Een toonbeeld van regelmaat

AMSTERDAM - Om vijf voor zes zondagavond beleefde Bauke Mollema het mooiste moment uit zijn nog prille loopbaan. De 24-jarige wielrenner die leerde hardfietsen op het Groningse platteland, van huis naar school en weer terug, werd op een winderige berg gekroond tot leider in de Ronde van Spanje.


Mollema zal in zijn rode tricot misschien wel hebben teruggedacht aan de vorige dag toen hij rond hetzelfde tijdstip zijn voorwiel op het laatste moment over de eindstreep duwde voor de Belg Jurgen Van den Broeck. Daarmee werd hij op het nippertje derde en veroverde aldus acht bonificatieseconden.


De Vuelta is ruim een week oud en nog altijd een secondespel, ondanks alle bergen en bergjes. De eerste twaalf coureurs in het algemeen klassement staan binnen een minuut van elkaar. Zo verdedigt Mollema vandaag in de tijdrit een voorsprong van één seconde op de Spanjaard Rodriguez. Meer heeft hij overigens te vrezen van de Engelse specialist Bradley Wiggins, de nummer dertien met een minuut achterstand.


Bauke Mollema is de tweede Raborenner dit seizoen, die de leiderstrui draagt in een grote ronde. Eerder tooide Pieter Weening zich vier dagen lang in het roze, de erekleur in de Ronde van Italië.


In het geval van Weening was in zekere zin sprake van een toevalstreffer. Maar Mollema heeft het in zich een hoofdrol te spelen in de grote ronden. De Vuelta is voor hem een eerste proeve van bekwaamheid.


Een maand geleden nog moest hij in de Ronde van Frankrijk kopman Robert Gesink terzijde staan. Aanvankelijk werd Mollema geplaagd door ziekte, maar in het tweede deel van de Tour herstelde hij zich. In een van de laatste ritten werd hij tweede achter de Noor Boasson Hagen.


In Spanje trekt Mollema die lijn door. Hij meet zich al de hele week met de besten. In die zin volgt Mollema hetzelfde parkoers als Gesink die dergelijke ervaringen ook opdeed in de Vuelta. Gesink stond echter nooit op de hoogste trede, hoewel hij er een paar keer dichtbij was.


In zijn eerste week bewees Mollema zich als een toonbeeld van regelmaat. Na de ongelukkige ploegentijdrit in Benidorm zat hij telkens attent voorin als het er om spande. Langzaam maar zeker steeg hij daardoor in het klassement en sloeg hij dit weekeinde echt zijn slag.


Zaterdag eindigde de achtste rit in een zeldzaam steile klim. Perfect geloodst door zijn ploegmaats greep Joaquin Rodriguez de macht in San Lorenzo de El Escorial. De ritwinst ging gepaard met de eerste plaats in het klassement. Achter hem werkte Bauke Mollema zich in de slotmeters naar de derde plek. Daarmee manoeuvreerde hij zich in de top-10 en hield zondagmorgen optimistisch rekening met een plek in de top-5 aan het eind van de dag.


De negende etappe was eigenlijk de eerste echte bergrit in de Vuelta, eindigend in een 18 kilometer lange klim met gedeelten van ruim 10 procent. Maar vooral de wind speelde het peloton parten.


Ontsnappingen van onder anderen Nibali werden ongedaan gemaakt en Rodriguez werd achteruit geworpen. In het spoor van Wiggins vond Mollema weer een plekje voorin. Hij had zijn zinnen gezet op de ritwinst.


Hij werd echter verrast door de Ier Daniel Martin, maar de kopman van de Raboploeg nam graag genoegen met de twaalf bonificatieseconden, behorend bij de tweede plaats.


Met de top-5 in zijn achterhoofd meldde Mollema zich bij de dopingcontrole. Daar werd hij naar het erepodium gedirigeerd als de nieuwe nummer één in de Vuelta.


Meer over