Een veelkleurig droomlandschap

Charlie and the Chocolate Factory..

Jan Pieter Ekker

Regie: Tim Burton.Met: Johnny Depp, Freddie Highmore, David Kelly.Nederlandse versie in 93 zalen; originele versie in 30 zalen.

Charlie and the Chocolate Factory begint overrompelend. Onder de gouden begintitels maakt de camera een duizelingwekkende beweging, vanuit de besneeuwde buitenwereld door een metershoge schoorsteen naar de krochten van Willy Wonka’s chocoladefabriek.

Binnen worden met grijpertjes, spuiten, lopende banden, schoteltjes aan ballonnen, schuifjes en haakjes de beroemde repen gefabriceerd. Van de vloeibare chocola tot de kartonnen doos met de sierlijke W van Wonka – er komt geen mensenhand aan te pas.

In voice-over wordt het verhaal uit de doeken gedaan van het straatarme jongetje Charlie Bucket (Sjakie Stevens). Hij woont met zijn ouders en grootouders in een piepklein, meters uit het lood staand bouwval, aan de rand van een grauwe arbeiderswijk, onder de rook van de kolossale chocoladefabriek. De opa’s en oma’s liggen de hele dag samen onder één oude deken, moeder bereidt dag in dag uit koolsoep, en vader werkt voor een armzalig loon in de tandpastafabriek.

Op een dag schrijft Willy Wonka, de zonderlinge directeur van de chocoladefabriek, een wedstrijd uit: vijf kinderen mogen een hele dag zijn mysterieuze fabriek bezoeken. De toegangskaarten verstopt hij in zijn assortiment chocoladerepen – er zijn slechtere marketingstunts te bedenken.

De gouden kaartjes komen terecht bij een dikke Duitse jongen die de godganse dag loopt te snoepen en bij de verwende dochter van een steenrijke zakenman die alles voor zijn kind opkoopt. Ook een ambitieus, all-American wicht dat door haar moeder wordt gestimuleerd overal de beste in te zijn – zelfs in kauwgom kauwen – vindt er een, evenals een onaangepaste, televisieverslaafde computernerd. Charlie, een jongen met een hart van goud, vindt het laatste toegangsbiljet. ‘Niets is onmogelijk’, had zijn oma Georgina hem al voorgehouden.

De chocoladefabriek is een feest voor het oog. Het visuele genie Burton en zijn artdirectors creëerden een onmetelijk, veelkleurig droomlandschap met een rivier en een waterval van chocolade, een brug van karamel en gestreepte suikergoedrepen.

Er zijn eekhoorns die feilloos noten kunnen pellen en een lift die kan vliegen. De Oompa-Loompa’s, de nijvere werkkrachten afkomstig uit donker Afrika, dragen felgekleurde latex overalls en hebben allemaal hetzelfde hoofd, dat van de in Kenia geboren acteur Deep Roy.

De muziek van Burtons vaste componist Danny Elfman is meeslepend, en er zijn aanstekelijke, bewust knullig gechoreografeerde dansjes op maffe liedjes. De cinefiele verwijzingen (de monoliet uit Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey verandert in een reep) zijn leuk gevonden.

Zowel de volwassenen als de kinderen zijn uitstekend gecast. De grootste attractie is Johnny Depp, in wat na Edward Scissorhands, Ed Wood en Sleepy Hollow alweer zijn vierde samenwerking is met Tim Burton (nummer vijf, de poppenanimatie Corpse Bride, volgt eind van het jaar).

Depps Willy Wonka is een uitzinnige kruising tussen Michael Jackson en Marilyn Manson, met een bleek babygezicht, een gek stemmetje en de lach van een waanzinnige. Hij draagt een grote hoed en een wandelstok; zijn teksten leest hij op van kaarten.

Wonka is allesbehalve een grote kindervriend. Hij is onredelijk, buitenissig en wereldvreemd. Om te laten zien hoe het zo gekomen is, wordt de rondleiding door de fabriek – de excentrieke directeur laat de kinderen één voor één een test ondergaan, volgens het voorspelbare stramien van de tien kleine negertjes – doorsneden met flashbacks, waarin Willy Wonka’s traumatische jeugd uit de doeken wordt gedaan. Ook de epiloog, waarin Willy in het reine moet zien te komen met zijn vader (een tandarts die lolly’s ‘gaatjes op een stokje’ noemt, gespeeld door Christopher Lee), ontbreekt in het boek van Roald Dahl en in Mel Stuarts verfilming Willy Wonka and the Chocolate Factory uit 1971.

Charlie and the Chocolate Factory blijkt een film over vaders en zonen en het belang van familie, en heeft daarmee wel wat van Tim Burtons vorige productie Big Fish. Het zal geen toeval zijn dat de scenario’s van beide films werden geschreven door John August.

De versie van Burton en August is suikerzoet en zwartkomisch, blijmoedig en moralistisch. Willy vindt zijn vader terug, de snertkinderen leren een belangrijke les, de arme Charlie wordt rijkelijk beloond. Opa George had het hem al voorgehouden, toen hij zijn gouden entreebiljet wilde verkopen om de financiële nood van zijn familie te ledigen. Geld is er genoeg; er wordt elke dag bijgedrukt. Dat ruil je toch niet tegen een gouden entreebiljet!

Een ieder die het Engels enigszins machtig is, doet er goed aan de originele, Engels gesproken versie te gaan zien. Het is enige tijd storend dat er in de ondertitels andere namen worden gebruikt, maar de nadelen van de Nederlands gesproken versie zijn aanzienlijker: de taalgrappen en Engelse humor gaan in de vertaling verloren. Bovendien is de nasynchronisatie gedaan door acteurs die aanstellerij verwarren met humor.

Jan Pieter Ekker

Meer over