Een zwarte kijk

Met 'Timon van Athene' levert Gerardjan Rijnders - zojuist onderscheiden met een oeuvreprijs - weer een echte Rijnders af. 'Tim' is voor zo'n 60 procent gebaseerd op de biografie van 'Pim'....

Door Karin Veraart

'De Shop' - het is een wat curieuze naam voor het vervallen pand aan het einde van een winderige Antwerpse kaai. Ooit, in de jaren zestig van de vorige eeuw, herbergde het een arbeidersbeurs, waar havenwerkers zich meldden om een scheepsklus toebedeeld te krijgen. Wie De Shop betreedt, gaat even terug in de tijd: de ene kant van de immense ruimte is nog immer groenig betegeld, de andere kant zachtroze, een indeling die verwijst naar de kleur van de werkkaarten van de arbeiders. Sommigen (de meer fortuinlijken) waren in het bezit van een groene kaart, die overging van generatie op generatie. Anderen hadden met veel moeite een roze exemplaar bemachtigd - geldig slechts voor de duur van een mensenleven. Een hoge, brede 'catwalk' hield de arbeiders uit elkaar. Boven hun hoofden, op die scheiding, stonden de bazen. Vanaf hun riante positie verdeelden zij de klussen.

Gerardjan Rijnders zag de locatie en kon er gelijk wat mee. Voor zijn nieuwe stuk Tim van Athene had hij meteen een nieuw thema: 'Ik dacht, daar moet een modeshow in.' Maar ook bij hem fungeert de catwalk als scheiding tussen de sociale klassen. Bovenop houdt Tim salon en ontvangt hij Nina, Cor en Sylvia, Roel en Frans; beneden ploetert zijn butler Herman. Met een knipoog naar Shakespeare is deze Tim gebaseerd op Pim. Fortuyn, dus.

Het is nog behoorlijk koud in De Shop. Op de hoge tribune die er inmiddels is ingebouwd zitten technici en acteurs weggedoken in dikke jassen. Vanaf zijn regietafel houdt Rijnders (1949) de boel in het oog. Het zijn deze avond vooral de technische details die worden nagelopen: licht, maar vooral verstaanbaarheid in die vreemd galmende arbeidersbeurs. Iedere verandering aan het decor betekent een verandering van akoestiek. Beneden stapt Aus Greidanus junior uit een witte bolide. Kijkend naar de jonge acteur krijg je het nog kouder, niet eens omdat hij schaars gekleed is maar vooral ook omdat het helemáál niet goed gaat met Tim.

'Ik kwam al vrij snel uit bij Timon van Athene. Ik heb een paar jaar geleden zelf meegespeeld in dat stuk, onder regie van Pierre Audi toen. Ik dacht: ja, op basis hiervan kan ik iets gaan schrijven over het fenomeen Fortuyn.' Het is Rijnders tweede locatie-regie in al die jaren. Het kwam er nooit van: met Toneelgroep Amsterdam bespeelde hij de stadsschouwburg, later het Transformatorhuis. Nu, als freelance-regisseur, is er meer mogelijk.

'De aanleiding was eigenlijk heel concreet', zegt hij de volgende dag in een behaaglijk verwarmde eetruimte in het gebouw: een verzoek van ZT Hollandia, bij monde van dramaturg Tom Blokdijk. Blokdijk droeg ook het hoofdthema aan: rijkdom. Daarop trad het Antwerpse Toneelhuis toe, werden er locaties gevonden (de Nederlandse in een suikerfabriek te Halfweg) en verwijderde het stuk zich verder en verder van Shakespeares versie. En in de tussentijd werd ook Pim Fortuyn vermoord.

Rijnders, droog: 'Ja, dat kwam er ook nog tussendoor. Maar daar hoefde ik niet lang over na te denken, dat vond ik eigenlijk alleen maar beter. Niet dat-ie doodging natuurlijk - maar wat betreft het stuk. Ik ben me toen ook gaan oriënteren op de oprichters van die LPF. Ben een aantal boeken gaan lezen, de biografie, artikelen. En ik heb Adri Duivesteijn gesproken, onder meer over hoe de PvdA tegen de ontwikkelingen rond de LPF aankeek. Tom Blokdijk en ik, we hebben hem opgezocht in Nieuwspoort. Ik vond het leuk om me nou eens in die politieke mechanismen te verdiepen. Ik snapte er eigenlijk nooit iets van en nu werd me dat haarfijn uitgelegd. Die machinaties zijn het belangrijkste thema geworden.'

Van Shakespeare gebruikte hij uiteindelijk alleen de hoofdplot. 'Een man die met geld smijt, mensen met geld om zich heen heeft, maar die op gegeven moment failliet gaat en zich mokkend terugtrekt. Ook als hij een schat vindt, keert hij niet meer terug tot die wereld; hij geeft het geld aan een zekere generaal Alcibiades. Deze is al niet minder slecht behandeld door zijn omgeving - maar in tegenstelling tot Timon is Alcibiades vergevingsgezind. Dat is de tegenstelling waar het bij Shakespeare om gaat.

'Ik heb die uitvergroot. Alcibiades is Alkib geworden, een mode-ontwerper op wie Tim verschrikkelijk verliefd is. Door toedoen van die jongen raakt-ie failliet.' En dan neemt de kliek rondom Tim wraak door de mode-ontwerper in brand te steken. Alkib overleeft en neemt wraak op eenzelfde manier, waardoor er op enig moment een groep Volendammertjes over zijn 'catwalk' struint: mensen met brandwonden in klederdracht. Rijnders: 'Dus dat is veel duidelijker - en grover - dan bij Shakespeare.'

Voor de Vlamingen komt er in het programma een verklarend woordenlijstje. Wat is het Catshuis, wat is het Torentje, wie is Nina Brink, Cor Boonstra, Vanessa. Veel homotermen zijn niet Vlaams. De tekst heeft hij verder niet aangepast. Alleen wordt de zinsnede: ''ze vinden jou een enorme kale zak vol poep'' vervangen door ''een kale zak vol kak''. 'Dat zeggen ze hier. En het rijmt.' Rijnders steekt een shaggie op en glimlacht.

Pikzwart? Hij denkt even na. 'Nou, er is toch wel veel liefde. . . Iedere scène eindigt als een soort liefdesscène. Maar ze worden niet gelukkig. . . ik had me eerlijk gezegd voorgenomen om net als Shakespeare het stuk te laten eindigen met een soort verzoening.' Hij grinnikt haast verontschuldigend: 'Maar dat kreeg ik letterlijk mijn pen niet uit. Sterker nog: ik heb gisteren net besloten een gedeelte waarin alleen maar de suggestie van vergeving valt, te schrappen. Ik vond het leugenachtig om het anders te doen. En heb ik nu zo'n zwarte kijk op de wereld? Ja, ik denk het.'

Des te naarder des te leuker, zegt hij licht sardonisch. 'Nou ja - het moet wel wat teweeg brengen anders is het niks. Omdat ik zelf zo graag met dat gevoel het theater uit ga: Jezus, ja zo erg is het. Nou, en dan dient zich dit aan. Moet dat op een of andere manier op deze manier. Ja, daar word ik vrolijk van.'

Ik stileer de stront, zei hij ooit. Kunst is mijn middel om mensen te verleiden tot een confrontatie met de onwelriekende realiteit. 'Het heeft er misschien mee te maken, dat, als je heel veel kranten en bladen leest zoals ik, dan komen steeds al die types langs: de Vanessa's, de Patricia Paays - en als je daarnaast leest wat er verder in de wereld gebeurd is, krijg je toch een behoorlijke weerzin, niet alleen tegen die individuele mensen, maar tegen dat sóórt mensen.' Pauzeert even. 'En misschien zelfs wel jegens mezelf. Ja, waar ben je nou eigenlijk mee bezig.

'Ik vond u een onuitstaanbaar gemeen vals misselijk secreet', zegt een van de personages tegen Tim. 'Zo dacht ik ook over hem', aldus Rijnders. 'Maar hij was een fenomeen. Ik was het helemaal niet met hem eens, en hij stelde zijn mening ook voortdurend bij, overigens. Maar als fenomeen was-ie fascinerend. En daarom was ik nieuwsgierig - waar komt zo'n man vandaan. Ooit communist, toen sociaal-democraat, toen wilde-ie bij de VVD, of 't CDA als-ie maar érgens bijhoorde en dat is allemaal mislukt. Hij kon enorme inzinkingen hebben, zat-ie dagenlang te huilen en dat vond ik allemaal. . . een theatrale vent, ja.

'Plus die waanzinnige behoefte van die man aan aandacht, liefde, trouw van vrienden. Volgens mij was-ie heel eenzaam. Toen ben ik me gaan verdiepen in de entourage. Hoe kwam die aan al dat geld - wat waren dat voor mensen. Dat vond ik lastiger dan me te identificeren met zo'n Pim Fortuyn zelf . Een theatrale relnicht - ik bedoel: dat ben ik niet, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen.'

Uiteindelijk, zegt hij, is 'zijn' Tim waarschijnlijk voor een 60 procent op de biografie van Fortuyn geïnspireerd. 'Een verwende, neurotische narcist, enerzijds. . . en anderzijds is-ie, zeker in het tweede deel, ook heel treurig. En hij is fanáát in zijn liefdes - Fortuyn smeet op een gegeven moment bakstenen door het raam van zijn vriendje. Dat hoef je niet te verzinnen.

'Maar ik heb het absoluut niet een op een willen doen. Toen besloot ik ook, ik doe het níet in eigentijdse kleding. . . anders wordt het zo beperkt. Het speelt zich af in in Nederland - nu - maar ik geef het vorm alsof het Racine is. Tenminste, in deel één. Dan kom ik in de buurt van regies als Andromache en Klaagliederen.'

In die zin is het een echte Rijnders. 'Een vervolg op eerder werk. Door de combinatie van dingen: eigen teksten, maar op basis van een klassieke schrijver. Verschillende toneelstijlen, regiestijlen. Hier wat van de Bonobo's; daar een stukje Snaren. Elke voorstelling die je maakt, werkt door in een andere.'

En zo ontstaat een oeuvre. Rijnders kreeg vorige week een oeuvreprijs, de Prins Bernhard Cultuurfonds Theater Prijs. Hij wordt geprezen onder meer om zijn Shakespeare-interpretaties. 'Terwijl, in die twintig jaar heb ik er maar vier of zo gedaan.' Maar hartstikke leuk, die erkenning. En even een soort reünietje met een aantal mensen van Toneelgroep Amsterdam (TA).

Bijna drie jaar geleden nu verliet hij de club als artistiek leider om te gaan freelancen. In de tussentijd is er bij TA openlijk sprake van een onenigheid tussen zijn opvolger Ivo van Hove en de acteurs. 'Ja, dat speelt volgens mij al jaren. 't Is misschien wel eens goed dat de bom gebarsten is en dat ze nu voor het eerst met elkaar gaan praten. Eerlijk om een tafel gaan zitten. Proberen het op te lossen.'

En dan zijn er veel Nederlandse gezelschappen die zitten te springen om een artistiek leider. 'Ik ben wel al gepolst, ja. En nee, geen haar op mijn hoofd. Ik wil blijven freelancen. Binnenkort heb ik een project bij de reisopera. Ga ik twee maanden in Enschede wonen. Dat wil ik ook wel eens onderzoeken.

'Ik wil wel vaste gast zijn, zoals nu bij TA. De trend wordt nu: managers aan het hoofd van een gezelschap. Ik heb dat zelf gepropageerd toen ik wegging. Het enige nadeel daarvan is: acteurs binden zich niet aan een manager. Dus je moet ervoor zorgen dat je in ieder geval een of twee vaste regisseurs hebt die met die acteurs kunnen en willen werken en vice versa. Dan kan een manager prima zijn.

'Alles kan anders worden, zeker in het nieuwe kunstenplan. Ik was vaste gast bij Johan Simons, maar die gaat naar Gent. Dus misschien ga ik ook wel naar Gent. Ik wacht nu af. Ik besluit niks. Laat het zich eerst maar settelen.'

En nu eerst première. 'Weet je: die prijs had ook een lichte schaduwkant. Een oeuvreprijs : moet ik nu dan soms ophouden of zo. Vinden ze het wel welletjes? Dat speelt natuurlijk ook wel eens door mijn hoofd. O. Ik ben klaar, dus? Daarom vind ik het des te leuker om nu meteen met deze voorstelling te komen. O. Hij is nog niet dood. Dat vind ik nou wel aardig.'

Meer over