Een vat vol swingende nummers

Alleen als de show eerst in Londen in première zou gaan, kon hij hem in Nederland verkopen zei impresairo Jacques Senf tegen de Nederlandse producent PanDaddy....

Door Annette Embrechts

We mogen vooral Het Rode Loper Moment niet missen, hebben de mensen van de Nederlandse producent PanDaddy ons op het hart gedrukt. Dat zou zo maar eens een parade van beroemdheden kunnen worden. De Sugababes staan op de gastenlijst. Sterspelers van voetbalclub Arsenal zijn uitgenodigd. Zangeres Pixy Lott komt misschien. En ja, er is een kansje, al is het klein, dat de Britse boyband Take That zijn gezicht zal laten zien. De verwachtingen zijn hoog gespannen want popzanger Mika is al naar een try-out geweest. Met zijn hele familie, zestien kaartjes gekocht.

Maar om half zeven moet Het Rode Loper Moment van de streetdanceshow Blaze het allereerst zonder rode loper stellen. De stoeptegels voor het Peacock Theatre in Londen blijven grijzer dan grijs. Een handvol fotografen staat in de wind te wachten achter een snel gedrapeerd koord. ‘De Sugababes?’, smaalt er één. Ach, die staan op iedere VIP-lijst maar komen nooit. Geen spoor van beroemde zangers of voetbalspelers. Of toch, vooruit, de vrouw van een voormalige Tottenham Hotspur-voetballer laat zich zien, Louise Redknapp (ega van sportcommentator Jamie Redknapp). Zij danst in Dancing on Ice en is jurylid van de Britse versie van So You Think You Can Dance. Fototoestellen flitsen, camera’s zoemen.

Logisch dat ze er is: twee van haar finalisten, de dansers Lizzie Gouch en Tommy Frazén, maken deel uit van de internationale cast van Blaze, the streetdance sensation, die deze avond, 16 maart, in een flank van West End in Londen in première gaat. De fotografen pakken hierna nog één keer hun camera, wanneer een groepje in glimmende jasjes gestoken jonge gastjes op felgekleurde gympen nadert. De jongens zijn de winnaars van de Move Like Michael Jackson televisiewedstrijd. ‘Ik heb auditie gedaan voor Blaze’, erkent één. ‘Maar ben niet aangenomen.’

De kleurloze Rode Loper ten spijt, de Nederlandse producenten Eric Holman (40) en Eymert van Manen (65) van PanDaddy laten zich hun moment niet afnemen. ‘Nou, Van Manen, we zijn er!’ Holman klopt zijn collega op de schouder. Het Peacock Theatre is inmiddels helemaal volgestroomd. Zoals ook de try-outs vijf dagen eerder allemaal al zo goed als uitverkocht waren.

Het mag een prestatie worden genoemd, om als onbekende en kleine Nederlandse producent een show op West End in Londen in première te krijgen. Zoiets is eigenlijk alleen weggelegd voor grote spelers als Joop van den Ende.

Maar Holman en Van Manen koesterden al jaren een droom om eindelijk eens een hippe, snelle, goed geregisseerde streetdanceshow te maken, voor een groot publiek. Geen breakers in kringetjes in een nagemaakt straatdecor. Of vechtende bendes in een remake van West Side Story. Nee, overweldigend totaaltheater zonder verhaal, met de kunstvorm streetdance als motor.

De Nederlandse impresario Jacques Senf werd gepolst of hij zo’n show aan Nederlandse schouwburgen zou kunnen verkopen. Zijn reactie: ‘Alleen als je een première op West End gedaan weet te krijgen. Theaters happen pas toe als zo’n show een internationale successtempel heeft.’ Een medewerker van Senf, ook in Londen aanwezig, vermoedt dat zijn baas dacht zo van die onwaarschijnlijke jongensdroom af te zijn. Maar Holman en Van Manen namen de handschoen op.

Sleutel tot alle deuren bleek de samenwerking met de Britse regisseur en choreograaf Anthony Van Laast (59). Eerder tekende hij voor grote West End-musicals als Mama Mia!, Sister Act, Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat en Hair, als ook voor de concerttour van Mika. Holman ontmoette hem vijf jaar geleden bij de streetdancevoorstelling Bounce. Sindsdien groeide een bijzondere vriendschap tussen de jonge creatieve producent en de internationaal vermaarde regisseur en oud-danser van het Londen Contempory Dance Theatre. Van Manen: ‘Altijd als Van Laast in Nederland is, eet hij bij Eric. Die kan fantastisch koken.’ Van Laast maakte zes maanden vrij in zijn agenda om aan Blaze te werken.

Van Laast (die zijn Vlaamse achternaam dankt aan verre voorouders en het adjectief ‘Van’ terughaalde als waardering voor Hans van Manen in zijn rebelse beginjaren bij het Nederlands Dans Theater): ‘Streetdance is volgens mij de nieuwe vorm van hedendaagse dans. De danswereld accepteert dat nog lang niet, die stelt zich te exclusief op. Ik wil een steen in die vijver gooien. Streetdance verdient een groter podium dan de straat.’

‘Ik wil graag eens echt danstheater op topniveau maken, op basis van al die stijlen die in deze subcultuur floreren. Niet zoals vaker gebeurt in een hardvochtig decor van pleintjes met graffitimuren, alsof je de straat het theater binnenhaalt. Ik wilde de intimiteit van een tienerslaapkamer voelbaar maken. Zo’n chaotisch vertrek waar overal kleren slingeren. Ik heb de slaapkamer van mijn dochter Annette als inspiratiebron gebruikt.’

Niemand minder dan Es Devlin was bereid dat idee handzaam uit te werken. Een ontwerpster met talloze Britse dansproducties, opera’s en toneelstukken op haar naam, voor onder meer The Royal Shakespeare Company, the National Theatre, Old Vic en Young Vic. Ook creëerde ze de set voor Miss X, een film over Kate Moss. Devlin ontwierp een rijzige wand van gestapelde lades, waar de dansers op en in kunnen duiken. Een koelkast zit erin verstopt als ook een badkuip. Van Manen: ‘Het moet wel allemaal in een trailer passen. Onze show moet betaalbaar kunnen toeren over heel de wereld. Met een musical loop je een risico van miljoenen. Met Blaze lopen wij een risico van tonnen.’

Eenmaal Devlin op de lijst van medewerkers wilde Holman ook choreografen met naam in de showbizz aantrekken, met concerten van bekende popartiesten op hun naam. Natuurlijk om hun podiumervaring met flitsende clipdance waar jongeren gek op zijn. Maar ook omdat die via internet hun eigen followers hebben: de meest aantrekkelijke doelgroep voor Blaze. Holman: ‘Als zij een fragmentje uit een repetitie op internet zetten, pikken miljoenen volgers dat op. Snellere reclame bestaat niet. Al ver voor de première stonden moves uit Blaze op internet.’

Chris Baldock en Ryan Chappell zeiden ja. De eerste regisseerde en choreografeerde megashows als Rhythm of the Celts, Unicef Gala en Andrew Lloyd Webbers vijftigste verjaardag in de Royal Albert Hall. Hij werkte voor talloze televisieprogramma’s en merken als Adidas, Nike, Levis en Jordan Formule 1. Niet iemand die klein denkt. Chappell werkte onder anderen met Janet Jackson, Kylie Minogue, de Pet Shop Boys en Leona Lewis. On-Nederlandse namen op een cv van de choreograaf van een Nederlandse show.

Naast Baldock en Chappell werken nog vier jongere choreografen mee: Kenny Wormald, Lyle Beniga, Mike Song en Tommy Franzén. De laatste danst ook in het tableau. En is in heel Engeland bekend omdat hij als tweede eindigde in So You Think You Can Dance.

Zo veel kapiteins op één schip? Gaat dat niet zwalken? Van Laast: ‘Zij choreograferen fragmenten. Ik neem de beslissingen. Ik geloof niet in democratie, maar in dictatorschap. En ik ben nu eenmaal goed in shows voor een groot publiek. Dus moet ik ook namen hebben die dit formaat gewend zijn. Bovendien haal ik zo nieuwe, jonge stijlen binnen.’

Dat blijkt: Blaze is één afwisselend vat vol spectaculair swingende nummers. Allemaal frontaal op de zaal gedanst. Met telkens een lengte van zo’n vier tot zes minuten. Of hierin de nieuwe eigentijdse dans huist, blijft vooralsnog de vraag. De dramaturgie ademt nog steeds de videoclipcultuur. De stijlen variëren van voghue tot boogaloo, van capoeira tot electric boogie, van popping en locking tot freestyle, house, jazz- en breakdance. Van Laast: ‘It is just a celebration of dance, live and incredible energy.’

Een jaar lang zochten ze naar de beste dansers van de wereld om deze stijlen te vertolken. Liefst uit zo veel mogelijk verschillende landen, ook vanwege de afzetmarkt. Holman: ‘Voor de Nederlandse markt moet er een Nederlander in. Elders idem. Mochten we volgend seizoen andere landen kunnen bespelen, passen we wellicht de cast aan. Publiek wil identificatie. En onderschat niet de wervende invloed van finalisten uit nationale dansaudities op televisie.’

In Nederland kwam Jomecia Oosterwolde (20) bovendrijven, laatstejaars van de Hogeschool Dansacademie Lucia Marthas. Andere dansers komen uit Denemarken, Zweden, Frankrijk, Portugal, Brazilië, Filippijnen, Amerika en Engeland. Van Manen: ‘We maakten een zwarte lijst van dansers die goed zijn maar onbetrouwbaar in hun medewerking, een grijze lijst van mensen die lastig zitten met hun paspoort en een rode lijst van favorieten. Je moet in deze wereld goed weten welke dansers ook serieus komen opdagen als je ze aanneemt.’

Tot slot zochten ze drie b-boys uit de breakdance-top. Spinners die wereldkampioenschappen hebben gewonnen. Zij hebben eigen acts in de show. Ze schuiven in kopstand met hun hoofd diagonaal over het podium of stuiteren tollend van de lades naar beneden.

Alsof dit allemaal nog niet dynamisch genoeg is, wilde Holman meer. ‘Ik vond het decor te statisch. Ik stuitte op jonge computerkunstenaars die met de nieuwe techniek van projectmapping een decor tot leven kunnen wekken.’ Licht- en videoprojecties laten nu de lades optisch overstromen, in elkaar storten, vlam vatten of rondtollen.

Mehmet Akten (34) en Robin McNicholas (30) creëerden in de laatste fase dit computergestuurde video-ontwerp. Dat viel eerst verkeerd bij de grote namen Patrick Woodroffe en Adam Bassett die al voor het lichtontwerp tekenden. Holman: ‘De Britten riepen waarom ze dat niet zelf konden doen. Maar ik wilde per se de nieuwste creatieve techniek.’

Akten: ‘Voor ons is het geweldig onze kennis in een liveshow toe te passen. De timing moet naadloos aansluiten, ook als de computer in een ander theater net anders hangt. Bovendien moeten straks technici het kunnen uitvoeren. En er moet een back-up meedraaien.’

Met al deze grote namen uit de entertainment industrie, zijn de Rode-Loper-verwachtingen in Londen niet volstrekt irrationeel. Dat het zo karig uitpakt, zit niemand dwars. Volgens het hoofd marketing van Sadler’s Wells, het beroemde moedertheater van het Peacock Theatre, zijn hot shots op een première alleen maar een cadeautje. ‘De echte marketing voor dit soort shows speelt zich af op internet. Blaze loopt als een trein. Fantastisch jong publiek. Ik haal die Nederlanders terug naar Londen. Mogen ze zes weken achter elkaar staan.’

Meer over