Een vers voor elke familiegebeurtenis

O dat zal een droevige dag zijn..

Dit gedicht, van Remco Campert, is een van 'de honderd mooiste Nederlandstalige gedichten over vaders, moeders, dochters en zonen', die Menno Wigman uitkoos voor de bundel Familie duurt een mensenleven lang (Bert Bakker; fl. 19,90).

Het is een bundel die zonder de Boekenweek niet ontstaan zou zijn, maar dat wil niet zeggen dat de verzen die erin te lezen zijn, over tien dagen voorgoed hun waarde verloren zullen hebben.

Integendeel, mét Remco Campert zullen ze vast en zeker het jaar 2000 halen, en zelfs lang daarna zal er bij tal van feestelijke familiebijeenkomsten naar gegrepen worden. Want het is goed citeren uit zo'n bundel.

Wie zou bijvoorbeeld niet, na weer eens met zachte drang naar een samenkomst van bloedverwanten te zijn gedreven, de verzuchting willen slaken, die aan dit boek ten grondslag ligt, en er de titel aan gaf: Familie duurt een mensenleven lang.

Het is een regel uit het gedicht 'Bruiloft' van Gerrit Achterberg (die wordt gevolgd door even markante zinnen als: 'Door deze avond trekt het grote telen/ waaraan wij zijn te danken, stuk voor stuk.').

Alleen hieruit al kun je opmaken dat het in Familie duurt een mensenleven lang niet gaat om zoetsappige huldeblijken aan het gezins- en familieleven, maar om niets verbloemende getuigenissen, waarin ruim plaats bemeten is aan smart en treurigheid. Terecht, want familie is niet iets lichtvaardigs.

Die houding bracht de bloemlezer ertoe een groot aantal bekende gedichten op te nemen, zoals 'Het huwelijk' van Willem Elsschot, 'Moeder' van Martinus Nijhoff en 'Sonnet' van Ischa Meijer (met de sleutelzin voor het werk en leven van de dichter: 'Een jongetje dat alles goed zou maken.') Maar hij had evenzeer oog voor minder bekende gedichten, en daar doen zich regelmatig verrassingen voor.

Een ervan is 'Het huis' van de Rotterdamse arbeider-dichter Wim de Vries. In dit vers keert hij terug naar de ouderlijke woning ('Het huis waar vader werd gemeden/ omdat hij werkloos was en dronk') om te eindigen met een beeld van de bejaarde vader en moeder, die in hun nieuwbouw-optrekje de laatste jaren uitzitten: 'Soms zwijgen zij elkaar in slaap.'

Komt het door het 'thema', of is dit ook anderszins een ontroerend gedicht?

Het aardige van een gelegenheidsbundel als deze is, dat hij 't je onmogelijk maakt zo'n vraag te beantwoorden.

Meer over