Een voorspelbare botsing van stijlen

Deze en de volgende rubriek staan in het teken van het Nieland-toernooi, dat in de derde week van juli in Apeldoorn werd gehouden....

DAMMEN: TON SIJBRANDS

De tweede prijs ging naar Wouter van Beek, die eveneens ongeslagen wist te blijven en 11 uit 8 scoorde; daarmee ontpopte de FMJD-voorzitter zich als de grootste verrassing van het toernooi. Met één punt minder eindigden Douwe de Jong en Ad van Tilborg op de gedeelde derde plaats, terwijl Nieland-debutant Joop de Vries en meervoudig toernooiwinnaar Anton Schotanus met 9 punten de vijfde plaats deelden. Voor het overige zag de eindstand er als volgt uit: 7. Terlouw & Boer 8 pt.; 9. Van Snippenburg & Van der Kraan 7; 11. Bom & Bizot 6; 13. Sinke 5; 14. Baas 3 punten.

Hoewel Van Dijks uiteindelijke toernooizege zich al enkele ronden voor het einde aftekende, leverde hij zijn beste speltechnische prestaties juist in de laatste twee ronden. Ziehier bij voorbeeld hoe Van Dijk op de voorlaatste speeldag afrekende met Joop de Vries, die in sommige andere partijen heel aardige dingen liet zien maar tegen de toernooiwinnaar niet opgewassen bleek.

Van Dijk-J.J. de Vries

(Nieland-toernooi 1994)

1.33-28 18-23 2.39-33 12-18 3.31-27 17-21 4.37-31 21-26 5.4439 26x37 6.42x31

Een voorspelbare botsing van stijlen: de witspeler past de De Jongh-variant al zo'n kleine veertig(!) jaar met de aanvallende kleur toe (alleen al Turbo Dambase geeft liefst 25 partijen van Van Dijk met deze opening), terwijl De Vries in het verre verleden juist zijn voorkeur voor de verdedigende kleur beleden heeft.

6...7-12 7.41-37 12-17

In hun partij uit het NK 1960 nam De Vries hier (zij het met 14 al op 24, 47 op 42 en 49 op 44) een opstelling met 9...11-17 in.

8.47-42 2-7 9.49-44 20-24 10.4641 14-20

Logischer en beter lijkt mij 10...712.

11.27-22(!) 18x27 12.32x12 23x32

Pas hiermee wijkt zwart voor het eerst af van de partij Van Dijk-Van der Kraan uit het Nieland-toernooi 1993. Daarin volgde na 12...7x18 13.37-32 het nogal ontluisterende 13...16-21? 14.28-22! 18x27 15.31x22 21-26? 16.22-17! enz. met schijf- en partijwinst voor wit.

13.37x28 7x18 14.41-37 1-7 15.37-32 7-12 16.42-37 10-14 17.34-29!

Alles geheel volgens het boekje.

17...20-25 18.29x20 15x24 19.40-34 24-30 20.35x24 19x30

Zwart laat zich naar de bordrand dringen. Maar men kan zich voorstellen dat De Vries in 19...5-10 20.44-40 evenmin veel fiducie had, temeer daar hij door het ontbreken van de controle over veld 7 nooit meer tot 18-23 had kunnen komen.

21.34-29 30-35 22.45-40 14-19 23.39-34 9-14 24.50-45 5-10 25.2923! 18x29 26.34x23 10-15 27.40-34 14-20 28.23x14 20x9

Een constructieve omsingeling van de witte aanvalsstand zou inderdaad te hoog gegrepen zijn, bij voorbeeld 27...15-20 28.43-39 2024 29.34-29 (zonder vrees voor 29...35-40? enz.) 24-30 30.32-27! met prachtig spel voor wit.

29.43-39 15-20 30.48-43 4-10 31.45-40 10-15 32.34-29 20-24 33.29x20 25x14 34.39-34 13-19 35.43-39 8-13 36.31-27 12-18

37.28-23!

Voordat zwart de kans krijgt 37...18-23! te doen, is het wit die veld 23 opnieuw in bezit neemt.

37...18x29 38.34x23 19x28 39.32x23 14-19 40.23x14 9x20

Hierna gaat zwart langzaam maar zeker aan de achtergebleven schijf op 6 ten onder. Daarom was 40...11-17 en 41...17-21 relatief beter geweest, al blijft wit oppermachtig staan.

41.37-32 3-8 42.36-31 11-17 43.31-26 8-12 44.39-34!

Vermoedelijk gespeeld om 44...20-24 met 45.34-30! te kunnen beantwoorden. Na 45...13-19 46.30-25 19-23 47.44-39 35x44 48.39x50 23-29 (48...12-18 49.3328 +) 49.25-20! staat zwart dan aan beide vleugels mat.

44...13-18 45.32-28 20-24 46.44-39 35x44 47.39x50 15-20 48.34-30

En zonder 48...24x35 49.28-23 18x29 50.33x15 + af te wachten, gaf zwart het op.

Dat was regelrecht vakwerk van de kant van Van Dijk, die voor deze partij nauwelijks meer dan vijf kwartier bedenktijd nodig had. Maar de overwinning die Van Dijk in de slotronde op veteraan Jan Bom boekte, vormde voor mijn gevoel het onbetwiste hoogtepunt van het toernooi.

Bom-Van Dijk

(Nieland-toernooi 1994)

1.33-28 18-23 2.31-27 20-24 3.38-33 12-18 4.37-31 7-12 5.4238 14-20 6.47-42 10-14 7.41-37 510 8.46-41

Op de openingsdag van het toernooi had Bom hier tegen Schotanus nog 8.34-29 23x34 9.40x29 gedaan. Pas met zijn 9e zet zal hij wezenlijk van dat duel afwijken.

8...1-7 9.31-26

In de 1e matchpartij TsjizjovWiersma (WK 1993) volgde hier 9.34-29 23x34 10.40x29 17-21 11.31-26 19-23 en 12...20-25 enz.

In de ontstane positie gaat mijn voorkeur uit naar 9...24-29 10.33x24 20x29 11.39-33 17-22 enz., maar wat Van Dijk doet is natuurlijk eveneens goed.

9...20-25 10.34-29 23x34 11.40x20 15x24 12.27-22 18x27 13.32x21 16x27 14.28-23 19x28 15.33x31

Een grootscheepse vereenvoudiging, die (zij het met 49 op 47) onder meer bekend is van de beroemde partij Fabre-Molimard, WK 1912. Of zwart, op grond van het feit dat hij van zijn randschijf op 16 is verlost, nu al iets beter staat, zou ik niet durven zeggen. Zeker is echter dat Van Dijk in de komende opbouwfase de strategische mogelijkheden van zijn stelling optimaal zal benutten.

15...12-18 16.31-27 7-12 17.3731 14-19 18.41-37 10-14 19.39-33 19-23 20.44-39 14-19 21.37-32 914 22.50-44 4-10 23.33-28 24-30!

Het was Van Dijk zelf die in 1961 in een artikel voor het Het Damspel uitlegde dat ('blijkbaar') ook ons spel de 'spiraalgang van de wetenschap' volgt: weliswaar keert men steeds naar dezelfde punten terug, maar dan op een hoger niveau. Een uiterst toepasselijk commentaar voor wie bedenkt dat vrijwel dezelfde stand (49 op 50, 2 op 1) al eens is voorgekomen in de 9e matchpartij Weiss-Hoogland 1911 en dat zwart toen niet met 23...2430 enz., maar met het veel minder sterke 23...10-15 vervolgde! (Zie deel 18 van de door Cock van Leeuwen verzorgde serie 'Vroege meesters en hun partijen' in Dammen van september 1992.)

Met de tekstzet zet Van Dijk, geruggesteund door zijn overwicht in het centrum, de aanval tegen de vijandelijke rechter vleugel in.

24.35x24 19x30 25.28x19 14x23 26.39-33 10-14 27.43-39 14-19 28.27-21 3-9 29.21-16 2-7 30.3127 17-21(!) 31.26x17 11x31 32.36x27 6-11 33.42-37

Misschien was 33.33-28 11-17 34.38-33 te prefereren geweest, al weet ik niet zeker of zwart daarop niet 'gewoon' (heel) goed 30-34!? en 25x34 zou kunnen doen, hetzij op de 34e, hetzij zelfs al op de 33e zet.

33...11-17 34.48-42 19-24! 35.49-43

35...23-29! 36.33-28 17-22! 37.28x17 12x21

Fraai gespeeld: door een wig tussen de witte stukken op 16 en 27 te drijven, roept zwart nu ook allerlei tactische wendingen in het leven. Bom zal er spoedig het slachtoffer van worden...

38.39-33 13-19 39.37-31(?)

Een blundertje in vermoedelijk toch reeds verloren stelling. Ik geef slechts één (lange) variant ter illustratie: 39.33-28 19-23! 40.28x19 24x13 41.37-31 21-26 42.42-37 1822! 43.27x18 13x22 44.44-39 3034! 45.39x30 25x34 46.43-39 34x43 47.38x49 29-34! 48.49-43 9-13 49.43-38 8-12 50.38-33 13-19 51.32-28 12-17 52.37-32 26x37 53.32x41 22-27 54.41-36 7-12 +.

39...18-22!

De genadeklap.

40.27x18 29-34 41.16x27 34-39 42.43x34 30x48 Wit geeft het op.

Welke grootmeester zou niet graag een dergelijke winstpartij aan zijn 'oeuvre' toevoegen? En dat binnen op de kop af honderdvijftig minuten, waarvan Van Dijk er slechts zestig benutte!

Meer over