Een verhaal van liefde, overleven en gemeenschap

Vijftig jaar geleden vaagde een lawine van mijnafval een groot deel van het Welshe dorp Aberfan weg. Vandaag rouwt heel Groot-Brittannië om de 144 slachtoffers. Hoe anders was dat in 1966.

Patrick van IJzendoorn
Inwoners zoeken naar overlevenden op de plek waar de Pantglas basisschool stond. Bij de ramp kwamen 116 leerlingen om. Beeld Bettmann Archive
Inwoners zoeken naar overlevenden op de plek waar de Pantglas basisschool stond. Bij de ramp kwamen 116 leerlingen om.Beeld Bettmann Archive

'Ik dacht eerst dat er een vliegtuig ging neerstorten, maar dit was erger.' Vijftig jaar later ziet Brian Williams nog steeds voor zich hoe een modderstroom van mijnafval de helft van zijn klaslokaal wegvaagde. 'Ik zat aan een andere tafel bij een vriendje te tekenen, anders had ik hier niet gestaan.' Nadat hij via een raam naar buiten was gekomen, zag hij dat het lokaal waarin zijn zus June zat onder een zwarte berg was bedolven. 'Ik wist meteen dat ze niet meer in leven kon zijn. Ik rende naar huis. Ik vertelde mijn moeder wat er was gebeurd, maar kon niet zeggen dat June dood was. Ik kon haar die hoop niet ontnemen.'

Brians 10-jarige zus was een van de 116 kinderen van de Pantglas basisschool in Aberfan die op 21 oktober 1966 om het leven kwamen bij een van de grootste rampen uit de Britse geschiedenis. Een van de zeven natte afvalbergen op een bergkam bij het Welshe mijnwerkersdorp was in de ochtend van die mistige najaarsdag, de laatste dag voor de herfstvakantie, naar beneden gekomen. Met een vaart van 50 kilometer per uur vaagde een miljoen kubieke meter modder de helft van de basisschool weg, evenals achttien woningen. Naast de kinderen stierven ook 28 volwassenen. Door de nattigheid was het mijnafval zo hard als beton geworden.

undefined

In de plaatselijke Merthyr Vale-mijn ging het alarm af, maar wat de mijnwerkers nog niet wisten was dat het geen gewone mijnramp was. Met schoppen in de hand en brandende helmlichten werden ze tot hun schrik naar de school gestuurd, de school van hun eigen kinderen. Kinderen die bedolven waren onder 'hun' afval. Mijnwerkers die net een nachtdienst achter de rug hadden, bikkelden door. Steeds wanhopiger. Een van hen, John Collins, bleek alles te hebben verloren: zijn vrouw, zijn kinderen en zijn huis. Met name de mannen die op de afvalberg werkten, zouden altijd het gevoel houden dat ze hun kinderen hadden begraven.

Vandaag trekken alle hoogwaardigheidsbekleders naar Aberfan om hun respect te betuigen, iets waar de nabestaanden lang voor hebben moeten vechten. Rouw is hier altijd gepaard gegaan met woede, woede over de onverschilligheid van de gevestigde orde. Het hele land zal om kwart over negen stilte in acht nemen, het tijdstip waarop de ramp zich voltrok. Emotioneler dan ooit zal daarna het Land of my Fathers echoën in de valleien, het volkslied van Wales dat in dit geval een loodzware lading zal hebben, zeker de passage waarin wordt gezongen over het 'venijnige verraad'.

undefined

'Totaal onverwacht kwam de ramp niet. Het dumpen van mijnafval op heuvels had al eerder tot aardverschuivingen geleid, waaronder drie jaar eerder in Aberfan.' Beeld Hollandse Hoogte
'Totaal onverwacht kwam de ramp niet. Het dumpen van mijnafval op heuvels had al eerder tot aardverschuivingen geleid, waaronder drie jaar eerder in Aberfan.'Beeld Hollandse Hoogte

Waarschuwingen

Totaal onverwacht kwam de ramp niet. Het dumpen van mijnafval op heuvels had al eerder tot aardverschuivingen geleid, waaronder drie jaar eerder in Aberfan. Geregeld waren er overstromingen, omdat het mijnafval de waterleidingen verstopte. Bezorgde ouders, gemeenteraadsleden en schoolbestuurders hadden meerdere malen brieven naar de National Coal Board gestuurd met de waarschuwing dat de Pantglas basisschool in groot gevaar verkeerde als 'Tip 7' zou gaan schuiven. Er werd niets mee gedaan. 'No tip, no pit', was het motto van de mijnbazen: zonder afvalberg geen mijn. En dus geen werk voor de mannen.

Mijnbaas Alf Robens werd op de dag des onheils met pracht en praal in Guildford benoemd tot kanselier van de Universiteit van Surrey en zag geen reden om naar Aberfan te reizen. 'Ik ben geen ingenieur', was zijn reactie. De koningin kwam evenmin, want ze wilde de aandacht niet afleiden van de reddingswerkzaamheden. Achteraf beschouwde ze dit als de grootste fout van haar koningschap. Haar Welshe zwager Lord Snowdon kwam wel terstond, met schep en al. Dat laatste kon niet verhinderen dat de vierduizend bewoners van Aberfan zich in de steek gelaten voelden. Ze moesten zichzelf maar zien te redden.

undefined

De rouw

In de eerste weken na de ramp speelde de kroeg een belangrijke rol. Daar werd gedronken en gehuild. En zelfs gedanst op de muziek van Tom Jones, die uit deze omgeving komt. It's not unusual, to be sad with anyone. Muziek is hier altijd therapeutisch geweest. Waar de vrouwen de Aberfan Young Wives Club vormden om uitjes te organiseren of onderling te spreken over het verlies, richtten de mannen een koor op, aanvankelijk om geld in te zamelen maar ook om het verdriet weg te zingen. 'Voor mijn pa was het heel belangrijk', zegt zijn zoon Brian Williams, 'zelfs in een rolstoel wilde hij blijven zingen. Hij was een uitmuntende bariton.'

Om zijn inmiddels overleden vader te begeleiden, is Brian acht jaar geleden zelf lid geworden van het Ynysowen Male Choir, dat landelijke bekendheid geniet. 'Veel mannen in het dorp hebben altijd moeite gehad om te praten over het verlies', zegt hij in de oude dorpsbibliotheek, waar het koor repeteert voor het concert van de herdenkingsdienst van vandaag. 'Ik heb drie vrienden die nooit hebben gepraat, alledrie hebben ze zich doodgedronken. Pas sinds het overlijden van mijn ouders spreek ik publiekelijk erover. Dat kon niet anders. Ik had nooit kunnen zeggen dat ik al wist dat mijn zus dood was.'

undefined

Zijn zus rust op de begraafplaats, hoog op de helling van de heuvel waarop de afvalbergen lagen. De graven van de kinderen zijn makkelijk te herkennen: graven met witte bogen, alsof ze arm in arm neerkijken op het dal waar hun ouders wonen en waar tot 1989 de steenkoolmijn stond. Het verdriet blijkt niet alleen uit de veelal religieuze teksten, maar ook uit de jonge leeftijd waarop sommige vaders en moeders zich hebben herenigd met hun kinderen. Op de plek van de school, een paar honderd meter verderop, bevindt zich de herdenkingstuin, waar lage muurtjes aangeven waar vroeger de lokalen stonden.

Kinderen van de Afon Taf School, de plaatselijke middelbare school, staan er zwijgend te luisteren terwijl een docent alle namen van de omgekomen kinderen voorleest, gevolgd door een gebed. 'Als kind hoorde je al verhalen over de ramp', zegt de 15-jarige Ross Garness, 'maar nu heb je een leeftijd waarop je het echt gaat begrijpen. In onze jaargroep zitten 116 scholieren, precies hetzelfde aantal.' De scholier maakt een praatje met de 59-jarige Bernard Thomas. 'Ik kwam er levend uit,' vertelt de oude fabrieksarbeider, 'maar mijn beste vrienden waren dood.'

undefined

Vijftig pond

Op de plek van het klaslokaal waar haar zusje Marylyn en broertje Carl in de modder zijn gestikt, staat mijnwerkersdochter Belinda Davies met haar man Mike, die wat onkruid weghaalt. 'Het dorp is veranderd, maar de pijn is nooit verdwenen, vooral rond herdenkingen hebben we het zwaar. Het feit dat iedereen getroffen is, brengt wel met zich mee dat iedereen weet hoe het voelt.' Na een stilte: 'Mijn zusje Gaynor heeft een boek geschreven over de ramp en de nasleep. Dat is de biografie van Aberfan.' Aberfan: a story of survival, love and community in one of Britain's worst disasters is het enige boek dat in het dorp te koop is.

Dan wijst Belinda op een bankje: 'Onze grote pleitbezorger.' In Memory of Desmond Ackner, staat op een koperen bordje. Deze advocaat speelde een hoofdrol tijdens het ramponderzoek, waar Alf 'Old King Coal' Robens na lang tegenstribbelen erkende dat het geen natuurramp was, maar een gevolg van menselijk falen. De mijnbaas accepteerde echter geen verantwoordelijkheid en bood elk getroffen gezin 50 pond schadevergoeding per omgekomen kind. Beschermd door Labour-premier Harold Wilson en gesteund door de mijnwerkersbond bleef Robens hoge functies bekleden, onder meer als regeringsadviseur voor het arbobeleid.

undefined

Na de ramp voerden de nabestaanden campagne om de zes andere zwarte afvalpiramides te verwijderen, die zo dreigend op het dorp neerkeken. Uiteindelijk ging de minister van Wales George Thomes akkoord, om vervolgens 150 duizend pond uit het rampenfonds te halen om de schoonmaak te financieren, geld dat bedoeld was om gezinnen te helpen en de graven te onderhouden. Pas bij het aantreden van Tony Blair in 1997 kreeg de gemeenschap het geld terug, en tien jaar later schonk de Welshe regering nog eens twee miljoen. Thomes had intussen een adellijke titel van Thatcher gekregen.

'Westminster had geen aandacht voor de mensen in Aberfan, nooit gehad ook', zegt Oxford-politicoloog Iain McLean, die sinds 1968 met de nabestaanden heeft gestreden tegen de 'diefstal' van het ingezamelde geld. Op schoongemaakte heuvels grazen nu schapen, maar Williams, nooit weggegaan uit de straat waar hij opgroeide, ziet nog steeds de afvalbergen wanneer hij aan die oktoberdag denkt. 'Ik wandelde die dag als kind naar school, maar ging als een volwassene naar huis.'

undefined

Meer over