Een wereld op drift

Voor het Toneelhuis boog regisseur Guy Cassiers zich over De man zonder eigenschappen, het boek van Robert Musil. Een satire over een wereld die op het punt staat uiteen te vallen....

Door Hein Janssen

De man zonder eigenschappen van Robert Musil – iedereen kent de titel, veel mensen hebben het boek in huis, maar weinigen zullen het gelezen hebben. Terwijl het een mer à boire is van observaties over mens en macht, politiek en privé, en een wereld op drift. Daarom heeft de Vlaamse regisseur Guy Cassiers besloten er theater van te maken, en het aldus te ontsluiten voor het theaterpubliek. In een nieuw, ambitieus drieluik, gemaakt bij Toneelhuis in Antwerpen – een megaproject van drie afzonderlijke Musil-voorstellingen. Deel 1 is deze zomer in première gegaan en begint binnenkort aan een tournee door Nederland; de delen 2 en 3 volgen in het seizoen 2011-2012.

‘De eerste keer dat ik heb geprobeerd het boek te lezen kwam ik er niet doorheen en heb ik het weggelegd. Zo’n vier jaar geleden probeerde ik het opnieuw, met in het achterhoofd er mogelijk iets mee te doen in het theater. Ik raakte toen gefascineerd en heb het in één ruk uitgelezen, hoewel ik daar wel een hele vakantie mee bezig ben geweest. Eerlijk gezegd moest ik me door sommige passages heen worstelen, want het boek bevat ook zo maar tweehonderd pagina’s vol herhalingen. Maar dan volgt er weer iets zo schitterends, dat ik tijdens het lezen al dacht: dat ik dit mag meemaken.’

Al die wijze gedachten en belangwekkende bespiegelingen moeten de boekenkast uit, vond Cassiers vrijwel onmiddellijk nadat hij De man zonder eigenschappen uit had. Hij vindt het een schatkamer, waarvan meer geprofiteerd moet worden, juist ook door degenen die het boek nooit zullen lezen. Voor Cassiers is de roman vooral een scherpe satire over een wereld die zich schijnbaar zelfverzekerd opstelt en goed functioneert, maar die op het punt staat uiteen te vallen.

Cassiers: ‘Enerzijds legt Musil de sociale patronen bloot, maar tegelijk toont hij de psychoanalytische kant ervan, hoe het menselijke aspect daarin een rol speelt, hoe de machthebbers zich onderling verhouden. En hij hanteert een prachtige taal. Het is een taal die veel vertelt, maar dat wil niet zeggen dat die alles vertelt. Alle personages hebben een verborgen agenda – pas gaandeweg begin je de dingen te begrijpen, hoe ze de taal als een masker hanteren om hun eigen onzekerheden en twijfels te maskeren. Het zijn allemaal uitvergrote personages die zichzelf op een voetstuk plaatsen om hun leegte te verbloemen.’

De man zonder eigenschappen ging in juni jongstleden in Antwerpen in première, drie dagen voor de Belgische verkiezingen die het land opnieuw in een politiek crisis hebben gestort.

‘Geluk wil ik het niet noemen, daarvoor is de situatie te ernstig. Maar het feit dat de actualiteit ons zo heeft ingehaald, niet alleen in België maar ook in Nederland, onderstreept alleen maar de noodzaak dit stuk hier en nu te brengen. Het is niet zo dat wat zich destijds voor de Eerste Wereldoorlog heeft afgespeeld zich nu zal herhalen, maar je herkent bepaalde systemen. Je ziet hoe de politiek faalt en dat er onderhuids een grote onzekerheid heerst en alle normen en waarden beginnen te verschuiven. We hebben in onze voorstelling letterlijke citaten gebruikt van Vlaamse politici – om te tonen hoe zij het publieke debat probeerden te beïnvloeden. Dat raakt heel erg aan onze voorstelling.’

‘Ofwel gaat ons rijk ten onder aan parlementair gezwets, communautaire chaos en vreemde invloeden, ofwel schaart het zich achter zijn sterkste zoon en laat het zich in blind vertrouwen door hem leiden.’ Dat zegt Graaf von Schattenwald, een nieuw bedacht personage in De man zonder eigenschappen, en de personificatie van alle rechtse stemmen. Met een beetje fantasie en gevoel voor overdrijving, zou een Vlaams politicus als Bart de Wever of Filip de Winter dat gezegd kunnen hebben. Wil Cassiers die link ook leggen?

‘De Wever kun je niet extreem-rechts noemen, maar hij heeft wel populistische trekjes en grijpt terug naar een Vlaams verleden waarin het allemaal zo goed was. Waarbij je de vraag kunt stellen naar welk verleden hij dan verwijst. Wanneer was het dan zo goed in Vlaanderen? Daarbij is hij vooral gefocust op onze economische belangen. Hij probeert de rijkdom die Vlaanderen hoe dan ook heeft – we zijn immers een van de rijkste landen van de wereld – te behouden en ons daarom te isoleren.’

Of het theater, en de kunst in het algemeen, daar iets tegenover kan stellen, betwijfelt Cassiers. Die impact is relatief, en hij realiseert zich dat theatermakers veelal preken voor eigen parochie.

‘Hoe graag ik ook Brechtiaanse gedachten meedraag, de mensen die naar ons theater komen hoef ik niet meer te overtuigen. Hooguit kun je vanuit Musil een scherpe, heldere lijn trekken naar het heden, en iets beweren over de schizofrenie waarin we nu langzaamaan terecht zijn gekomen, en de immobiliteit die daaruit voorkomt. Ik ben wel blij dat veel politici naar De man zonder eigenschappen zijn komen kijken, nadat Yves Desmet, de hoofdredacteur van De Morgen, daarover iets op zijn website had gezet. ‘Deze voorstelling stelt in drie uur tijd zaken aan de orde, waar ik twee jaar mee bezig ben geweest’, schreef hij. Maar noch Musil noch Cassiers zullen België uit het slop kunnen halen, vrees ik.’

Guy Casssiers heeft voordat hij in 2006 naar Toneelhuis in Antwerpen ging, acht jaar in Rotterdam gewerkt als artistiek leider van het Ro Theater. Daar was hij als theatermaker politiek minder uitgesproken dan in Antwerpen. In Rotterdam maakte hij onder meer de Proust-cyclus, waarin het over schoonheid ging en het verval daarvan, over herinneringen en de rol van het geheugen. In Antwerpen, waar hij vandaan komt, voelt hij zich meer genoodzaakt en aangewezen iets over de stand van zaken in zijn stad en land te zeggen.

‘In Rotterdam was dat voor mij moeilijker. Ik heb er een fantastische periode gehad, maar tegelijkertijd ging mijn werk niet echt een relatie aan met de stad. Wel met het publiek, maar ik durfde niet in het verleden te duiken of te pretenderen dat ik wist hoe het verder moest met Rotterdam. In Antwerpen durf ik dat wel, ik ken hier de geschiedenis, ik ken de gevoeligheden. Ik kan hier met de politici over de situatie praten en voel ook de noodzaak daartoe.’

Niet dat hij iets meer van de hedendaagse politiek is gaan begrijpen – hij weigert dat ook. Volgens Cassiers is het beroep van politicus de afgelopen jaren enorm gedevalueerd. Iemand met kennis van zaken en gezond verstand wordt simpelweg geen politicus meer, die weet wel beter.

‘Politieke debatten op tv zijn de nieuwe gladiatorengevechten geworden. Iemand met een beetje zelfrespect wil daar toch niet vrijwillig aan meedoen? Politici zijn tegenwoordig straatvechters en hun functie is publiek domein geworden. Wat dat betreft hebben ze hun huid duur verkocht. Waarbij – het moet gezegd – ook de media een kwalijke rol hebben gespeeld. Bart de Wever was vorig jaar dé grote held in een populaire tv-quiz en dat heeft zijn populariteit enorm vergroot. Mensen die bij tv werken, presentatoren, journalisten, zijn de politici van morgen, dat is de perfecte springplank.’

Waar in Nederland de kunstwereld steeds meer angst krijgt voor een rechts kabinet dat flink op het kunstbegroting zal bezuinigen, valt dat volgens Cassiers in België nog mee. De kunstenaars lijken ervan doordrongen dat in tijden van schaarste ook de eigen sector zal moeten bijdragen.

‘Maar het is hier lang niet zo erg als in Nederland, waar misschien wel 20 procent op de kunsten gekort gaat worden. Dat is echt hallucinant – alsof kunst een overbodig speeltje voor de elite is. Hier hebben we pas geleden een gespreksronde gehad tussen de podiumkunsten en onze Beoordelingscommissie Theater. Daarin merk je dat ook de kunstwereld zelf vindt dat er de afgelopen jaren misschien wel te veel gezelschappen zijn bij gekomen, en te weinig afgevallen. Het is beter dat vanuit de gezelschappen zelf een kritische analyse plaatsvindt dan dat dat gebeurt door mensen van buitenaf die de verkeerde beslissingen nemen.’

Met zijn marathonvoorstellingen, drieluiken en triptieken is Cassiers steeds meer een regisseur van de lange baan geworden. Voor hem zijn losse voorstellingen minder interessant dan projecten die meerdere jaren in beslag nemen. Sterker nog: op dit moment heeft hij twee grote klussen in handen. Naast het Musil-drieluik is hij inmiddels ook begonnen met het regisseren van Der Ring des Nibelungen (vier delen), een coproductie van de Scala in Milaan en de Staatsoper in Berlijn. De Scala geldt als een van de meest prestigieuze operahuizen van de wereld. Het moet voor hem een enorme eer zijn daar te kunnen werken.

‘Het was puur toeval, een kwestie van op het juiste moment op de juiste plek zijn. Wij waren met onze Triptiek van de Macht een maand lang te gast in Théâtre de la Ville in Parijs en Stéphane Lissner, de artistiek directeur van de Scala, is daar toen naar komen kijken. En dan krijg je op een gegeven moment een telefoontje: ‘Ik ben meneer Lissner van de Scala in Milaan. Bent u geïnteresseerd om bij mij de Ring te komen doen?’ Eerst geloof je dat natuurlijk niet, maar het bleek serieus. Das Rheingold is inmiddels in première gegaan en binnenkort ga ik aan Die Walküre beginnen. Met Daniel Barenboim als dirigent.’

Cassiers ziet ook raakvlakken tussen Wagner en Musil – hoe verschillend beide kunstenaars ook zijn. Maar zowel in de Ring als in De man zonder eigenschappen gaat het over een megalomaan Europees denken, dat uiteindelijk implodeert. Het Scala-debuut van Cassiers, die intussen met zijn Toneelhuis en als operaregisseur in Europa naam en faam heeft gemaakt, werd door het Milanese publiek goed ontvangen, maar de Italiaanse operacritici waren zeer kritisch.

‘De internationale pers was lovend, maar zeker 70 procent van de Italiaanse kranten heeft me met de grond gelijk gemaakt. Het is lang geleden dat ik zulke slechte recensies heb gekregen. Maar daar zit veel meer achter, die artikelen gaan ook over de Scala zelf en over het artistieke beleid van Lissner die vernieuwing wil waar de klassieke elite niet van gediend is. En vergeet niet dat Berlusconi 70 procent van de kranten, dus ook van de kunstkritiek, in handen heeft.’

Die Walküre, het tweede deel van de Ring, gaat in Milaan op 7 december in première, de dag dat de stad ook zijn patroonheilige viert.

Cassiers: ‘Wil je weten hoeveel een ticket dan kost? Het is schandalig hoor, en ik keur het zeker niet goed, maar het duurste ticket op de parterre kost 2400 euro. Gelukkig wordt de première via satelliet ook doorgezonden naar onze eigen Bourla schouwburg in Antwerpen waar je voor 12 euro naar binnen mag.’

De man zonder eigenschappen
Robert Musil (1880-1942) schreef zijn grote roman De man zonder eigenschappen tussen 1921 en 1941. Het is een kritische, kleurrijke, ironische en groteske schildering van een maatschappij die danst op een vulkaan, maar zich niet bewust is van de naderende uitbarsting, de Eerste Wereldoorlog. De handelingen spelen zich af in 1913, in het grote, multiculturele Oostenrijks-Hongaarse rijk. Voor Cassiers en zijn medebewerkers Erwin Jans en Filip Vanluchene is De man zonder eigenschappen een staalkaart van menselijke sensibiliteit en het dramatische brandpunt van alles wat op de vooravond van de Eerste Wereldoorlog tot de ondergang van een grandioos tijdperk leidde. ‘Musil is een ingenieur van de menselijke ziel en tegelijk een subtiele ambachtsman die het radarwerk van het politieke en sociale leven bloot legt’.

De personages in het eerste deel van het Musil-drieluik van Toneelhuis komen allemaal uit de bovenlaag van de samenleving (schrijver, politicus, generaal, graaf, notabele dame). Gezamenlijk bereiden zij de viering van het zeventigjarige keizerschap van Franz-Josef voor. Op instigatie van zijn vader en tegen zijn wil wordt hoofdpersoon Ulrich (de man zonder eigenschappen) daarvan secretaris. Op die manier komt hij in aanraking met de vertegenwoordigers van een maatschappij in ontbinding.

Cassiers: ‘Ulrich is een soort antichrist, waarin steeds meer mensen gaan geloven. Hij vertegenwoordigt een manier van denken en doen waarin het populisme toeneemt, vooral door te focussen op wat er verkeerd is in de samenleving, en daaruit kracht te putten. Maar het leidt uiteindelijk tot een neerwaartse spiraal, en eindigt op termijn in een doodlopende weg’.

Musils roman bestaat uit drie afzonderlijke boeken; de eerste twee werden gepubliceerd in 1930, het derde en onafgewerkte boek werd door zijn weduwe gepubliceerd in 1942. Eigenlijk raakte het werk pas bekend in 1952 na een hernieuwde uitgave, waaraan nog nieuwe onafgewerkte hoofdstukken werden toegevoegd. De Nederlandse vertaling uit 1991 telt in totaal 1785 bladzijden.

Meer over