Een warm weekje klimaattop in Cancún

Het begint goed. Ik had een bescheiden hotel genomen in het stadje Cancún zelf, en word na anderhalf uur rondrijden door de bus ergens in een slecht verlichte buitenwijk afgezet voor een nondescripte gevel direct naast een fly-over. De spijt knaagt. Had ik toch aan het strand moeten gaan zitten, in een van die kolossen waar je dankzij zo'n fijn polsbandje vierentwintig uur kunt eten en drinken wat je wilt? En hoe kom ik van hier in het conferentieoord, nog verder dan het vliegveld, elke dag weer?


Maar binnen zit Juan. Ik ken zijn naam dan nog niet, maar hij is een van de twee mannen die aan een klein tafeltje bij de receptie zitten te schaken. Hij staat er goed voor. Hij heeft een shirt aan met een boom en een vlinder, het logo van COP16, en geeft meteen een foldertje met daarop alle speciale buslijnen naar het klimaatconferentieoord, met tijden en plattegronden. Morgenochtend om zeven uur rijdt de eerste. Maar eerst eten, zegt hij, als zijn tegenstander het opgeeft. Hij wijst de weg naar een eettentje in een soort garagebox, waar we een paar quesadilla's met varkensvel naar binnen werken - lekker, met koriander. Juan blijkt schaakleraar, die tijdens de COP wat bijverdient met regelwerk. Martin, zijn tegenstander, komt uit Malawi, en is heel tevreden. 'Veel beter hier dan vorig jaar in Kopenhagen. Wij horen er nu ook bij.'


De bus gaat naar Messe, een jaarbeurshal dertig kilometer ten zuiden van Cancún waar de deelnemers zich moeten registreren. Vorig jaar in Kopenhagen ging het daar meteen al mis. Toen moesten ongeveer tienduizend man zich in een sneeuwstorm via een trechter van dranghekken en ME'ers door een gaatje van een meter persen, om daar in een nieuwe rij terecht te komen. Wie op de eerste dag de toegangsdeur haalde had geluk.


Nu komen we binnen in een enorme hal waar niemand is. Spanbanden op paaltjes leiden de leegte in goede banen. Binnen twee minuten heb ik een pas om mijn nek. Dan wijzen de pijlen de weg verder, langs de honderden stands van milieugroepen, bedrijven, banken en internationale organisaties die in elk geval een deel van hun bestaansrecht ontlenen aan de verandering van het klimaat. Hier worden de side-events gehouden, een heel programma met oplossingen en oplossinkjes waar de onderhandelaars hun voordeel mee kunnen doen, of niet. Het leverde in Kopenhagen een hele dimensie van extra chaos op, doordat iedereen door iedereen heen liep en niemand meer wist wie wat deed.


Nu is dat anders. De side-events liggen echt on the side, op een apart bordje naast het hoofdgerecht. We lopen dwars door de hal naar een nieuwe bus, die ons naar een andere locatie brengt, waar de echte onderhandelingen plaatsvinden. De hoofdmaaltijd. Wie geen trek heeft, kan het groenvoer laten staan.


Een afrit van de snelweg wijst naar het Moon Palace, 'exclusive all-inclusive resort'. We rijden nog een paar kilometer langs een hele reeks diervriendelijke verkeersborden (pas op voor overstekende leguanen, rem voor krokodillen, stop voor een of ander pluizig diertje met schattige ogen en een wollige staart), en komen dan aan bij het maanpaleis.


Een andere wereld, zeker gezien door winterse Nederlandse ogen. Utopia. Over bochtige paden in extreem groen gras lopen mensen keuvelend van het ene gebouw naar het andere. De palmbomen wuiven, de zon straalt. Mannen lopen in hemdsmouwen, vrouwen hebben zomerjurkjes aan, tweehonderd meter verderop ligt de zee - het ziet er allemaal een stuk beter uit dan vorig jaar, in Kopenhagen.


Aan de andere kant: hoeveel vierkante kilometer mangrovebos is er gesloopt voor deze kapitalistische vakantiekolonie? Hoeveel energie wordt er hier verspild, aan airco en de vliegreizen om hier te komen? Dit is een vegetariërsconferentie in een slachthuis, zegt een collega, tijdens een persconferentie vandaag. Een Mexicaanse minister ontkent en wijst op de boompjes in de snelwegberm, die zijn aangeplant ter compensatie.


De routines zijn hetzelfde. Je loopt naar de balie met het dagprogramma, met de nieuwste versies van de documentteksten, met de dagelijkse krantjes van ngo's die de onderhandelingen becommentariëren. Leesvoer voor bij het ontbijt. Dan loop je naar de tent van de EU-delegatie, waar altijd wel een croissant en koffie en jus d'orange te halen is, en misschien een europarlementariër die je kan bijpraten over de laatste stand van zaken.


GroenLinkser Bas Eickhout is een van de Nederlandse favorieten: altijd scherp, altijd op de hoogte, tamelijk realistisch en nog een goed verteller ook. Hij is vrij optimistisch vandaag: er zijn nog veel struikelblokken en vraagtekens, maar een deal lijkt haalbaar. Even later lijkt Todd Stern, de Amerikaansen klimaatgezant, die inschatting in zijn dagelijkse persconferentie te bevestigen. 'There is an agreement to be had', zegt hij. Het is 'moeilijk maar mogelijk', zegt hij ook. Het zijn woorden die de Amerikanen in Kopenhagen nooit gebruikt hebben.


Het mediacentrum ligt twee kilometer verderop op het complex. Je kunt er op de fiets heen, langs het sneeuwwitte strand met zijn rieten parsolletjes. Het moet gezegd: ik had graag een foto gemaakt van een geachte afgevaardigde in zwembroek in zee of plonzend bij het volleybalnet, maar dat is niet mogelijk. Er ligt niemand in het water, waar dan ook. Het enige wat in de buurt komt zijn twee vrouwen met blote voeten in de branding. Een ngo.


Later zegt een diplomaat dat hem expliciet verboden is te gaan zwemmen, en opgedragen is goed met zonnebrandolie te smeren. 'We moeten voorkomen dat er een verkeerd beeld ontstaat, van deze top.' Er zit een productieve paradox in de paradijselijke omstandigheden hier: ze maken het leven zomers, maar vormen tegelijk een stok achter de deur: de delegaties zullen het thuis niet kunnen uitleggen als ze van zo'n prettige plek met lege handen thuiskomen.


Ik tik een verhaal over de verschillen tussen Cancún en Kopenhagen, met een licht optimistische ondertoon. Na de deadline blijkt dat Bolivia ergens boos is weggelopen, en dat de Amerikanen het proces ophouden omdat ze het in Kopenhagen beloofde geld in hun zak houden.


De Amerikaansen klimaatgezant Todd Stern prijst na de deadline wel de Chinezen de hemel in. Uit WikiLeaks is inmiddels gebleken dat de Amerikanen en Chinezen het vorig jaar al vóór de top in Kopenhagen op een akkoordje hadden gegooid. Nietsdoen kwam hun allebei beter uit. Nu zegt Stern: 'Ik heb goede hoop dat we straks gezamenlijk deze onderhandelingen kunnen verlaten.' Hebben ze het allemaal al weer beklonken?


WikiLeaks zet nog meer op scherp. Zo blijkt uit een van de berichten dat Amerika de dwarsliggende Alba-landen (waaronder Cuba, Venezuela, Ecudaor en Bolivia) na Kopenhagen vorig jaar wilde 'isoleren' en 'marginaliseren'. De VS hebben hun spionagediensten met extra aandacht op de sleutelfiguren in de klimaatonderhandelingen gezet, op zoek naar zwakke plekken. De Ecuadoriaanse president Rafael Correa, met wat aanhang met Indiaanse veren aanwezig in Cancún, wuift het desgevraagd een beetje weg. 'President Obama is een goede man', zegt hij, en dan komt er iets over de werkelijke macht die bij de multinationals ligt. Maar de kou is niet uit de lucht.


's Avonds eet ik met collega Hans Verbeek van BNR en Het Financieele Dagblad. Mole verde, in een achteraftentje waar een enorme kerstboom wordt opgetuigd. Gespeculeerd over de uitkomst van deze onderhandelingen. Daarna door de stad richting het hotel gelopen, waardoor ik toevallig langs een soort tentenkamp vol spandoeken kom. Na wat Spaanse vriendelijkheden mag ik door een kier in het hek naar binnen.


Onder een overkapping op een verlaten basketbalveld wordt gedanst en op gitaren getokkeld. Veel kleuren, mannen met losgeknoopte overhemden en vrouwen in jurken met strakke topjes: de Zuid-Amerikaanse 'campesinos' zijn gemiddeld wat sexyer dan de mosgroene autonomen die ik van Kopenhagen ken. Aan een hek hangt een kleine aankondiging: morgen komt de Boliviaanse president Morales hier op bezoek. Daar moeten we heen.


'Evo! Evo! Evo!' De Boliviaanse president Morales wordt toegejuicht als hij het podium betreedt, op het basketbalveld van gisteravond. In zijn gevolg lopen wat Boliviaanse indianen met wollen kleden en te kleine bolhoedjes, en een hagelwitte admiraal met platte pet en gouden tressen.


Met twee uur vertraging is Evo, de grote held van de aanwezigen hier gearriveerd. In een eindeloze speech hekelt hij het kapitalisme en de multinationals als oorzaken van de grote klimaatcrisis, en hekelt hij de met name Amerikaanse pogingen die crisis juist door het kapitalisme en multinationals te laten oplossen.


Toeschouwers met rode en groene halsdoeken scanderen 'Cochabamba sí! REDD no!', verwijzend naar het in de Boliviaanse stad Cochabamba gesloten alternatieve akkoord waarin de bescherming van inheemse volkeren en van La Madre Tierra vooropstaat, en naar het volgens hen kapitalistische instrument om de bossen te beschermen.


Andere leuzen: 'Leve het boerenleven! Zapata leeft, de strijd gaat door! Tot aan de overwinning, altijd! Leve Fidel!'


Juist bij de verwijzingen naar Castro gaan de vuisten het felst omhoog. Daniela uit Chiapas vindt dat maar niets. 'Castro is alleen anti-Amerikaans, maar niet bijzonder groen of democratisch te noemen. Ik houd meer van Moeder Aarde.'


Er zitten ongeveer duizend mensen hier, maar ze staan voor miljoenen anderen, zegt Morales. Vrijdag gaat hij weer naar huis, maar houdt hij voet bij stuk?


Vandaag moet het gebeuren. Vandaag zal er nog van alles gebeuren. Naast de VS, China en Bolivia zijn er nog veel meer twijfelgevallen. Rusland, zoals altijd, maar ook Japan blijft nukkig.


Het komt, zegt de Nederlandse delegatieleider Hugo von Meijenfeldt, nu echt aan op de talenten van de Mexicaanse voorzitter. Die moet als een soort middelbare schoolonderwijzer zijn klas in het gareel zien te houden. Op tijd met de hamer op tafel slaan, daar komt het uiteindelijk op neer.


Ik neem voor de zekerheid een zwembroek mee.


Meer over