Een Tsjetsjeen deugt nooit in Russische ogen

Nazjmoedin Amirchanov ziet er precies uit zoals Russen zich een Tsjetsjeense gangster voorstellen. Sluik, zwart haar. Geloken ogen. Olijfkleurige huid....

Dus toen Nazjmoedin, zijn broer Islam en zijn neef Moerat twee weken geleden door commando's uit de Mercedes werden gesleurd, en een politievideo van hun arrestatie op twee nationale tv-zenders werd vertoond, zal de meerderheid van de Russen hebben gedacht: mooi, weer een paar minder. De commentaarstem liet trouwens geen plaats voor twijfel: dit waren Tsjetsjeense wapenhandelaren die met hun verdiensten de heilige oorlog tegen de Russen in de Kaukasus hielpen betalen.

Wat de video volgens Nazjmoedin niet liet zien, was dat de politie zelf de handgranaat in de asbak had gestopt, de kalasjnikovpatronen tussen de stoelen had gestrooid, en de raketwerper in de kofferbak had gestopt. Daarna waren ze een tweede keer gearresteerd (nu voor de camera), naar het politiebureau gebracht en afgetuigd toen ze weigerden een bekentenis te ondertekenen.

Nazjmoedin kwam vrij, maar zijn broer wordt al meer dan een week van het ene naar het andere detentiecentrum gesleept zonder dat zijn advocaat hem te zien krijgt. 'Ik heb zestien jaar in Tsjetsjenië gewoond en vierentwintig jaar in Moskou', zegt Nazjmoedin. 'Maar wie als Tsjetsjeen wordt geboren, is zijn leven lang schuldig.'

Nazjmoedin is een van de vele Tsjetsjenen die de afgelopen paar weken in Moskou zijn opgepakt. De Russen vechten niet alleen tegen de moslimrebellen in de Dagestaanse bergen; het lijkt alsof ze in de hoofdstad een tweede front hebben geopend.

Premier Poetin mag in het openbaar verklaren dat de oorlog in Dagestan het werk is van 'internationale terroristen', hij weet heel goed dat het geld en de wapens van de rebellen vooral uit Rusland komen. Daarom is de politie begonnen met een operatie met de codenaam Terek (naar de rivier die aan de voet van de Kaukasus stroomt) om de Tsjetsjeense bendes aan te pakken die zaken doen met de rebellen. 'We proberen de economische basis van de bendes te breken', zegt een woordvoerder van de politie-eenheid die zich bezighoudt met de strijd tegen de georganiseerde misdaad.

Maar de Tsjetsjenen hebben het gevoel dat de operatie is bedoeld om hen het leven in Moskou onmogelijk te maken. De Tsjetsjeense advocaat Isa Merzjojev zijn zo'n zeventig gevallen ter ore gekomen van mensen die door de politie onder valse voorwendselen zijn opgepakt. 'Ze laten een zakje heroïne of een paar patronen in je zak glijden, en hup, ze hebben weer een bandiet.' Operatie Terek strekte zich zelfs uit tot het Tsjetsjeens Cultureel Centrum, waar gemaskerde commando's met getrokken wapens een zaaltje bestormden waar een expositie van kindertekeningen werd gehouden.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken is begonnen met de registratie van de namen, geboorteplaatsen en werkgevers van de naar schatting 400 duizend Tsjetsjenen in Moskou, ook al mag dat volgens de Russische grondwet eigenlijk niet. Bijna iedereen werkt mee uit angst dat ze anders met een smoes worden opgepakt. Ondertussen vragen ze zich af waar de gegevens heengaan en hebben ze angstdromen over razzia's.

Nu is de Tsjetsjeense maffia een formidabele tegenstander, die met orthodoxe methoden onmogelijk te verslaan is. 'Een paramilitaire organisatie, gedisciplineerd en goed bewapend', schrijft Stephen Handelman in zijn boek over de Russische misdaad. Door de sterke familiebanden en hun wantrouwen tegenover buitenstaanders zijn ze ongrijpbaar voor de politie. De clans die de smokkel van drugs en wapens beheersen, zijn uitgegroeid tot misdaadsyndicaten met tentakels die tot in elk hoekje van de economie reiken. Alleen is voor veel Russen - en veel politiemensen - elke Tsjetsjeen automatisch een bandiet. Ze moeten niets hebben van 'zwartkonten', zoals de Tsjetsjenen in de taal van de straat worden genoemd. Toen opiniepeilers in 1998 aan de Moskovieten vroegen wat hen stoorde aan hun stad, was 'te veel Kaukasiërs' het meest voorkomende antwoord. Vraag een Tsjetsjeen hoe hij door in het algemeen wordt behandeld, en je krijgt een litanie te horen van grote en kleine vernederingen: zonder reden een etmaal opgesloten door de politie, afgeperst door de gemeente, de talloze controles. 'Zoals vroeger de joden in Rusland van alles de schuld kregen, wordt er nu bij elke misdaad gepraat over de Tsjetsjeense connectie', zegt Aboejezig Apajev van de Culturele Vereniging 'Het Vaderland'.

Door de recente bomaanslagen ('de Tsjetsjeense connectie wordt niet uitgesloten') en de berichtgeving over de oorlog in Dagestan is de afkeer alleen maar toegenomen. Op tv heten de uit Tsjetsjenië afkomstige rebellen steevast 'bandieten' en 'terroristen'; als bewijs wordt op prime time nog eens de gruwelvideo herhaald waarop te zien is hoe een deemoedige Russische gevangene met een bijl wordt onthoofd. Geen wonder dat veel Russen het een uitstekend idee vinden als de politie de Tsjetsjenen uit Moskou zou verjagen.

Nazjmoedin Amirchanov heeft op papier gezet wat de politie hem en zijn broer heeft geflikt, en het papier naar het bureau van de Tsjetsjeense republiek in Moskou gebracht. Het bureau heeft een brief geschreven naar de premier, maar er komt geen antwoord, en Nazjmoedin heeft de hoop opgegeven dat er van zijn klacht iets terechtkomt. 'Waar moeten we naar toe?' vraagt hij mismoedig. 'In Tsjetsjenië denken ze dat we Russische spionnen zijn, hier zijn we terroristen, en het Westen geeft ons geen visum omdat ze ons voor de Russische maffia houden.'

Meer over