Een vorstin die paste bij gezellig Nederland

Hofhistoricus Jan Bank merkte zaterdagochtend voor de televisie op dat intussen een hele generatie is opgegroeid die Juliana niet als koningin heeft meegemaakt....

Daar stond de koninklijke familie te zwaaien, sodemieterde de stalmeester de krentenmikken achter de rododendrons, en trok jaarlijks een onafzienbare stoet van klompendansers, Surinaamse moekes, gymnastiekclubs enkegelverenigingen voorbij.

Er waren grote crises in haar regeerperiode - Greet Hofmans, Irene, Lockheed - maar achteraf was het een geruststellende, overzichtelijke wereld. Bij die Nederlandse folklore hoorde zowel de rookbom tijdens de huwelijksrondrit van Beatrix en Claus (1966), als de spruitjeskoningin van Wim T. Schippers; kijk ons eens protesteren tegen een achterlijk instituut waarover we ons verder geen kopzorg hoeven maken. De wereld ging de goede kant uit en een koningshuis om tegenaan te schoppen hoorde daar bij.

Juliana pleitte in haar troonredes voor spreiding van macht, kennis en inkomen, net als het linkse kabinet-Den Uyl. Ze was 'vooruitstrevend', had 'het land aan conservatisme', zei ze voor de televisie, alsook aan 'de ouderwetse meubels waartussen ik opgroeide'. Van de strijdigheid van dat sentiment met het instituut dat zij vertegenwoordigde, had zij net zo min last als haar onderdanen.

Zoals de historicus James Kennedy het onlangs zei: 'Aan de ene kant houden de Nederlanders de Oranje-mythe in stand. Aan de andere kant hebben ze de laatste decennia een antitraditionele houding ontwikkeld en een voorliefde voor vernieuwing die getuigt van weinig erkentelijkheid voor het verleden.'

Juliana paste perfect bij het Nederlandse zelfbeeld van de jaren zestig en zeventig. Een klein land dat het beste voorheeft met de wereld, dat gidsland wilde zijn - een land van ex-christenen en ex-marxisten, zei Kennedy. De koningin zat op haar fiets, deed boodschappen of zat met hippies op het gazon van paleis Soestdijk. (Toen nog) veertien miljoen progressieve mensen, inclusief de koningin.

Die rookbom bij de inhuldiging van Beatrix in 1980 hoorde er nog bij. De toenmalige burgemeester Polak vertelde later over debeklemming tijdens de dienst in de Nieuwe Kerk, waar je de politiehelikopters boven het dak kon horen cirkelen.

Maar dat onbehagen was niet te vergelijken met de dreiging bij de begrafenis van Pim Fortuyn in 2002, toen ministers en partijleiders zich voor het eerst realiseerden hoe groot de rancune, het wantrouwen en de verongelijktheid in Nederland waren. Het land was verdeeld geworden, en de eenvoudige, overzichtelijke wereld die bij Juliana hoorde was definitief verdwenen.

Waar begon de onttovering? Zeker is dat mooie intenties gaandeweg verkeerden in onbedoelde gevolgen. Dat ontwikkelingshulp nogal eens niet hielp, dat onderwijsverbeteringen verslechteringen bleken, en dat uiteindelijk bij Srebrenica goede bedoelingen ruimschoots onvoldoende waren. Iets van de geest van Juliana bleef - prins Claus rukte zijn stropdas los en riep de Nederlandse man op zich met hem te bevrijden. Maar de ontspanning was langzaamaan verdwenen.

Het werd ondenkbaar dat Beatrix zich liet aanspreken door Jos Brink als 'lieve koningin', zoals haar moeder. Chocola drinken met Kerstmis bestaat niet meer, Beatrix laat zich weer met majesteit aanspreken. Zij realiseert zich dat de tijden van vroeger niet meer terugkomen.

'Nederland is vannacht zijn moeder kwijtgeraakt', opende Gijs Wanders zaterdagmiddag het Journaal. Nederland raakte met Juliana zichzelf weer een beetje verder kwijt.

Meer over