Een tweede leven voor versleten tapijten

In een fabriek in het voormalige Oost-Duitsland krijgen afgedankte nylontapijten een nieuwe bestemming. De teruggewonnen nylonvezels zijn zo zuiver dat ze evenveel waard zijn als de grondstoffen die uit aardolie worden gemaakt....

door René Didde

Hoog in de lucht van de fabriekshal hangen oude, afgedankte tapijten in lange lappen aan langzaam bewegende haken aan een rail. Nep-perzische tapijtjes, stukken afgetrapte loper en uitgerolde vloerbedekkingen voeren een curieus ballet op, tegen het dak van de hal.

Op een gegeven moment passeert de tapijtencarrousel een spectrometer, die razendsnel in de smiezen heeft of het tapijt in kwestie een dek van polyamidevezels heeft of niet. Nylon en perlon zijn de bekendste polyamiden.

Tapijten die buiten de boot vallen doordat ze zijn vervaardigd van polypropeen, acryl of van wol of katoen, gaan onverbiddelijk rechtdoor. De nylon- en perlonhoudende tapijten gaan met een zwierige boog linksaf. Een andere serie sensoren onderwerpt deze uitverkoren exemplaren aan nadere inspectie. Haarscherp vindt vervolgens scheiding plaats tussen perlon en nylon.

Om die nylontapijten is het André Karutz vooral te doen. 'Oude tapijten vormen een reservoir van nylon', zegt de directeur grond- reststoffen van het bedrijf Polyamid 2000 in Premnitz. Via een serie ingenieuze scheidingstechnieken, de afbraak en wederopbouw van de chemische basisstoffen weet Karutz de afgedankte tapijtvezels op te werken tot een nylonkwaliteit die niet onder doet voor de maagdelijke grondstoffen waarvan de oorspronkelijke vloerbedekking werd gemaakt.

Over belangstelling voor zijn chemische toverkunsten heeft Karutz niet te klagen. Op een bedrijfsterrein in Premnitz, in de buurt van Brandenburg, voor de Wende het kloppend hart van de Oostduitse chemische industrie, rijden vrachtwagens af en aan. Een enkele trein vol nylonproductieafval arriveert uit Tsjechië en Rusland. Er is voorzien in ruimte voor binnenvaartschepen.

De tapijtrecyclingsfabriek draait bijna een jaar en lijkt na kinderziekten nu op stoom. Zeventig procent van de beoogde capaciteit van 120 duizend ton tapijten wordt gehaald, aldus Karutz.

De meeste tapijten komen uit Duitsland (70 procent), maar met 15 duizend ton per jaar (25 procent) is Nederland goede tweede. 'De meeste tapijten uit Nederland vertrekken in Nederland vanaf een inzamelstation in Soest', zegt Dick Schouten, directeur van Waste to Energy, een bedrijf dat namens de Duitse afvalverwerker Trienekens onder andere tapijtinzameling in Nederland verzorgt.

Schouten regelt ook containers met tapijtafval in Son en Wijster en verwacht dit jaar 20 duizend ton tapijt naar Premnitz te sturen. Op stapel staat een proef met transport per schip.

Veel mensen dumpen hun oude vloerbedekking als grof vuil op straat, hier en daar wordt het in zogeheten brengstations gescheiden. Na de kraakwagen wordt het tapijt bij ongeveer de helft van de afvalverbrandingsinstallaties (avi) en stortplaatsen met een kraan uit het afval gevist.

Dat doen ze niet omdat ze het tapijt zo graag naar de recyclingsfabriek in Premnitz willen brengen. Op de stortplaats is tapijt een volumineuze, zware en dus dure afvalstroom. En in de avi zijn er evenmin blij mee doordat het uiterst energierijke tapijt in de ovens brandt als de hel. Het jaagt de temperatuur in de ovens nog hoger op zodat cementwerk afbrokkelt en roosters dichtvloeien.

Zo niet in Premnitz. Daar worden de niet-nylonhoudende tapijten - ongeveer de helft van het binnengebrachte materiaal - eerst vermalen tot kleine tapijtsnippers en vervolgens verbrand in een speciale installatie. Via een aantal trucs wordt daarbij volgens opgave van Karutz meer energie dan gebruikelijk teruggewonnen. De energie gaat in de vorm van stoom naar de nabij gelegen energiecentrale die er elektriciteit van maakt. Ook de afvalwarmte van het proces wordt nuttig toegepast.

Trots toont Karutz grote zakken waarin kleine witte nylonkorreltjes op een nieuwe bestemming wachten. Ze gaan door als tent, panty, slipje, of zeil van een spinaker. Ook het perlon verwerkt hij tot een korreltje. Het vindt als een wat minderwaardige vorm van hergebruik aftrek in gegoten hard plastic. De verbrandingsresten worden samen met het krijt uit de rug van het tapijt afgezet als toeslagstof in de (wegen)bouw. Het middenstuk van het tapijt, veelal van polypropeen, zegt Karutz te verwerken in betonvezelplaat.

Polyamid denkt op deze manier 120 duizend ton tapijten om te zetten in 13 duizend ton nieuw nylon. Tienduizend ton gaat als hergebruikt perlon naar de plasticindustrie. Dertigduizend ton krijt en 25 duizend ton as gaan naar de bouw. De rest zijn kunststoffen. 'Die worden verbrand.'

Enige tijd geleden lanceerden ENR, Honeywell en DSM in de buurt van Atlanta, VS, een soortgelijk idee om nylontapijt te recyclen, al maakte men daar geen nieuw nylon, maar de basisstof caprolactam. De initiatiefnemers beten zich echter al snel stuk op de hoge kosten van de voorscheiding. Wat maakt Oost-Duitsland beter?

'Ons proces technisch is beter te beheersen', weet Karutz. DSM bevestigt dat er al snel slijtage optrad en de efficiëntie tegenviel. 'Als de marktsituatie verbetert, dan kunnen we de fabriek echter weer opstarten', meldt een woordvoerder.

Karutz bedrijf betaalt niets voor de tapijten. Afvalverwerkers, handelaren en vertegenwoordigers als Waste to Energy weten in de afvalhandel de markt zijn werk te laten doen en een marge te verdienen aan het geld dat burgers en gemeenten betalen voor de afvalinzameling.

In Premnitz schrijft André Karutz niettemin nog rode cijfers. De fabriek vergde een investering van 178 miljoen euro, maar werd zwaar gesubsidieerd om de belabberde Oostduitse economie te steunen. 'Spoedig maken we winst', zegt Karutz. 'Dat komt doordat we voor het nylon dezelfde prijs krijgen als voor maagdelijk nylon. Dit principe werkt. Niet alleen omdat we het milieu steunen, maar ook omdat we er geld aan verdienen. Kijk maar naar koper en ander metaalschroot. Dat wordt vanwege de waarde al duizend jaar gerecycled.'

Meer over