Een wereld van verschil

Hebt u zelf in het leger gezeten, of kent u iemand die nu in het leger zit? Heeft u een vriend of vriendin die openlijk zegt dat hij of zij PVV stemt? Gaat u met het hele gezin weleens onbeperkt spare ribs eten?

Het antwoord op alle bovenstaande vragen is waarschijnlijk nee. Dat kunnen we statistisch voorspellen omdat u de Volkskrant leest. Hier gaat het niet over de gevoelswaarde van bovenstaande kwesties. Dit verhaal gaat over de sociale segregatie van Nederland. En dan niet de segregatie van autochtonen en allochtonen, zoals meestal, maar die van laag- en hoogopgeleide autochtonen. Wat hebben zij nog gezamenlijk? Komen zij nog in aanraking met elkaar?

De verkiezingen komen eraan, hét moment om de politieke krachtsverhoudingen vast te stellen. Maar ook het moment voor de vraag wat er met ons land is gebeurd. SP en PVV gaan opgeteld mogelijk ruimschoots meer dan vijftig zetels halen. Er zal in onze kringen geween zijn over populisme en het verlies van oude idealen als kosmopolitisme en openheid.

Politieke standpunten zijn ook waardevol als sociologische informatiebron. Wie vinden wat? In Nederland hing sociale gelaagdheid van oudsher samen met inkomensverschillen. Daar zat de kern van de ongelijkheid. Maar het politieke belang van opleiding en levensstijl neemt almaar toe. En daarover weten we ook steeds meer.

De vragen uit het begin van dit stuk zijn ontleend aan het boek Coming Apart (2012) van de Amerikaanse politieke wetenschapper Charles Murray. De samenvatting van zijn vrij vertaalde, prikkelende vragenlijst staat op pagina 5. How thick is your bubble?, staat bij Murray boven die lijst. In het Nederlands zou dat iets zijn als: 'Enig idee van de rest van Nederland?' Of zoiets als: 'Hoe staat het met uw kaasstolp?'

Coming Apart gaat over uiteenvallend Amerika, in sociaal, geografisch en moreel opzicht. Tot de jaren zeventig was blank Amerika één onafzienbare middenklasse. Rijk en arm bestonden uiteraard, maar de verschillen waren overzichtelijk en de levensstijl verschilde niet wezenlijk. Men reed een Buick of een duurdere Buick en dronk dezelfde slechte koffie.

Maar in de afgelopen decennia heeft goed opgeleid, welvarend, succesvol Amerika zich van de lagere middenklasse afgekeerd. De rijken besturen weliswaar het land, maar ontmoeten de mensen over wie het gaat nauwelijks meer. Terwijl juist de ontmoeting essentieel was voor the American way of life, zoals de Franse denker Alexis de Tocqueville begin 19de eeuw al vaststelde. Die schreef: 'In de Verenigde Staten passen de meer welgestelde burgers op om zich boven het volk te verheffen. Integendeel, zij onderhouden goede contacten met de lagere klassen: ze luisteren goed en dagelijks spreken ze met hen.' Contact is cruciaal, voor democratie, goed bestuur, voor sociale stijging, en domweg om je voor te stellen hoe de rest van het land leeft.

Superpostcodes

Dat contact is er niet meer. Hoogleraren, bestuurders, notarissen, artsen, managers, architecten, mediamensen wonen in wat Murray 'superzips' noemt, postcodes waar alle sociale succesfactoren samenvallen. Hoog opleidingsniveau, hoog inkomen, stabiele huwelijken, kerkgang, hard werken en eerlijkheid. De fictieve wijk waar alles goed gaat, noemde hij Belmont.

Daartegenover heb je Fishtown, de fictieve wijk die de afgelopen dertig jaar is afgezakt. Het leven en het werk van de lagere middenklasse zijn min of meer hetzelfde gebleven. Een buschauffeur en een fabrieksarbeider doen nog hetzelfde werk als in 1960. Toch is hun relatieve positie achteruitgegaan - hun opleiding is (veel) minder waard geworden, hun inkomen steeg niet, de kerkgang en dus de betrokkenheid is gedaald, het aantal echtscheidingen en eenoudergezinnen dramatisch gestegen, net als het aantal uitkeringen en de criminaliteit. Ziedaar het uiteenspatten van het ideaal van de Amerikaanse gelijkheid en sociale stijging.

Charles Murray schreef eerder The Bell Curve, een zeer omstreden boek. Daarin legde hij een verband tussen opleidingsniveau, IQ, erfelijkheid en ras. Ditmaal wilde hij het juist niet over ras hebben maar over blank Amerika. De aandacht voor ras is zo overweldigend, aldus Murray, dat daardoor het zicht op het uiteenspatten van het Amerikaanse idee van vrijheid en gelijke kansen werd benomen. 'Amerika's problemen zijn niet voorbij als de rassenkwestie voorbij is.'

Hoe zit dat in Nederland? Op het eerste gezicht is er vooral veel anders dan in de Verenigde Staten. Een egalitaire samenleving, waar de inkomensverschillen in de verste verte niet lijken op de Amerikaanse. De onderwijskwaliteit is ook aan de onderkant nog altijd hoog. 'Superpostcodes' zijn er nauwelijks, al was het maar omdat Nederland te klein is om je geografisch af te zonderen.

Grote scheiding

Maar de grote scheiding wordt zichtbaar als je de methode van Murray toepast en alleen naar de autochtonen kijkt. Net als in de VS is in Nederland veel energie op gebied van onderzoek, journalistiek en politiek in de verhouding tussen autochtonen en allochtonen gaan zitten. In Nederland bestaat wel veel aandacht voor de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden, maar wie die laagopgeleiden precies zijn, blijft meestal in het vage. Wij hebben geprobeerd op zijn Murrays alleen naar autochtonen te kijken, met een statistische correctie waarvan u de verantwoording op de site vk.nl kunt vinden.

En vervolgens hebben we de vijf belangrijkste breuklijnen van autochtone segregatie van Murray op de kaart van Nederland gelegd: hoog tegenover laag opleidingsniveau, werken tegenover bijstand of WAO, huwelijk (stabiele relaties) tegenover eenoudergezinnen, veel of weinig criminaliteit en tot slot al of niet kerkelijkheid, in Nederland vertaald met vrijwilligerswerk.

De verandering is spectaculair. Het westen van Nederland is zeer rijk, hoogopgeleid, met weinig uitkeringen, stabiele gezinnen, weinig criminaliteit. Autochtone criminaliteit speelt zich voornamelijk in Brabant en Limburg af. En aan de kust, vermoedelijk vanwege bierdrinkende jongeren.

Nu blijkt de Partij van de Arbeid echt de partij van de allochtonen te zijn. Bij de verkiezingen van 2010 kleurde West-Nederland weliswaar grotendeels VVD-blauw, maar de Partij van de Arbeid bleef de grootste partij in de grote steden. Gecorrigeerd voor de allochtone stem is de PvdA met name in Zuid-Holland weggevaagd. De PVV is in het Waterweggebied de grootste geworden. In de stad Utrecht is dat GroenLinks. Amsterdam, Haarlem, Leiden en Alkmaar bleven in 2010 nog 'rood', maar daarbij moet worden bedacht dat de PvdA het daar goed deed vanwege het Cohen-effect. Zonder deze 'toegevoegde' hoogopgeleide stemmen zouden die rode vlekken vermoedelijk ook zijn verdwenen.

De PvdA blijkt zonder allochtone kiezers niet langer de partij van de steden te zijn, maar van het platteland, net als het CDA . De partij scoort bedroevend laag in steden met laagopgeleiden en oude industrie (Rotterdam, Dordrecht, Vlissingen, Almelo en zelfs Den Haag). De PvdA is van oudsher trots op de goede uitslagen in zowel wijken met hoger als met lager opgeleiden. Feitelijk doet de partij het daar goed omdat in allebei de wijken allochtonen wonen.

Zonder allochtonen blijkt dat de groep autochtonen finaal uiteenvalt in twee kampen zonder onderling verband. De hogeropgeleiden gaan naar de VVD of GroenLinks/D66, de lageropgeleiden naar SP of PVV. Van volkspartijen die hoog en laag verbinden is nauwelijks sprake meer. Dat is een dramatische vaststelling als je het uitgangspunt van Murray deelt dat de samenleving alleen fatsoenlijk kan functioneren als er contact, verbondenheid en inlevingsvermogen is.

Succesvol, tevreden, stabiel, hardwerkend Nederland met zelfvertrouwen is een assenkruis. Met de bible belt van Middelburg naar Meppel en de green belt van Alkmaar/Haarlem over Utrecht naar Arnhem/Nijmegen. Op de green belt wordt het meest verdiend, zijn de opleidingen het hoogst, is het gezinsleven stabiel en worden weinig uitkeringen getrokken. Kerkgang is er weinig, wel vrijwilligerswerk. Men is er modern, maar het gezinsleven ouderwets. Charles Murray zei daarover: 'De elite doet al die dingen die de arbeidersklasse is vergeten: trouwen, de kinderen voorlezen, stoppen met roken, sla eten en hard leren.' De VVD is ook in deze strook de grootste partij maar 'salonlinks' is er sterker dan elders. De green belt is het kerngebied van D66 en GroenLinks.

De tweede stabiele as is de oude bible belt. Die is nog altijd zichtbaar en relevant, in weerwil van de retoriek over een seculier Nederland. Deze strook loopt ruwweg van Middelburg naar Meppel. Weinig criminaliteit, het laagste aantal uitkeringen van het land. Stabiele gezinnen met kinderen en relatief veel kerkgang, vooral opmerkelijk op het platteland tussen Rotterdam en Utrecht. Een belangrijk verschil met de green belt is dat het opleidingsniveau van de bible belt betrekkelijk laag is. Men doet wel aan vrijwilligerswerk, is dus betrokken bij de samenleving. De archetypische ChristenUnie-kiezer woont hier. Ook veel SGP en CDA uiteraard.

Op het kruispunt van de twee assen ligt een echte superpostcode: Utrecht. Van oudsher een centrum van orthodox protestants Nederland, maar ook de kern van ontkerkelijkt, succesvol institutioneel Nederland, met veel kantoren op de Maliebaan met de afkortingen van het middenveld. Lage werkloosheid, hoogste inkomens, men is er lid van Greenpeace of Amnesty International. De enige stad van Nederland op de gecorrigeerde kaart waar GroenLinks de grootste partij is.

Waar het daarentegen slecht gaat: Noordoost-Groningen, Limburg, West-Brabant en de groeikernen als Purmerend, Almere en Spijkenisse. Veel eenoudergezinnen, hoog echtscheidingspercentage. Men kerkt niet en opmerkelijk is het lage percentage vrijwilligerswerk in het katholieke zuiden. Blanke uitkeringstrekkers wonen in Oost-Groningen en Zuid-Limburg. Allochtonen hebben het vaakst bijstand, autochtonen uit de periferie WAO.

Mogelijk word je in Groningen nog steeds sneller afgekeurd dan in het Westen omdat het uitzicht op werk niet florissant is. Electoraal is er samenhang tussen arbeidsongeschiktheid en SP of PVV stemmen, terwijl de bijstand sterker verband vertoont met de PvdA. Een en ander klopt met de opmerking van SP-prominent Ronald van Raak, die Cohens idee van een gezamenlijke progressieve partij onlangs naar de prullenmand verwees. 'Kijk naar de mensen, als je dat bij elkaar zet, dan wordt het niets.'

Segregatie

Hoe staat het in Nederland met de ontmoeting tussen de sociale klassen? Kijken we naar een aantal detailkaarten volgens de criteria van Murray, dan zie je hoezeer ook in Nederland de segregatie heeft plaatsgevonden. Stedelijke superpostcodes zijn er weinig omdat allochtonen de cijfers van de wijken omlaag drukken (inkomen, opleiding) of omhoog (criminaliteit). Daardoor lijkt het alsof het met de fysieke segregatie in Nederland meevalt. Hoger opgeleiden wonen vaak dicht bij allochtonen in de steden. Maar de scheiding tussen de blanke hoger- en lageropgeleiden is wel degelijk scherp. De bakfietsende GroenLinkser kent wel een arme allochtoon, maar geen PVV-stemmer.

Als het Nederlandse Belmont van Murray vermoedelijk in de buurt van de Biltstraat in Utrecht ligt, dan moeten we Fishtown in Almere Haven zoeken. 30 tot 40 procent eenoudergezinnen is hier gebruikelijk. Het percentage uitkeringen is er hoog, het aantal mensen met obesitas ook, net als het aantal PVV-kiezers. Op de detailkaart zie je wat de Almeerse wijken van voor 1994 zijn en de wijken van na die tijd. Nieuwe Almeerse wijken stemmen in meerderheid VVD, de oudere PVV en PvdA. De VVD is de partij van de wijken met 'hele' gezinnen. Succesvolle Almeerders trekken door naar de nieuwe wijken, de oudere wijken vullen zich met lager opgeleiden (autochtoon en allochtoon) uit Amsterdam.

In de hoofdstad wonen geslaagde en minder geslaagde Amsterdammers dichter bij elkaar, maar toch apart. Het centrum en een strook die helemaal naar Buitenveldert loopt, is het welvarendst. Ook het hipst. Toch zijn er maar weinig eenoudergezinnen. Gecorrigeerd voor allochtonen zie je dat Betondorp en Noord een aantal negatieve karakteristieken delen. Ze zijn vergrijsd. Veel armer dan het centrum en zuid, het opleidingsniveau is laag, het aantal echtscheidingen en uitkeringen hoog (WAO). Men stemt er SP of PVV.

Ook in Nederland is eerder vastgesteld dat de uitgestrekte middenklasse van veertig jaar geleden uiteenvalt. Bestuurskundige Mark Bovens schrijft dat PVV en SP de niet-kerkelijke lagere en middelbaar opgeleiden politiek zichtbaar hebben gemaakt. Zijn welwillende suggestie was dat de Kamer hun wensen en strevingen uitdrukt en dat het vorige 'kabinet van de laagopgeleiden' daarvan een eerste proeve was.

Conservatieve deugden

De erkenning dat ook andere opvattingen dan die van de hogeropgeleiden verdienen gehoord te worden, is van belang. Toch ziet Charles Murray het anders. Hij is niet alleen politieke wetenschapper, maar ook conservatief. Niet voor niets gebruikte hij als criteria voor succes of falen vooral de conservatieve deugden waar 'het project' Amerika volgens hem groot mee is geworden. Huwelijkse trouw, hard werken, je best doen om vooruit te komen, kerkgang, je aan de regels houden. Hij zou zich in de handen wrijven over het succes van de Nederlandse bible belt.

Ogenschijnlijk huldigt de lagere middenklasse conservatieve waarden, in de sfeer van law and order, aldus Murray. In werkelijkheid is het de hogere klasse die wel libertaire waarden predikt, maar zelf ouderwetse gezinswaarden praktiseert. Het is de lagere klasse die de idealen van de jaren zestig in de praktijk brengt. Met funest gevolg. Het ligt gevoelig, in Amerika en hier, maar eenoudergezinnen zijn en blijven een goede voorspeller voor een baaierd aan maatschappelijke problemen. De coffeeshops waar de elite altijd zo voor ijvert, mijdt ze zelf als de pest. Beantwoord de vragenlijst en zie hoe diep de kloof is, hoe weinig sociale ervaringen hoog- en laaggeschoold ook in Nederland nog delen.

In Nederland is het een bekende morele opdracht om ter bevordering van de integratie in een zwarte wijk te wonen en je kinderen op een zwarte school te doen. Voormalig GroenLinks-politica Femke Halsema en Volkskrant-columnist Pieter Hilhorst zijn bekende voorbeelden. Charles Murray deed wat anders. Hij ging om de ontmoeting tussen hoog- en laagopgeleid te bevorderen, in het Amerikaanse Almere Haven wonen. Dus voor succesvol, getrouwd, hardwerkend, sla-etend en voorlezend Nederland volgt hier een nieuwe opdracht. De elite moet niet in opstand komen, zoals Guusje ter Horst ooit voorstelde, maar verhuizen naar de PVV-wijken. Daar wonen uw nieuwe vrienden.

MURRAY

Omstreden denker

Charles Murray (1943) is in Amerika een omstreden conservatief politicoloog. Zijn eerste belangrijke boek was Losing ground (1984). Daarin betoogde hij dat de uitbreiding van de verzorgingsstaat de VS van hun vitaliteit had beroofd. Zijn beroemdste boek is The Bell Curve (1995) met de strekking dat IQ beslissend is voor de sociale gelaagdheid.

MAKERS

gezamenlijke productie

Dit artikel en de kaarten en gegevens zijn een gezamenlijke productie van Jaap Dronkers, Tjerk Gualthérie van Weezel, Martin Sommer en Josse de Voogd. Jaap Dronkers is hoogleraar onderwijssociologie aan de Universiteit van Maastricht. Josse de Voogd is onderzoeker electorale geografie; hij schreef in 2011 het boekje Bakfietsen en rolluiken. Tjerk Gualthérie van Weezel en Martin Sommer zijn redacteur van de Volkskrant.

undefined

Meer over