Een vrouwelijke Faulkner: Welty

Wat een prachtige schrijfster is Eudora Welty. Haar werk is, net als dat van William Faulkner (1897-1962), doortrokken van de sfeer van het Amerikaanse Zuiden, waar in de tijd dat zij begon te schrijven de Depressie en raciale tegenstellingen het leven beheersten....

WILLEM KUIPERS

Paul Binding, schrijver van Separate Country: A literary Journey through the American South (1979), bezocht haar een paar jaar geleden in haar afgelegen woonstee, in de armste staat van de Verenigde Staten - 'What has four i's and cannot see?' - en trof een hoffelijke, erudiete dame, die ondanks haar hoge leeftijd geen moment de indruk wekte in het verleden te leven.

Is ze nog wel van deze tijd? Voor Paul Binding bestaat daar geen twijfel over en in het boek dat hij over haar schreef, The Still Moment, Eudora Welty, Portrait of a Writer, getuigt hij op ontspannen, toegankelijk geschreven wijze van zijn grote waardering voor haar werk, dat in zijn ogen alllerminst vergeeld is. Een zeer grondige kennis van verhalen en romans als 'First Love', 'A Still Moment', The Golden Apples, The Bride of the Innisfallen, The Ponder Heart en Losing Battles onderstreept dat standpunt.

Zijn studie, uitgegeven door de Londense 'vrouwenuitgeverij' Virago - die zich de laatste jaren beijverd heeft boeken van Welty te herdrukken -, situeert het werk nadrukkelijk in het Amerikaanse Zuiden, dat behalve Faulkner zo veel andere capabele auteurs heeft voortgebracht: Katherine Anne Porter, Carson McCullers, Flannery O'Connor, William Styron, Anne Tyler.

Binding noemt ze allemaal. Maar hij laat niet zo maar wat namen vallen; hij probeert deze genius loci te typeren, ook in zijn 'modernistische trekken', want dat is wellicht nog het meest opvallende aan deze zuidelijke literatuur: dat ze ver van de grote Amerikaanse stedelijke centra zo kosmopolitisch werd.

Een opvallend trekje in Eudora Welty's biografie is dat ze al vroeg begon te fotograferen - toen ze voor de Works Progress Administration het Zuiden tot in alle uithoeken bereisde - en net als James Agee (Let Us Now Praise Famous Men) verzamelde ze op die tochten de beelden van zowel zwarte als blanke troosteloosheid, die in haar verhalen het 'magisch-realistisch' kader kregen, lang voordat Gabriel Garcá Márquez daarop het patent verwierf.

Vertalingen van haar werk in Nederland sloegen kennelijk niet zo aan. Lidewijde Paris van Bert Bakker kon me slechts twee titels noemen: De paarse hoed (The Wide Net and Other Stories) uit 1982 en Bruiloft in de Delta (Delta Wedding) uit 1985. De studie van Binding werd geïmporteerd door Nilsson & Lamm (Fl. 65,55).

Amerika in

zeven dromen

William T. Vollmann is weer een heel ander verhaal. Hij is een jonge Amerikaanse schrijver (geboren in Los Angeles in 1959) die aan Cornell University summa cum laude zijn studie in de vergelijkende literatuurwetenschap afrondde.

In 1982 trok hij met islamitische commando's door Afghanistan. Hij schreef You Bright And Risen Angels, The Rainbow Stories - een titel die Graa Boomsma in Raster terecht met Gravity's Rainbow van Thomas Pynchon associeerde -, The Ice-Shirt, Thirteen Stories And Thirteen Epitaphs, Whores For Gloria, Fathers And Crows en Butterfly Stories, een reeks die ik hier alleen opsom om mijn eigen verbazing over deze ongelooflijke produktie te kunnen uitdrukken. Het zijn bovendien vaak dikke en zeer goed geschreven boeken.

Maar het interessantste aan Vollmann is dat hij begonnen is aan een zevendelige reeks (Seven Dreams: A Book of North American Landscapes) waarin hij met een enorme antropologische kennis de geschiedenis van de Noordamerikaanse inheemse volkeren en hun kolonisatoren vertelt.

The Ice-Shirt was de eerste van deze romans (want het zijn romans, produkten van de verbeelding). Het volumineuze Fathers And Crows - waarin de christelijke zending aan bod komt - was de tweede en sinds kort is er een derde aflevering in de reeks: The Rifles (dat overigens officieel 'volume six' heet).

Ook dit boek is weer, verlucht met tekeningen en kaarten, een fascinerende tocht naar het verleden, dat Vollmann zich om zo te zeggen geografisch toeëigent door er onder de meest bizarre omstandigheden ook nog eens doorheen te reizen.

Je weet niet wat je leest. Historie, antropologie, politiek, fictie? Het is een combinatie van dit allemaal, waardoor de uitspraak gewettigd lijkt dat Vollmann doende is in zijn eentje de Amerikaanse literatuur uit haar stedelijke, decadente, postmoderne leegte te verlossen om de weg in te slaan, die aan de oorsprong van deze letterkunde staat: die van de ruimte en het avontuur.

De boeken van Vollmann worden uitgegeven door Viking, eerst als hardcover en vervolgens als Penguin-paperback. The Rifles is er alleen nog maar gebonden (Fl. 55,30).

Ook Een daad van geweld van Joan Brady speelt zich in Amerika af. De schrijfster, een Amerikaanse, die al heel lang in Engeland woont, vertelt hierin het verbijsterende verhaal van een slavenleven, geen zwarte slaaf, maar een blanke, want na de Burgeroorlog, toen het Amerikaanse Zuiden tot diepe armoe verviel, waren ook blanke ouders bereid hun kinderen te verkopen.

Jonathan Carrick, die dit in de roman van Brady overkwam, trof het niet: hij werd de slaaf van de primitieve, sadistische boerenfamilie Stoke, die hem op alle mogelijke treiterde en vernederde. Op zestienjarige leeftijd ontsnapte Carrick aan zijn kwelgeesten, maar zijn levenlang bleef hij psychisch getraumatiseerd.

Joan Brady, die zelf een grootvader had, die slaaf is geweest, schrijft haar verhaal met veel, soms iets te veel inlevingsvermogen, waardoor het drama van Jonathan Carrick buitengewoon overtuigend op de lezer wordt overgebracht. De Nederlandse vertaling werd, mooi gebonden, door De Geus uitgegeven (Fl. 39,90), terwijl Penguin-Nederland de Engelstalige pocket-uitgave van Abacus importeerde (Fl. 26,55).

Tegelijkertijd verscheen bij De Bezige Bij de roman De rivier over van de zwarte schrijver Caryl Phillips (geboren in 1958 op St. Kitts, West-Indië), die eveneens de slavernij tot onderwerp heeft. Phillips vertelt over twee broers en een zus die door hun vader werden verkocht en in verschillende landen opgroeiden (Fl. 42,50).

De dood van

Gavrilo Princip

Voordat ik nog een paar vertalingen noem die aanspraak maken op serieuze belangstelling, wil ik nog wijzen op het prozadebuut van de jonge, door Derek Walcott en Joseph Brodsky zeer geprezen dichter Glyn Maxwell.

Blue Burneau is een merkwaardig boek over de lijfwacht van een exotische heerser op het zonovergoten eiland Badeo. Bij een aanslag op zijn baas, nam Burneau de benen, aangetrokken als hij was door een meisje met 'vlammend' haar, en sindsdien is hij zijn leven niet meer zeker. Merkwaardig is het verhaal door zijn mengeling van droog Engels realisme, irrealistische sfeer en wisseling van stijlen. Blue Burneau verscheen bij Chatto & Windus in Londen, import Nilsson & Lamm, Fl. 35,45.

Het D66-Kamerlid Aad Nuis vertaalde samen met Ellen Beek Rosalind van Lisa St Aubin de Téran, een schrijfster die we kennen van haar liefde voor Italië, treinen en bohémiens (Joanna; Op doorreis. Belevenissen van een treinverslaafde; De stoptrein naar Milaan).

Dit boek gaat over een jonge, schizofrene filmster en een graficus, een domineeszoon, die terugkeren naar Sestri Levante aan de Italiaanse Rivièra, waar ze hun wittebroodsweken doorbrachten, en zich nu hun verleden herinneren, waarvan de pijnlijke kanten (incest, overspel, een dood kind) geleidelijk en omzichtig worden onthuld (Meulenhoff, Fl. 34,90).

Een bijzonder boek is ook de roman van de Amerikaanse Nederlander Hans Koning over de moordenaar van aartshertog Franz Ferdinand, de jonge Serviër Gavrilo Princip, De dood van Gravilo Princip, een boek dat in 1976 verscheen onder de titel Death of a Schoolboy en in 1993 werd herdrukt. Zoals bekend ontketende de aanslag van Princip de Eerste Wereldoorlog, en het zal duidelijk zijn dat de heruitgave niet losgezien kan worden van het Servische geweld dat nu op de Balkan woedt. Van dezelfde auteur publiceerde Meulenhoff tegelijkertijd De Petersburg-Cannes Expres (beide Fl. 34,90).

Even bijzonder als De dood van Gavrilo Princip - ik overdrijf niet - is Voor de liefde heb ik geleefd van de Italiaanse schrijfster Paola Capriolo, bijzonder, omdat Capriolo in het fictieve dagboek van de Romeinse politiecommissaris Scarpia het verhaal van Puccini's Tosca - een van de meest theatrale opera's uit de muziekgeschiedenis, zegt de flaptekst - in een nieuw moordzuchtig, sadistisch en erotisch licht plaatst (Meulenhoff, Fl. 32,90).

Van de Argentijn Juan José Saer verscheen Het onuitwisbare (Prometheus, Fl. 36,90), een mooie, filosofische roman. Rosa Montero, columniste van de Spaanse krant El Paéis en bekend van Als een vorstin zal ik je behandelen en Het Kristal van Koud Water, schreef met Mooi en donker het verhaal van een meisje dat in een bizarre wereld van hoeren, drugs en armoede terecht komt (Wereldbibliotheek, Fl. 32,50). En Karel Sidon, dramaturg, ondertekenaar van Charta 77 en tegenwoordig rabbijn van Praag, ontrafelt in Droom van mijzelf het ego van een man, die in huwelijksmoeilijkheden is geraakt (Wereldbibliotheek, Fl. 29,50).

Hangmat voor Henoch, een snelle tweede bundel van Hans R. Vlek na De kylix van Liber uit 1991 (Querido, Fl. 27,50) en Insekten van Koos Geerds (AP, Fl. 32,90) - waarin in elk gedicht een insect bezongen wordt, het 'schrijvertje' even goed als de 'schaamluis' - vormen de opmaat tot de kolossale bundel van Hugo Claus: Gedichten 19481993 (De Bezige Bij, Fl. 95,-), die vandaag is verschenen.

'De tekst van deze uitgave', schrijft Hugo Claus in zijn verantwoording, 'is gebaseerd op die van Gedichten (1948-1963), Gedichten 1969-1978, Almanak, Alibi, Sonnetten en De Sporen. Daarin heb ik hier en daar, zoals dichters doen, gedichten toegevoegd, geschrapt, herschikt of herschreven. Een weerzinwekkend bezoek, Ambachten en de varianten op de cyclus ''steeds'' verschijnen hier voor het eerst in reguliere boekvorm'.

Alleen de inhoudsopgave van dit boek, handvast gebonden en in een chic, blauw stofomslag gestoken, beslaat al dertig pagina's. Wat volgt is 1080 pagina's dundruk met ruw geschat zo'n elfhonderd gedichten.

'Genoeg,' zegt de dichter, die in een envoi zijn verzen het huis uitstuurt. 'Nog twaalf regels lang op dit blad/ hou ik ze de hand boven het hoofd/ en dan krijgen zij een schop in hun gat./ Ga elders drammen, rijmen voor een cent,/ elders beven voor twaalf lezers/ en een snurkende recensent.'

'Ga nu, verzen, op jullie lichte voeten. . .'

Meer over