer over