Een zwaan, zo zwaar, en toch de suggestie van zweven

Een zwaan, krachtig en log, en toch zo geboetseerd dat de suggestie van zweven overeind blijft: een goddelijk beeld.

Bronzen afgietsel van Leda en de zwaan. Naar een schets van Jan Wolkers uit 1956. Beeld Annabel Miedema
Bronzen afgietsel van Leda en de zwaan. Naar een schets van Jan Wolkers uit 1956.Beeld Annabel Miedema

De kleine bronzen schets van Leda en de zwaan is misschien wel mooier dan het echte beeld in Zaandam. Wolkers is er altijd echt trots op gebleven. Hij pakte het eens op uit de vensterbank in het grote atelier op Texel en reikte het me aan, nadat hij het liefdevol had gekoesterd in de kom van zijn oude, knoestige handen. 'Mooi, hè. Moet je eens voelen...'

Maar als je daar in de drukke Stationsstraat onder het meer dan levensgrote beeld gaat staan, en bijna van de sokken wordt gereden door een dikke vent op een langsrazende scooter, valt nog meer op wat een wonderbaarlijk beeld het is. Zo zwaar, plomp en wellustig gekneed en toch de suggestie van zweven. De ondraaglijke lichtheid van het bestaan.

Toch heeft Wolkers' beeld niets van de tere lieflijkheid die de meeste kunstenaars hebben gegeven aan de verbeelding van de mythe van Zeus die Leda beminde in de gedaante van een maagdelijk witte zwaan. De vogel vlijt zijn ranke hals niet tegen Leda aan, zoals bij Leonardo da Vinci, noch rust zijn snavel vredig tussen haar borsten, zoals bij Rubens. Nee, de zwaan van Wolkers stort zich met ijzingwekkend gewiek boven op het vluchtende meisje en overweldigt haar.

Wolkers heeft zich in 1956 bij het maken van het schetsje en het beeld in klei laten inspireren door het schitterende, dreigende sonnet van Yeats, Leda and the Swan, dat opent met een plotselinge windvlaag en het slaan van grote vleugels.

A sudden blow: the great wings beating still
Above the staggering girl, her thighs caressed
By the dark webs, her nape caught in his bill,
He holds her helpless breast upon his breast.

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor de Volkskrant houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren.

De brute zwaan van Wolkers liet me weer voelen hoe bang ik als jongetje voor die vogels ben geweest. Iemand had me verteld dat een zwaan met één slag van zijn vleugel je arm kon breken. Dus zette ik het onmiddellijk op een rennen als er eentje blazend de kant op klom om het brood voor de eendjes in mijn hand te komen opeisen.

Voor Jan, de dierenredder, was dat natuurlijk anders. Die moest door zijn moeder worden tegengehouden aan de waterkant omdat hij anders, zonder dat hij een slag kon zwemmen, zo naar ze toe geplonsd was.

Zijn krachtigste herinnering had hij aan de zwaan die zijn vader in de armoede van de jaren dertig haalde voor het kerstmaal. Het statige dier lag met bij elkaar gebonden poten op het balkon te wachten tot zijn vader het zou slachten. Toen zijn vader sliep, heeft Jan de zwaan, die als vuil wasgoed in het duister lag, willen bevrijden. 'Ik knoopte het touw om de grijze poten los, pakte hem op en wierp hem vanaf het balkon de lucht in. De volgende dag lag hij met een gebroken nek in de besneeuwde tuin.'

Jan wist nog niets van Leda en de zwaan af, maar later dacht hij dat hij misschien wel schuldig was aan de dood van een God in vermomming.

Meer over