Een zwaargewicht moet vervaarlijk ogen

Richel Hersisia, elektricien te Den Haag, komt zaterdag in de ring tegen de gedoodverfde opvolger van bokskampioen Lennox Lewis, de Brit Audley Harrison....

Soms schrikt Richel Hersisia van zijn eigen hoofd. Kijkt hij in de spiegel, gewoon, zonder bedoelingen, ziet hij een boze, zwarte man. Gemeen zelfs.

Hij heeft zijn uiterlijk mee, weet hij. Een zwaargewicht moet vervaarlijk ogen, alsof hij de dood in zijn vuisten heeft. Met die blik is hij geboren, zegt hij haast verontschuldigend. Dan breekt een gulle lach zijn gezicht open. Plotseling is hij de vriendelijke elektricien, die naast het boksen kabeltjes trekt om rond te kunnen komen.

Meisjes noemen hem soms lieve teddybeer, bekent hij in de kleedkamer van de Haagse boksschool Kristalijn. Vanwege die lach. Hij schatert het uit, maar heeft meteen een beetje spijt van zijn bekentenis. In de ring maakt een teddybeer weinig indruk. En hij staat aan de vooravond van het gevecht van zijn leven.

Niet dat hij zich woester voor wil doen dan hij is. Hij vindt praatjes maken onzin, of hij nu tegenover een onbekende Hongaar staat of, zoals zaterdag, tegen Audley Harrison, de Brit die in Sydney goud won en sindsdien naar voren wordt geschoven als de opvolger van Lennox Lewis, de teruggetreden kampioen van de belangrijkste bonden.

Harrison heeft praatjes voor tien, vindt Hersisia (29). Hij laat het maar zo. Meestal beledigen tegenstanders hem voor een gevecht. Erna, als hij ze pijn heeft gedaan, willen ze vrienden zijn.

Zestien tegenstanders heeft hij knock out geslagen in de drie jaar dat hij om geld bokst. In 21 gevechten verloor hij nooit. Hij staat op de Europese ranglijst in de toptien en hij is wereldkampioen zwaargewicht van de WBF. Een krokettenbond, noemt zijn trainer de WBF. Het laat Hersisia koud. Hij blijft buiten de ingewikkelde politiek van het boksen.

Aan zijn titel dankt hij het gevecht met Harrison, dat weet hij wel. De Brit (32) zoekt een kampioensgordel. Hij wil daarmee in eigen land krediet krijgen van de kenners, die hem ondanks zestien zeges in zestien partijen niet erg serieus nemen. Tegelijkertijd hopen de kenners dat hij de volgende Lewis is.

Hersisia heeft zijn eigen motieven. Het gevecht met Harrison brengt hem bekendheid. Het wordt rechtstreeks uitgezonden op de BBC, de Britse staatsomroep die veel geld heeft gestoken in de uitzendrechten van boksen. Verliest hij, dan biedt de gage troost. Wint hij, dan ligt de weg naar Amerika open.

In Engeland staat boksen in hoog aanzien, meent Hersisia. Hoger nog dan op Cura, waar hij tot zijn dertiende woonde. In Nederland telt de sport niet. Bij de verkiezing van Haags sportman van het jaar is hij al twee keer achter Raymond van Barneveld gedigd. Een pijltjewerper! Hij weet: in Nederland word je als bokser pas beroemd als je iets verkeerds doet.

Tegen Harrison ziet hij kansen. Hij heeft videobanden bestudeerd en is niet onder de indruk. Lewis, dat was een scherpschutter. Een beetje plagen en prikken, en dan, bam, de rechtse erover heen. Harrison probeert dat ook. Daarmee is alles gezegd. Hij probeert.

Zijn plan is simpel. De Brit zal willen dansen. Hij zal het gevecht ontlopen en de touwen nemen, zodat hij met zijn lange armen stoten kan uitdelen. Dat wordt dus afsnijden, kort op het lichaam zitten, en onverwacht toeslaan vanaf de zijkanten. Een ongeziene stoot is een vernietigende stoot.

De knock out zoekt Hersisia niet, al is dat op vijandig terrein vaak de enige manier om de winst veilig te stellen. Met aftellen kan de jury niet manipuleren, zoals met punten tellen. Maar toch. Wie de knock out zoekt, vindt hij, brengt zichzelf in gevaar. Geduld hebben is het verstandigste. Gewoon wachten tot de tegenstander tegen een stoot oploopt.

Zelf is hij nooit k.o. gegaan gegaan. Ekeer heeft hij acht tellen gekregen, meer niet. Maar hij kan raden hoe het voelt. Een onverwachte stoot stuurt een siddering door je lijf, alsof je even onder stroom staat. Pijn doet het niet, maar je hoort je lichaam zoemen. Hij kan het weten, als elektricien.

Zijn geest is door de rake klappen niet gebroken, zoals met veel boksers gebeurt. Hij gaat nog graag de ring in, vooral als de gage aantrekkelijk is. Van boksen word je rijker, redeneert hij, niet knapper. Al mag hij niet klagen. In 21 gevechten is het bij schrammetjes en zwellingen gebleven. Zijn neus is nooit gebroken.

Hij lacht breeduit. Al zijn tanden heeft hij nog, zegt hij. Niet eens vullingen.

Meer over