Een zwarte rechterhand na een nachtje München

Jong München danst graag in loodsen en opslagplaatsen. Of op het voormalige vliegveld Riem, waar de incheckbalies bierbalies zijn geworden....

HENRICO PRINS

Markus loop ik tegen het lijf op de Marienplatz, het plein voor het raadhuis van München, waar je dus ook tijdens een allerverschrikkelijkste plensbui om vijf uur 's middags een legioen Amerikanen en Japanners kunt aantreffen, die met vertederde blik staren naar het klokkenspel en de dansende poppen die daarbij horen.

'Hebben ze thuis niet, hè', tettert Markus, die ladderzat viert dat hij soldaat-af is, ongevraagd in mijn oren. Hij heeft zes wankelende vrienden bij zich; die zijn ook dronken. Ze hebben kortgeschoren koppen en gaan gehuld in witte sweaters, waar een zwart balkenkruis achterop staat. Beetje eng wel. Als een van hen om de zoveel minuten op een fluitje blaast, schreeuwen ze heel hard, telkens dezelfde kreet, en die is onverstaanbaar. Niemand kijkt ervan op.

München, dat is: het Hofbräuhaus aan de Platzl. Een Biergarten in elke straat. Een kalender die volgepropt zit met hele en halve feesten: Auer Dult, Frühlingsfest, Fasching, Starkbierzeit en, als onbetwistbaar hoogtepunt, het Oktoberfest (dat zich, merkwaardigerwijs, grotendeels in september afspeelt - zestien dagen zuipen). Van buiten de stad komen er, elk jaar weer, acht miljoen mensen op af.

'Maar toeristen', zegt Markus hoofdschuddend, 'toeristen vergeten de leukste dingen.' Dat wil hij best laten zien en 's avonds om elf uur ontmoet ik hem daarom op het Hauptbahnhof. 'Heb je een plattegrond?', vraagt hij, en hij legt uit wat we gaan doen. De jeugd van München, de 'mensen uit de Szene', het 'dansvolk', zul je op vrijdag- en zaterdagavond niet aantreffen in het café. 'Kneipen zat, maar die zijn voor oude mensen en ze gaan vaak vroeg dicht.'

Wij gaan naar de Hallen. Wat dat zijn? 'Kom je wel achter', zegt Markus, die poogt een logische route uit te stippelen op de kaart - wat die Hallen ook wezen mogen, ze zijn in elk geval ver weg.

We nemen een taxi naar de Helmholtzstrasse. Die bevindt zich op een doods industrieterrein - voordat je er bent, passeer je minstens vier met gras overwoekerde spoorwegovergangen. Doel van deze onderneming: Tilt, een tussen de barakken en loodsen weggestopt gebouw waarin alleen de grootste optimist een Halle zou herkennen.

Op een glibberig laad- en losplatform is de ingang. Voor tien mark per persoon mag je naar binnen, in ruil daarvoor krijg je een vet stempel op je hand. HUALP, brult het stempel. Markus weet niet wat het betekent. Het meisje achter de kassa weet ook niet wat het betekent.

Binnen is het groter dan verwacht. Vierkante doos, hoog plafond, een podium met tafeltjes, een bar. Bier drink je hier uit halve-literflessen en die kosten vijf mark en nog wat, hangt van het merk af. Dansen doen ze op een raar mengelmoesje van Bryan Adams, Offspring en Iggy Pop. Dondert niet wat, als er maar gitaren in zitten: kein Techno! Dit geheel staat op kleurige biljetten aangekondigd als Disco Orange, een begrip, elke vrijdag en zaterdag van tien tot vier. We want you to dance, goed, dat lijkt een loffelijk streven.

Na een half uur hebben we het gezien. Een paar honderd meter verderop is nog een Halle, nou ja, soort van: Backstage is ook alweer zo'n club in een krakkemikkig onderkomen. Ze hebben een thema-avond: Generation X-Move, met hip hop en ragga. In de andere zaal speelt een punkbandje uit Ierland, dat kan hier gewoon. Daar zijn de toeschouwers veelal onvervalste Alternativen, een al lang uitgestorven gewaand mensentype: kuifjes, leren jassen, lange hemden, slobberige broeken, legerkistjes.

Als je van de ene zaal naar de andere loopt, kom je langs de Biergarten van Backstage. Een weidse benaming voor een tentzeil en wat kratten, maar Backstage adverteert er zelfs mee. In München tel je kennelijk niet mee zonder biertuin.

De lol is er al gauw af. We hebben er wel weer een stempel bij, voor negen mark. 'Het gebeurt vanavond ergens anders', zegt Markus. Maar waar? Hij kiest de Alabamahalle, kilometers verderop. Als het daar tegenvalt, kunnen we altijd nog naar de aangrenzende Tempel. In de zojuist gehouden Nightlife Check van een hip magazine staan ze allebei in de Top-5 van angesagtesten Dance-Clubs. 'Hoe voller, hoe doller': met de Musik en de Atmosphäre is het dik in orde, en ook op het gebied van Flirts scoren ze hoog.

Onderweg legt Markus uit hoe die subcultuur van dansen in loodsen en opslagplaatsen is ontstaan. 'Een jaar of tien geleden doken er in industriegebieden buiten het centrum ineens allerlei tenten op. In de stad zelf was weinig te beleven, je had discotheken en dat was het, maar ineens kwam daar verandering in. En niemand had er last van, want in de buurt van die Hallen woonde geen mens.'

Nog niet, nee. Later vatte de gemeente het plan op om de voormalige fabrieksgrond vol te plempen met huizen. Veel Hallen konden weer opgedoekt, leek het, maar toen begin jaren negentig de ene legerkazerne na de andere werd gesloten, ontstond opnieuw ruimte voor vertier. De Alabamahalle en de Tempel, waar we intussen zijn beland, mogen het schoolvoorbeeld heten van die Hallen nieuwe stijl. Vroeger boden ze plaats aan het Amerikaanse leger, nu wordt er gedanst.

Bij de Alabamahalle kost een stempel vanavond vijftien mark. Dat lijkt nogal wat, maar op hoogtijdagen staan ze ervoor in de rij en dan mag het best wat kosten. De dansvloer puilt uit, er wordt hitparade-techno gedraaid, de sfeer is prettig maar verder is er weinig bijzonders aan de hand.

Dat is anders in de Tempel, een deurtje verderop. Al ruim voor de entree - tien mark, stempel in de vorm van een ghetto-blaster - dendert het geweld je tegemoet. Rookmachines hebben de hele ruimte volgeblazen, een white room noemen ze dat, je ziet geen hand voor ogen, maar het is wel erg spannend. Markus raakt zoek, ik probeer op de tast iets te vinden dat houvast biedt: een bar, een tafeltje. Als de mist is opgetrokken, zie ik Markus ergens in de verte enthousiast doen met een meisje. Ah, de Flirts. Die komt hier niet meer weg, denk ik. Overbodig. 'We moeten de Muffathalle nog zien', zegt Markus.

Vlak bij de Altstadt, op de rechteroever van de Isar, staat de Muffathalle. Het is een oude elektriciteitscentrale, die nog even heeft gefungeerd als sporthal. In twee jaar tijds groeide ze nadien uit tot culturele trekpleister van niveau. Vanavond heeft pianist Friedrich Gulda er nog gespeeld, maar na middernacht is zowel de grote zaal als het belendende café gereserveerd voor loom deinende massa's. Op twee kleine verhogingen staan toffe go go-danseressen te sloven, maar Markus en ik, we kunnen het niet zo goed meer bijbenen.

We gaan naar buiten en tellen op onze zwart geworden rechterhand: voor bijna honderd mark aan stempels. Ik zeg nog iets over de Elfstedentocht, dat het daar wel wat van weg heeft, maar leg dat maar eens uit aan een Duitser.

Geen van beiden hebben we de inkt van de stempels eraf kunnen poetsen, blijkt de volgende avond, als we per bus naar de voormalige luchthaven Riem gaan - een ritje van twintig minuten.

Riem is een paar jaar geleden vervangen door een splinternieuw vliegveld en dat bleek een niet te onderschatten injectie voor de Hallen-cultuur in München: een handige party-organisator heeft de kolossale gebouwen op Riem voor een appel en een ei gehuurd van de gemeente. Voor zolang het duurt, weliswaar, want op het uitgestrekte terrein is de bouw van een beurscomplex in volle gang. Datzelfde geldt voor de sloop van het vliegveld, maar met het neerhalen van de oude vertrek- en aankomsthallen, die pal naast elkaar liggen, wordt zo lang mogelijk gewacht. Sedert eind 1992 zijn ze in gebruik als locatie voor party's en concerten.

Leuke omgeving: de incheckbalies zijn bierbalies geworden, wachtruimten werden onberoerd gelaten. Elk weekeinde gebeurt er iets - als het niet in Terminal 1 of de Charterhalle is, dan toch zeker in de Wappensaal of de Hit FM Hall. En minstens eenmaal per maand (in de zomer wat vaker) zijn al die hallen samen het toneel voor 'mega-superfeesten', waarvan Munich's biggest airport party zone verreweg de bekendste is. 'Er zijn mensen', zegt Markus, 'die tweehonderd kilometer heen en terug rijden om daar bij te zijn.'

Om half elf gaan we eerst in de besloten Charterhalle naar een bandje kijken. Even na twaalven begint het voor de deur al aardig druk te worden. Nachtbussen en taxi's rijden af en aan, de parkeerplaats loopt vol. Elke hal is open, elke hal heeft zijn eigen muziek, maar overal domineren de harde beats en is de aanblik hetzelfde: dansende, zwoegende, zwetende, bier drinkende mensen.

Zoiets heeft een haast hallucinerende werking, een effect dat wordt versterkt als je de Schaumarea (met 'Europas grösster Schaumkanone') betreedt. Schuim zover het oog reikt - als je het al kunt zien, want je kunt er ook in badpak tot je kruin in rondwaden. 'Dat is pas echt smerig', vindt Markus.

Om vier uur gaan we terug naar het centrum van München, om te kijken of er in de doorsnee-discotheken nog wat te doen valt. Maar de meeste houden de deur potdicht. Of ze laten, zoals bij het Nachtcafé, de portier zeggen: 'Regular customers only', dat klinkt zo lekker internationaal. Het Park Café, ja, in een prachtig gebouw dat grenst aan de Alter Botanischer Garten, daar kunnen we nog in. De house scheurt door de boxen, het publiek is naar huis.

Als we, veel te laat, bij de gerenommeerde club P1 komen, in de kelder van het Haus der Kunst aan de Prinzregentenstrasse, mopperen we op het terras in het licht van de opkomende zon nog wat na met mensen die er ook niet werden toegelaten. Je moet chic gekleed gaan en zeer beroemd wereldburger zijn, legt Markus uit, om hier naar binnen te mogen. En dan nog - er doen genoeg verhalen de ronde van rijke, chique, befaamde lieden die gewoon werden weggehoond.

Acht uur later, vroeg in de middag, sta ik voor het Hofbräuhaus op een pleintje waarmee Anton Pieck wel raad had geweten. Aan de overzijde bevond zich tot voor kort de Platzl Bühne ('die Gaststätte mit Bayerischer Volksbühne'). Thans wordt die omgetimmerd tot ThEATerie, en je hebt maar weinig fantasie nodig om te bedenken dat die zich, met 'Harmonie aus Kunst und Küche', zal ontpoppen als drukbezocht onderkomen voor dolenthousiaste Amerikaanse toeristen van middelbare leeftijd, die net op de Marienplatz het klokkenspel in full swing hebben kunnen aanschouwen.

Nu moeten die Amerikanen hun toevlucht nog nemen tot het Hofbräuhaus. Niet te geloven, in dat barokke interieur kun je rustig een half uur rondlopen zonder een Duitse bezoeker te zien.

's Avonds na twaalven hoef je er trouwens ook niet meer te komen, dan is het dicht, zoals bijna alles in de binnenstad gesloten blijkt te zijn. Op de winkelpromenade van de Kaufingerstrasse warmt een Amerikaan met een gitaar zich aan de belangstelling van een handjevol mensen. In plaats van 'Close your eyes and I'll kiss you' zingt hij 'Open your legs and I'll kiss you'. Het meisje voor wie de tekst bedoeld is kan erom lachen, de andere toeschouwers ook, en hun gegrinnik klimt op tegen de gevels van de huizen. Dat kan geen kwaad, er woont toch haast niemand meer in de Altstadt.

Bij McDonald's op de Karlsplatz, daar is het druk.

Adressen: Tilt, Helmholtzstr. 12; Backstage, Helmholtzstr. 18; Alabamahalle/Tempel, Domagkstr. 33; Muffathalle, Zellstr. 4; Flughafen Riem, Töginger Str. 400; Park Café, Sophienstr. 7; Hofbräuhaus, Platzl 9. De maandbladen Prinz en Münchner Stadtmagazin, te koop in kiosken en boek- en tijdschriftenwinkels, bieden complete overzichten op het gebied van film, muziek, theater en het uitgaansleven, inclusief de meeste party's.

Meer over