Een zwart oeuvre

Requiem für einen jungen Dichter is een van de sleutelwerken in het veelomvattende en niet zo vrolijke oeuvre van Bernd Alois Zimmermann (1918-1970)....

'Zimmermanns Requiem staat wat je noemt op gespannen voet met de katholieke principes', zegt João Rafael. 'De katholieke kerk staat zelfmoordenaars namelijk geen mis toe. Dus dit is in zekere zin een mis voor diegenen die nooit een mis hebben gekregen.'

Voor zich heeft Rafael een grote partituur liggen, benevens mappen vol paperassen met schema's en analyses. De 45-jarige Portugees, zelf componist, houdt zich al sinds 1993 intensief bezig met het Requiem für einen jungen Dichter dat Bernd Alois Zimmermann in 1969 schreef, ruim een jaar voordat hij op 52-jarige leeftijd een eind aan zijn eigen leven maakte.

'Het Requiem heeft vele facetten', licht dirigent Bernhard Kontarsky toe. 'Zimmermann had al in de jaren vijftig het plan om een groot oratorium te schrijven. Hij heeft toen al allerlei studies en voorzetten gemaakt, en veel van dat materiaal is uiteindelijk in het stuk terechtgekomen. Hij heeft het zelf nooit gehoord, want in december 1969, bij de première, lag hij in het ziekenhuis.'

Sedertdien is het Requiem, een van de sleutelwerken in het veelomvattende en zwartgallige oeuvre van Zimmermann, wereldwijd zo'n twintig keer uitgevoerd. In Nederland klonk het al in 1971, maar nadien is het er nooit meer van gekomen. Het is dan ook een nogal complex stuk. Voor ruim een uur muziek zijn drie koren nodig, plus solisten, sprekers, een orkest en een jazzcombo.

Nu, meer dan dertig jaar later, fungeert het werk als opening van de Haarlemse Koorbiënnale. De uitvoering wordt geleid door de 67-jarige Kontarsky (een jongere broer van het befaamde pianistenduo Aloys en Alfons). Rafael tekende voor de digitale reconstructie van de twee analoge viersporenbanden die een belangrijk onderdeel van het werk vormen.

Het concert is bovendien een voorschot op de officiële ingebruikname van het Haarlemse Concertgebouw, dat in oktober heropend wordt als de Philharmonie.

Aan verwijzingen naar de geschiedenis is in Zimmermanns Requiem geen gebrek. Kontarsky: 'Heel zijn oeuvre is doortrokken van het idee van de gelijktijdigheid der gebeurtenissen – het in elkaar grijpen van heden, verleden en toekomst. Dat is in dit stuk heel duidelijk. De stof heeft ook met zijn eigen levensgeschiedenis te maken. De wereldoorlog is een centraal thema van het stuk, maar ook de latere catastrofen van die era worden erin weerspiegeld.'

Naast poëzie van de dichters Sergej Jesenin, Vladimir Majakovski en Konrad Bayer, die alle drie zichzelf van het leven beroofden, herbergt het Requiem een schier eindeloze hoeveelheid tekstfragmenten: Aeschylos, Camus, Pound en James Joyce zijn enkele van de schrijvers uit wier werk de componist heeft geput. Voorts bevat de band de stemmen van, onder andere, paus Johannes XXIII, Alexander Dubcek, Churchill, Hitler, Chamberlain, Von Ribbentrop, Stalin en Goebbels.

'Zimmermann noemde het stuk een Lingual', zegt Kontarsky. 'Dat is een verwijzing naar Ritual, maar slaat ook op het spel met de taal. Hij had daar een scherp oor voor. Zo bevat de band een fragment uit Hey Jude van de Beatles, wat natuurlijk ook als 'Jude' op zijn Duits, opgevat kan worden.

Aan het slot, in het Dona nobis pacem, komt het tot een heel vreemde ontmoeting tussen muziekstijlen. Kontarsky: 'Die tekst wordt gezongen door het mannenkoor – Zimmermann heeft het zelf trouwens steeds over een 'arbeiderskoor' – op de melodie van Brüder, zur Sonne zur Freiheit, echt zo'n communistisch lied. Maar dat doet hij zesstemmig, in de trant van de oude Vlaamse polyfonisten. En dat alles loopt uit op een schreeuw -helemaal in tegenspraak met de tekst Geef ons vrede; het gaat immers over alles wat er de afgelopen eeuw gebeurd is. Zimmermanns eigen biografie is van doorslaggevende betekenis voor dit stuk. Hij heeft ook altijd gezegd: ”Van de jonge componisten ben ik de oudste en van de oude ben ik de jongste.”Hij had echt het gevoel tussen de generaties te staan.'

In Darmstadt, het centrum waar na de oorlog de muzikale wederopbouw zich concentreerde op de extreem abstracte seriële technieken, werd Zimmermann nauwelijks serieus genomen. 'Uit die tijd herinner ik me een uitvoering van zijn opera Die Soldaten,' zegt Kontarsky, 'waarbij een bekende musicus aanwezig was -ik

noem zijn naam maar even niet -die bij de sterfscène zei: 'Dat is zo sentimenteel, dat kun je tegenwoordig toch niet meer componeren.”

Voor Kontarsky is dit de eerste kennismaking met het Requiem, al heeft hij wel verschillende andere werken van Zimmermann gedirigeerd. Rafael is er al twaalf jaar mee bezig. Dat begon in 1993, toen hij betrokken was bij een uitvoering in Bratislava en al snel tot de conclusie kwam dat er aan de daar gebruikte versie van de band niet veel deugde. 'In 1969 waren er nog geen achtsporenmachines', legt hij uit, 'dus Zimmermann heeft twee viersporenbanden gemaakt die simultaan werden afgespeeld. Na zijn dood heeft men steeds geprobeerd een achtsporenversie te maken, maar dat was niet bepaald een succes.'

In 2000 dook Rafael samen met geluidstechnicus Volker Müller de WDR-studio in voor wat hij achteraf een 'reuzeklus' noemt: het per computer op de juiste wijze synchroniseren van het originele bandmateriaal. Omdat de bandpartij in een aanzienlijk deel van het stuk de hoofdrol speelt, is dat van wezenlijk belang.

'En er staat nogal veel niet in de partituur', voegt Rafael toe, 'ook niet over de geluidsversterking. Ik heb daar mijn licht eens over opgestoken, om de tijdgeest te begrijpen, en het blijkt dat de piano's wel degelijk versterkt werden, wat ook logisch is omdat je dan een verbinding krijgt tussen de geluiden van de band en de liveklank. Wij beoefenen dus eigenlijk een soort historische uitvoeringspraktijk, een reconstructie. Dat moet je dus verrassend genoeg bij nieuwe muziek ook doen, ook al is dit stuk maar vijfendertig jaar oud.'

Meer over