Een zeer verdiende overwinning

TOT DE MINDER aantrekkelijke kanten van dit prachtvak behoort het interviewen van Marc Overmars, een niet onaardige jongeman die er geen enkele behoefte aan heeft zijn gedachten prijs te geven....

Paul Onkenhout

Sterkte, zeggen collega's als ze er lucht van hebben gekregen dat de chef je heeft opgedragen Overmars te interviewen. Het is geen reden van baan te veranderen, maar toch.

Overmars vlucht meestal weg in nietszeggende antwoorden, laat lange stiltes vallen en geeft er voortdurend blijk van dat hij aan het interview geen enkel plezier beleeft. Waarschijnlijk minacht hij journalisten, maar dat is slechts een vermoeden.

Voor de wedstrijd tegen Estland leek het de Volkskrant een goed idee Overmars weer eens te interviewen. Een week geleden stond het magere resultaat in de krant. Als Overmars een paar jaar geleden niet een paar interessante uitspraken over doping had gedaan, zou het een totaal zinloos en overbodig gesprek zijn geweest.

In Hoenderloo schoven ook Trouw, Sportweek en het Brabants Dagblad aan. In een tot mislukken gedoemde poging het ijs te breken babbelden we eerst wat over Barcelona. Overmars wikte en woog zijn woorden. Een paar keer deed hij er minzaam lachend het zwijgen toe.

De Volkskrant verzamelde al zijn moed en sneed na tien minuten, heel voorzichtig en hakkelend, een ander onderwerp aan:

Heeft de hele toestand, met dat vermeende dope-gebruik, hoe heb je daar op gereageerd? Is dan schrik je eerste, eehh, emotie?

Overmars keek om zich heen, naar niemand in het bijzonder, met een bijna triomfantelijke blik van: zie je wel, ik wist het wel, het gaat jullie daar en nergens anders om. Vervolgens zei hij: 'Eehh, dope-gebruik?'

Vermeend dope-gebruik? Schrik je daarvan? Wat was je eerste gedachte? (Het woord 'vermeend' slaat natuurlijk nergens op, maar ook de Volkskrant is niet van steen en aan ruzie heb je niets op zo'n moment. Dat neemt niet weg dat het Brabants Dagblad mij later volkomen terecht corrigeerde.)

Overmars: 'Nou, ik vind, nee, je duidt natuurlijk op het geval hier. Dat zijn, ehhh, dat is heel anders als je, als je een waarde hebt van tweehonderd of vijfhonderd of duizend. Dan is het duidelijk. Wat ik denk is dat er gewoon niet voldoende know-how en getest is, over bepaalde dingen.'

Zo ging het een tijdje door. Ongemakkelijke stiltes werden afgewisseld door gemeenplaatsen.

Marc, jongen, doe het dan niet, ben je na zo'n séance geneigd te zeggen, dat is beter voor ons en beter voor jou, maar zo werkt dat niet. Daar kunnen wij immers geen genoegen mee nemen. Voetballers moeten in de krant, en Overmars dus ook.

(Ik herinner me nu plotseling dat Overmars van het buffet in de perstent een haring had meegenomen. Het dode diertje lag al die tijd op tafel. Hij nam er geen hap van, maar stopte zo nu en dan wel een paar stukjes ui in zijn mond, alsof het pinda's waren.)

Toen Edgar Davids weigerde interviews te geven, in 1998, werd dat door alle kranten indertijd breed uitgemeten. Zelfs werd er schande van gesproken.

In hetzelfde jaar trachtte ik Davids samen met een paar collega's eens te verleiden tot een paar uitspraakjes. Juventus had zich voor de finale van de Champions League teruggetrokken in een hotel in Purmerend. Een paar weken later zou het Nederlands elftal deelnemen aan het wereldkampioenschap in Frankrijk.

Na een halve dag tevergeefs te hebben gewacht en diverse malen door Davids met een kluitje in het riet te zijn gestuurd, verzuchtte een NOS-verslaggever dat hij tijdens het WK een maand lang waarschijnlijk slechts twee spelers zou kunnen interviewen: Frank de Boer en Ronald de Boer.

Die namen noemde hij niet toevallig. Om dezelfde reden nomineerde ik na het WK Frank en Ronald de Boer voor de prijs van de Nederlandse Sport Pers (NSP). Het heeft even geduurd, maar tot mijn genoegen is mijn in 2000 nog eens herhaalde verzoek onlangs door een deskundige jury gehonoreerd.

Daarvoor mijn dank, Ferry de Groot (NOS-radio), Tom Egbers (NOS-tv), Edwin van der Meijde (Algemeen Dagblad), Frans Lomans (Sportweek) en het bestuur van de NSP.

Veel publiciteit heeft de toekenning van de prijs aan de tweeling niet opgeleverd. Na de prachtige primeur in deze krant stipte het vakblad De Journalist het nog even aan in een verhaaltje over de kunst van het interviewen na afloop van voetbalwedstrijden. En dat was het dan.

Dat gebrek aan publiciteit bevalt me allerminst.

Ik stel daarom voor dat Van Gaal voor de wedstrijd in september tegen Ierland in Dublin zowel Frank als Ronald de Boer inviteert, ongeacht blessures of schorsingen wegens dope-gebruik

Op een geschikte lokatie, bijvoorbeeld in de bar van het hotel waar de tientallen Nederlandse journalisten zullen verblijven, moet de prijs hen, geheel belangeloos, worden overhandigd door Youp van 't Hek. In 1990 richtte hij als beunhaas van NRC Handelsblad de NSP financieel bijna ten gronde. Wellicht is Rob Cohen bereid de ceremonie te sponsoren.

Na de uitreiking van de prijs - ik denk aan een handzaam beeldje en een fraaie oorkonde - heffen we het glas en brengen we een toast uit op twee voetballers die altijd wél, ook in slechte tijden, hebben begrepen dat de pers de kortste weg is naar het publiek.

Meer over