'Een zekere hardheid, maar ik ben niet afgestompt'

In de schaduw van elke gebeurtenis staan mensen die nooit de publiciteit halen. In een korte serie kijkt de Volkskrant met hen terug....

Peter van der Ham (54) is chef 'witte pakken' bij de Amsterdamsepolitie. Voluit heet dat teamleider forensische opsporing van het bureaubijzondere recherche expertise van de Dienst Centrale Recherche van deregiopolitie Amsterdam/Amstelland. Zonder namen van slachtoffers te willennoemen, heeft hij bij bijna alle bekende liquidaties van de afgelopen jarenin Amsterdam in een beschermend kostuum op straat naar sporen gezocht.

Naar sommige van de slachtoffers heeft Van der Ham als gewoonrechercheur nog onderzoek gedaan, toen het slachtoffer nog deel uitmaaktevan de Amsterdamse onderwereld.

Hij heeft dus wel eens een wit laken over een bekende getrokken. 'Jekunt wel gaan denken: hé, ik ken jou. Maar daarvan heb ik geleerd afstandte nemen. Ik denk dan toch meteen aan het onderzoek, aan het vinden van hetjuiste spoor. Met al mijn zintuigen ben ik dan gericht op mijn werk, dewaarheidsvinding.'

Vooral in oktober en november was het raak in Amsterdam. Door nogonbekende schutters werden achtereenvolgens Evert Hingst, Cees Houtman enGeorge van Kleef vermoord. Mogelijk hebben de liquidaties te maken met eengroter conflict in de criminele wereld.

Laat ze elkaar maar doodschieten, was een veelgehoorde reactie. Zulkeachteloosheid is aan Van der Ham niet besteed. 'Zo denk ik niet. Als jedirect geconfronteerd wordt met de emotie van het gebeuren, denk je heelanders dan een buitenstaander. Ik heb een zekere hardheid ontwikkeld, maarik ben niet afgestompt.'

Van der Ham ziet niet op tegen een lijk, zoals hij zegt. 'Ik ben alheel vaak geconfronteerd met stoffelijke overschotten. Ik maak eenonderscheid tussen een lijk zonder of met veel emotie erachteraan, zoalsde emoties van familie en anderen in de directe omgeving. Soms heb je temaken met huilende kinderen. Dan krijgt zo'n slachtoffer een gezicht enkomt de emotie even binnenkruipen. Maar dat zet je weer weg. Emotie is eenslechte raadgever op de plaats delict.'

Ook met kinderen als slachtoffer kan hij zakelijk omgaan. 'Dat geef ikeen plekje. Ik bespreek het met mijn vriendin en dan ben ik het kwijt. Hetrakelt niets op bij mij. Ik heb nooit last gehad van post-traumatischestress. Ik slaap goed. Wij werken ook veelal in een omgeving waarin we inalle rust ons werk kunnen doen. De collega's van de uniformdienst krijgenhet vaak zwaarder voor de kiezen. Die komen aan als alles vaak nog heelhectisch is.'

Peter van der Ham zit sinds vijf jaar bij de forensische recherche. Datbegon met een studie over pd-management. Wat staat voor een afkorting hoeje een plaats delict het beste kunt bewaken voor het doen van een goedsporenonderzoek.

Van der Ham: 'Vroeger banjerde iedereen rond op de pleegplaats. Dat istotaal veranderd. Het gevaar dat je sporen vernietigt of vervuilt, isenorm. Soms gaat het maar om een enkel haartje of wat huidschilfers. Daaromdragen we ook die witte pakken, al zijn die bloedheet en meestal veel tekrap.'

Nu weet iedere agent dat hij de plaats van het misdrijf snel moetafschermen. Van der Ham en zijn forensisch rechercheurs kunnen danongestoord aan de slag. 'Het is keihard werken', zegt hij. 'Je wilt snelinformatie los krijgen van een plaats delict.'

Het slachtoffer blijft daarbij vaak uren op straat liggen. 'Voor denabestaanden is dat heel vervelend, maar het is onvermijdelijk. We willenhet slachtoffer zoveel mogelijk ter plaatse behandelen. Ook het NederlandsForensisch Instituut, doet al steeds meer onderzoek ter plaatse.'

Af en toe zegt een collega tegen hem: 'Ik heb het wel gehad met dielijken.' Begrijpelijk, zegt Van der Ham, maar zover is het met hem nog langniet. 'Er gebeurt hier zoveel, ook op technisch vlak. Je verveelt je geendag. En boeven vangen heeft me altijd aangetrokken.'

Meer over