Een Tourstart is als Koninginnedag

Vijftig jaar geleden ging de Tour de France van start in Amsterdam. Dit weekeinde gunde de organisatie Wallonie kans om het grauwe verleden te doen vergeten....

Door Marije Randewijk

Ze zullen het glas heffen en herinneringen ophalen. Als over vijftig jaar de leden van het organisatiecomitallonie lance le Tour de France 2004 bij elkaar komen in het bisschoppelijk paleis op de Place Saint-Lambert van Luik zullen ze zeggen dat het een prachtig weekeinde was en dat Wallonitraalde als een onschuldig kind.

En dat ene schoonheidsfoutje, dat zal vergeten zijn.

De wielersport is kort van memorie. Donderdag, als de Nederlandse Tourcoryfeeelkaar de hand schudden in het Olympisch Stadion, zal ook niemand verhalen over wat er vijftig jaar geleden, bij de eerste buitenlandse Tourstart, allemaal verkeerd ging in Amsterdam.

Niemand zal het hebben over de ruzie van de trotse Koninklijke NederlandscheWielren Unie met het eigenzinnige organisatiecomitover het VVV-kantoor dat de renners tot woede van de Fransen dacht onder te brengen in schamele hotelletjes of over de Franse truienbeletteraar die er maar niet in slaagde om Locomotief juist te spellen en die zijn fout (Locomotiev) weigerde te herstellen.

Het ging dit weekeinde bij de ouverture van de 91ste Tour zoals het altijd gaat. De straten waren geveegd, de monumenten opgepoetst en Luik en Charleroi presenteerden zich als steden die tijdens de vakantie een bezoek waard waren.

Vergeten was de hoge werkloosheid, vergeten de afschrikwekkende criminaliteit. Wallonirauw en grijs? De start van de Tour de France 2004 zou tonen dat dat imago achterhaald was en dat het economisch, sportief en cultureel een internationale reputatie heeft opgebouwd.

Maar soms gebeuren dingen ondoordacht of omdat niet alles te plannen valt.

Wie zijn schoonheid wenst te benadrukken, zwijgt over zijn tekortkomingen. In Wallonias dat een verkeerde veronderstelling. Het parcours van de eerste etappe liep gisteren vlak langs het huis van de man die iedere Waal het schaamrood op de kaken brengt.

Het huis van Marc Dutroux als bezienswaardigheid, als toeristische trekpleister?

Zo zal het niet bedoeld zijn door de organisatie. Alsof dat nog niet erg genoeg was, plantte de organisatie de vlag van de laatste kilometer precies voor de deur van Dutroux in Marcinelle.

Het was een schoonheidsfoutje, omdat zelfs een Tourorganisatie niet alles kan regisseren.

Vijftig jaar geleden was het eigenlijk ook niet meer dan toeval dat de renners op 8 juli in Amsterdam aan de Tour begonnen. Natuurlijk, het was een mooi eerbetoon aan les Hollandais die zich zo goed hadden geweerd in de Tour van 1953; zo ging het althans de geschiedenisboeken in. Directeur Jacques Goddet wist wel hoe hij z'n praatjes verkocht kreeg.

Waarschijnlijker lijkt het dat de Tourorganisatie door omstandigheden gedwongen werd voor Amsterdam te kiezen. Dat valt op te maken uit het mooie boekje De dag dat de Tour voor het eerst buiten Frankrijk startte, dat donderdag zal worden gepresenteerd in het Olympisch Stadion en dat boordevol prachtige anekdotes staat.

De Franse ronde was in die dagen stevig in handen van L'Equipe en Le Parisien Lib en omdat een concurrerend tijdschrift het idee bedacht om een Ronde van Europa te rijden, zagen het sportdagblad en het weekblad zich genoodzaakt een alternatief te bedenken.

Een Europees evenement, dat zou immers meer impact hebben dan een ronde alleen door Frankrijk, wist ook Goddet. Hij zocht contact met het Amsterdamse organisatiecomitan de Ronde van Europa, en wees de Tourstart toe aan de hoofdstad. Liever was hij naar Antwerpen gegaan, maar de Belgen vonden in 1954 de vraagprijs nog te hoog.

Amsterdam legde tachtigduizend gulden neer voor het evenement. Ter vergelijking, Wallonietaalde dit weekeinde 2,8 miljoen euro en hoopt er 7,8 miljoen euro aan revenuen voor terug te krijgen.

Net als in Luik wenste de toenmalige burgemeester, Arnold d'Ailly, Amsterdam op een positieve manier voor het voetlicht te brengen. De deelnemers werden ondergebracht in de duurste hotels en de kermissen op de Dam, Rokin, Munt, Vijzelstraat, Rembrandtplein en Thorbeckeplein moesten de mensen in Tourstemming brengen.

Dat lukte maar moeizaam, blijkt uit de ooggetuigenverslagen in Het Vrije Volk: 'Het leek allemaal verdacht veel op een vooroorlogse Koniginnedag, er waren toch geen opgewonden mensenslierten, die door de Kalverstraat hosten en niemand had behoefte aan vocale uitspattingen in de geest van: het is maar een keer per jaar Tour-de-France-dag.'

Voor de renners was het ontegenzeggelijk een voordeel dat de Tour zijn ouverture kende in de hoofdstad. Zo kon Amsterdammer Gerrit Voorting op de avond voor de eerste etappe Jan Nolten achterop zijn fiets naar zijn tandarts brengen.

Tandarts Wink op de Stadhouderskade moest Nolten van zijn kiespijn afhelpen. 'Jan moest er niets van hebben..., die tandarts had in zijn mond gekeken en toen kwam-ie met een spuit... O, nee, geen spuit, want dan reed-ie slecht de volgende dag. Dus die man heeft niks gedaan, ja, een watje met alcohol geloof ik', vertelt Voorting.

Die anekdote zal door beide renners donderdag nog wel eens worden opgerakeld. Voorting, een prettige causeur, zal het in het Olympisch Stadion waarschijnlijk spannender maken dan het werkelijk was.

Dat ze in de wielersport graag een loopje nemen met de werkelijkheid, zullen ze over vijftig jaar ook in Luik en Charleroi weten. Over schoonheidsfoutjes rept tegen die tijd niemand meer.

Meer over