Een vastberaden fanaticus, wars van compromissen

DE EERSTE Sovjet-leider, Vladimir Iljitsj Lenin, overleed 21 januari 1924. Nog diezelfde avond confereerden zijn naaste strijdmakkers over wat er met zijn lichaam moest gebeuren....

Dit vormde het begin van een zorgvuldig opgebouwde cultus rondom Lenin, die voor zijn opvolgers onontbeerlijk was bij het afdwingen van legitimiteit bij de bevolking. Vooral Stalin heeft zijn positie weten te versterken door zichzelf nadrukkelijk te afficheren als de trouwe erfgenaam van Lenin. Rondom de persoon van Lenin is door de Sovjet-propagandamachine een groot aantal mythen gecreëerd. Ze hebben de tand des tijds opvallend lang weten te doorstaan.

De periode-Lenin (1917-1924) is lang de meest obscure uit de geschiedenis van de Sovjet-Unie geweest. Archiefstukken over deze periode bleven veilig opgeborgen en al werd in de voormalige Sovjet-Unie het stalinisme al wel verworpen, het leninisme bleef een heilig huisje. Het vormde de bestaansgrond van het Sovjet-regime. Pas toen dat ineen was gestort, werden ook de archiefstukken uit de eerste jaren van het regime toegankelijk.

De Russische historicus en archiefspecialist Dmitri Volkogonov heeft voor zijn Lenin - A New Biography onder meer kunnen putten uit Lenin's persoonlijke archief. Het bestaat uit ruim 3700 niet eerder gepubliceerde documenten. Waarom die niet eerder in de openbaarheid zijn gebracht, blijkt uit Volkogonov's werk: zijn vondsten deden hem van zijn geloof vallen. Toonde hij in zijn Stalin-biografie Triomf en tragedie (1990) nog een mateloze verering voor Lenin, in dit nieuwe boek is er sprake van een 'de-iconisering'.

Volkogonov sluit zich aan bij westerse historici als Richard Pipes, die van mening zijn dat de door het communisme veroorzaakte ellende niet met Stalin, maar al met Lenin begonnen is. Jarenlang hebben de Russen zich afgevraagd waar Stalin de wreedheid vandaan had waaronder hij zijn landgenoten deed lijden, schrijft hij. 'Niemand van ons kon bevroeden dat Lenin de vader was van het genadeloze, totalitaire, Russische terrorisme.' Volgens hem was Lenin niet alleen degene die aanzette tot revolutionaire terreur, maar maakte hij er ook, in de vorm van de geheime politie Tsjeka, een staatsinstitutie van. 'Alleen door het gebruik van terreur kon het regime soldaten tot vechten aanzetten of de graantoevoer veiligstellen.' In 1922 gaf Lenin dat ook met zoveel woorden toe.

Volkogonov's boek staat vol met voorbeelden van leninistische terreur. In augustus 1918 schreef Lenin aan een lokaal bestuur: 'Kameraden! De koelakkenopstand in jullie vijf districten moet genadeloos neergeslagen worden. De belangen van de gehele revolutie eisen dit, aangezien nu overal de laatste en beslissende slag met de koelakken gaande is. Er moet een voorbeeld gesteld worden. Hang (en ik bedoel hangen zodat het volk het ziet) niet minder dan honderd bekende koelakken, rijken, bloedzuigers op. '

Volkogonov vertelt uitgebreid over Lenin's wijze van politiek bedrijven. De leider bestempelde zijn tegenstanders graag als demagogen. In werkelijkheid was het Lenin die gebruik maakte van demagogie om steun te verwerven, daarbij handig profiterend van het geringe politieke bewustzijn bij het grote publiek. Iedere belofte - of het nu om de vrijheid van pers of om de Grondwetgevende Vergadering ging - werd later gebroken. 'Zelfs het land, dat de bolsjewieken inderdaad gaven, maakten ze tot ongewenst bezit door alles wat ervan afkwam te confisqueren.'

Lenin was volgens Volkogonov zijn leven lang een vastberaden fanaticus met wie het bijna onmogelijk was compromissen te sluiten. Bovendien was hij bereid alles in de waagschaal te stellen om zijn doel te bereiken. Niet voor niets luidde zijn leuze aan de vooravond van de Oktober-revolutie: 'We mogen allemaal omkomen, maar de vijand zal er niet doorkomen.' Hij streefde ernaar zijn tegenstanders eerder te onderwerpen en te vernietigen dan ze van zijn gelijk te overtuigen.

Volkogonov's archiefonderzoek heeft niet tot wezenlijk nieuwe inzichten geleid. De strekking van zijn verhaal ligt in het verlengde van dat van Richard Pipes' Russia under the Bolshevik Regime, dat vorig voorjaar verscheen. Het belang van zijn speurwerk is dat een aantal hardnekkige mythen over Lenin wordt ontzenuwd met keihard bewijsmateriaal uit de archieven.

Een voorbeeld hiervan is de moord op de tsaristische familie. De bolsjewieken hebben Lenin's betrokkenheid hierbij altijd zorgvuldig weten te maskeren. Aangenomen werd wel dat Lenin van de moord afwist, maar waterdicht bewijs ontbrak. Dank zij Volkogonov's onderzoek staat nu echter als een paal boven water dat de moord is uitgevoerd in opdracht van Lenin zelf.

Vaak is de mening geuit dat als Lenin nog wat langer zou hebben geleefd, de excessen van Stalin niet zouden hebben plaatsgevonden. De Sovjet-propaganda deed geloven dat de leider was gestorven voordat hij zijn werk had kunnen afmaken. Lenin werd afgeschilderd als de man die het land na de stormen van de burgeroorlog in het rustige vaarwater van de liberale Nieuwe Economische Politiek (NEP) bracht en de initiator was van de vreedzame coëxistentie met het Westen.

Volkogonov merkt echter op dat de NEP slechts een tactische manoeuvre was die de door Lenin's oorlogscommunisme totaal ontwrichte economie weer op de been moest helpen. De vreedzame coëxistentie was het rechtstreekse gevolg van het mislukken van de wereldrevolutie. Waarschijnlijk zou Lenin excessen als die van Stalin niet hebben begaan, maar zelfs een meer 'bescheiden' vorm van communisme onder Lenin zou nog steeds bolsjewistisch van aard zijn. 'Er zou nog steeds terreur en collectivisatie zijn en jacht op het 'onzuivere'.'

Lenin was, volgens Volkogonov, simpelweg fysiek niet opgewassen tegen de enorme inspanningen die na de Oktoberrevolutie van hem gevraagd werden. Rond 1920 werd al duidelijk dat hij de inspanningen niet aankon. Hij nam vakantie na vakantie, zonder het gewenste resultaat. Voor 1917 leidde hij een betrekkelijk rustig leven en daarna bleek hij gewoon fysiek niet op zijn taak te zij voorbereid. In mei 1922 kreeg hij de eerste van een serie beroertes die ten slotte zouden leiden tot zijn dood.

Volkogonov's biografie over Lenin is veel beter leesbaar, evenwichtiger en objectiever dan zijn eerdere werk over Stalin. Van de slecht beargumenteerde verering van Lenin die hij daarin tentoonspreidde, is geen sprake meer, terwijl ook zijn beeld van Trotski, Lenin's tweede man, aardig is bijgesteld. De bronvermelding laat ditmaal weinig te wensen over en de lezer wordt niet langer lastig gevallen met allerlei filosofische beschouwingen en de hoofdpersonen worden niet meer denkend opgevoerd.

Wat gebleven is, zij het in mindere mate, is de neiging van Volkogonov van de hak op de tak te springen. Een ander punt van kritiek betreft de vele uitweidingen over latere Sovjet-leiders, met name over Stalin. Hiermee wil Volkogonov te geforceerd de op zich duidelijke continuïteit aantonen tussen Lenin en zijn opvolgers. Die ruimte had hij beter kunnen besteden aan bijvoorbeeld de vele oppositiegroepen in de partij of aan de onderdrukking van de andere socialistische partijen, zaken die nu onderbelicht zijn gebleven.

Marcel van Hamersveld

Dmitri Volkogonov: Lenin - A New Biography.

The Free Press, import Van Ditmar; ¿ 66,60.

ISBN 0 02 933435 7.

Meer over