Ter redactieBetrouwbaarheid

‘Een tip, een onderbuikgevoel en dan graven.’ Kruip in de huid van een onderzoeksjournalist bij de Volkskrant

Aan spectaculaire scoops en spraakmakende koppen op de voorpagina gaan vaak maanden van onderzoek schuil − soms zelfs jaren. Hoe gaat onderzoeksjournalistiek in zijn werk bij de Volkskrant?

null Beeld Matteo Bal
Beeld Matteo Bal

De krant heeft vele taken in het leven van lezers: algemene informatievoorziening, duidende analyses van maatschappelijke ontwikkelingen, een breed opinielandschap, inspiratie en vermaak. Maar als je het onderzoeksjournalist Willem Feenstra vraagt, is er maar één taak essentieel in de journalistiek: de macht onderzoeken.

‘Door zaken aan het licht te brengen, kun je iets in beweging zetten’, zegt Feenstra. ‘Ik durf wel te stellen dat het merendeel van de Kamervragen berust op mediapublicaties. Kijk naar die hele toeslagenaffaire − gewaardeerde collega’s van Trouw en RTL Nieuws hebben hierin een belangrijke rol gespeeld. Vaak begint het met iets kleins: een tip, een paar slachtoffers die aan de bel trekken, en dat kan − na heel veel spitwerk − tot grote maatschappelijke veranderingen leiden. Dat is waar onderzoeksjournalistiek over gaat.’

Serie: betrouwbaarheid bij de krant

Betrouwbaarheid is het grootste goed van een krant als de Volkskrant. In tijden waarin ‘nepnieuws’ makkelijk en snel kan worden verspreid, moeten lezers erop kunnen vertrouwen dat de informatie in de krant met zorgvuldigheid en integriteit wordt uitgezocht en gebracht.

In deze serie vertellen we wat Volkskrantjournalisten doen om dit vertrouwen hoog te houden. Eerder in de reeks: hoe de wetenschapsredactie ontwikkelingen in de bestrijding van het coronavirus duidt temidden van onzekerheid.

Beroemde voorbeelden van onderzoeksjournalistiek zijn het Watergate-schandaal, het misbruik binnen de rooms-katholieke kerk en de bonnetjesaffaire. Bij de Volkskrant lopen doorgaans zo’n tien tot twintig uiteenlopende projecten rondom klassieke onderzoeksjournalistiek, of een gerelateerde vorm. Zo stond 23 januari een reconstructie van Feenstra in de krant − het resultaat van een jaar lang vijf leden volgen van het Outbreak Management Team. Een flinke tijdsinvestering, maar, zegt Feenstra: ‘Ik zie het niet als klassieke onderzoeksjournalistiek. Dat is toch: een tip, een onderbuikgevoel en dan graven en kijken.’

Als lezer zie je het resultaat van onderzoeksjournalistiek in de meest succesvolle gevallen op de voorpagina van kranten − maar daar gaat vaak een ingewikkeld, onzeker en moeizaam proces aan vooraf. Hoe gaat dat in zijn werk?

Het onderwerp vinden

Het begint vaak bedrieglijk eenvoudig: met een vraag, een vermoeden of een tip. Zo’n tip was de start van het onderzoek naar taalschoolfraude van Anneke Stoffelen met collega’s Irene de Zwaan en Xander van Uffelen uit 2020. ‘We kregen een anonieme tip via Publeaks, een beveiligd tipplatform’, zegt Stoffelen. ‘Er gingen destijds al verhalen rond dat taalscholen studenten lokken met laptops en cadeaukaarten, wat niet is toegestaan. Dat leken incidenten. Maar deze tip ging over taalscholen die al het cursusgeld binnenhaalden zonder daadwerkelijk taalles te geven. Als wat deze man zei klopte, vond de fraude dus op veel grotere schaal plaats.’

Er komen elke week tips binnen op de redactie, die niet allemaal kunnen worden opgevolgd. Het besluit of journalisten met een tip aan de slag gaan, gaat niet volgens een vast stramien. Adjunct-hoofdredacteur Marije Randewijk begeleidt de meeste onderzoeksprojecten. Journalisten met een idee komen eerst bij haar voor overleg. Ze moeten hun reguliere werk namelijk deels of geheel stilleggen om het onderzoekswerk uit te kunnen voeren.

‘De verslaggevers moeten ergens iets in zien’, zegt Randewijk. ‘Ik denk vervolgens mee. Het onderwerp moet relevant zijn voor onze lezers. Daarnaast vraag ik altijd: wat zou het maximale zijn wat je uit een onderzoek naar dit onderwerp zou kunnen halen? En hoe kan je daar dan komen?’

Stoffelen was gefascineerd door de taalfraudetip omdat ze de situatie herkende. ‘Ik had al eens geschreven over fraude bij het PGB, ook een systeem dat makkelijk te misbruiken was. Ik dacht: als dit echt zo makkelijk kan bij die taalscholen, zou het bij deze fraude wel eens om flinke bedragen kunnen gaan, die achterover worden gedrukt.’

Bronnen

Feenstra’s jaar met het Outbreak Management Team begon met een verzoek om de OMT-vergaderingen bij te wonen, maar die moesten vertrouwelijk blijven. Het RIVM gaf een aantal OMT-leden uiteindelijk toestemming om regelmatig met Feenstra te spreken. Volgens Feenstra zagen de betrokkenen wel in dat het ondoenlijk zou zijn om alles binnenskamers te houden. ‘In de politiek is dat wel een beetje de tendens’, aldus Feenstra. ‘Maar hier gaat het ook om wetenschappers, die willen zich juist naar buiten toe verantwoorden.’ Naarmate het jaar vorderde kwam de onafhankelijkheid van het OMT steeds verder onder druk te staan en liepen ook de spanningen binnen het adviesorgaan op. Enkele OMT-leden overwogen zelfs op te stappen.

Omdat onderzoeksjournalisten vaak op zoek zijn naar gevoelige informatie, is het essentieel dat bronnen hen kunnen vertrouwen. Die willen weten dat zij niet plotseling met hun naam in de krant staan, of dat informatie tot hen herleid kan worden. Als journalisten deze bronnen zomaar zouden openbaren, zou niemand meer informatie durven delen met een krant. Een journalist zal dan ook in principe nooit de identiteit van een bron prijsgeven.

Dat vertrouwen moet overigens ook andersom bestaan, zegt Stoffelen, zoals bij die tipgever over taalschoolfraude. ‘Er zijn flink wat mails heen en weer gegaan voordat wij die anonieme tipgever geheel serieus namen. Wij vragen ons altijd af: waarom brengt deze persoon ons deze tip? Is het mogelijk dat hij voor eigen gewin ons iets op de mouw speldt?’

Bewijs

Een eerste bron is pas het begin: volgens adjunct Randewijk is de stelregel dat er in ieder geval drie bronnen moeten zijn die onafhankelijk van elkaar het verhaal bevestigen. Of dat volstaat, ligt ook aan wát voor bronnen het zijn − zijn ze anoniem of niet, hoe dicht zitten ze bij het vuur en hoe betrouwbaar zijn ze? Stoffelen en De Zwaan spendeerden maanden aan het vinden van en contact leggen met de juiste personen in de taalschoolwereld, op basis van de aanwijzingen van hun originele tipgever. Ook bij deze mensen moest stuk voor stuk het vertrouwen worden gewonnen.

Zeker als het verhaal stoelt op anonieme bronnen, wordt er ook liefst zo concreet mogelijk bewijs gevonden voor de beweringen in het verhaal: denk aan documenten, opnames, foto’s, mails en smsjes. In het geval van de taalschoolfraude besloten Stoffelen en De Zwaan een undercoveractie op te zetten. Een Arabisch sprekende vrouw benaderde meerdere door andere bronnen genoemde ronselaars over beloningen voor taallessen.

Het resultaat bevestigde de vermoedens: bij verschillende taalscholen werden haar cadeaus beloofd in ruil voor het tekenen van een fictief contract, zodat de school haar lesbudget kon leegtrekken.

Tijd

Het eerste verhaal over taalschoolfraude werd in mei 2020 gepubliceerd, ruim acht maanden na die eerste tip. Tijdens hun onderzoek vonden de journalisten ook steeds meer aanwijzingen dat er één grote speler was in de taalschoolfraude, een man die ruim dertig scholen beheerde en daar vermoedelijk miljoenen aan verdiende. Het tweede verhaal, over taalschooleigenaar Waiel Shaker, verscheen in november 2020. ‘We hadden een document waarin we alle tips, namen, aanwijzingen en andere puzzelstukjes verzamelden’, zegt Stoffelen. ‘Dat was op het laatst 80 kantjes lang.’

Een jaar onderzoek voor twee verhalen is in de onderzoeksjournalistiek geen uitzondering. Die zware tijdsinvesteringen maken het een relatief kostbare keuze. ‘Met onderzoeksjournalistiek vul je de krant niet elke dag’, zegt Randewijk. ‘Daarom wil je niet dat al je verslaggevers alleen aan grote onderzoeksverhalen zitten te werken.’

Tegelijkertijd is het een belangrijke taak van de van de krant om dingen boven water te krijgen, zegt Randewijk. ‘Dus bij elk onderzoek maken we een afweging. Vinden we het belangrijk genoeg? Hoeveel tijd gaat het kosten? Betekent dit dat een verslaggever niet meer inzetbaar is voor andere stukken, of kan iemand het naast het reguliere werk opvolgen?’ Regelmatig worden er journalistieke fondsen zoals het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek aangesproken om grote onderzoeksprojecten te kunnen uitvoeren.

‘Ik blijf vinden dat wij te weinig onderzoeksjournalistiek doen’, zegt Feenstra. ‘Maar dit is de eeuwige discussie. Willen we een brede krant zijn en op alle fronten meedoen? Dan is het volgens mij bijna onmogelijk om op zoiets als onderzoeksjournalistiek te excelleren. Je moet toch bereid zijn om dingen te offeren. Dat lijkt me voor de hoofdredactie een verschrikkelijk moeilijke afweging.’

Onzekerheid

Als het eenmaal zwart op wit in de krant staat, lijkt het zo helder. Maar journalisten die geregeld zo’n anonieme tip of onderbuikgevoel najagen, weten dat het tijdens een onderzoek kan voelen als op de tast door het donker lopen, zonder te weten waar je route eindigt. Feenstra: ‘Je voelt constant twijfel, want er is geen garantie dat je iets vindt. Dan vraag je je af of die tipgever wel betrouwbaar is, of je het rond krijgt, of het niet allemaal anders ligt, of het eigenlijk wel zo relevant is voor onze lezers.’

In augustus 2020, drie maanden na het eerste stuk over taalschoolfraude en drie maanden vóór de publicatie van hun onthulling over Shaker, liepen Stoffelen en De Zwaan tegen een muur aan in hun vervolgonderzoek. ‘We waren licht wanhopig. We weten bijna zeker dat Shaker erachter zit, zeiden we tegen onze chef, maar we hebben te weinig bronnen die het uit eerste hand kunnen bevestigen.’

‘Zulke momenten komen regelmatig voor’, zegt adjunct Randewijk. ‘Ik ga daarom continu met verslaggevers in conclaaf. Welke wegen hebben we nog niet geprobeerd, hebben we die en die al gebeld? Moeten we blijven doorzoeken, of opgeven en ons verlies nemen? Dat is onderzoeksjournalistiek. Het is meestal niet zo makkelijk als: je begint bij A en morgen ben je bij B. Je hebt een vraag en een idee van wat je zoekt, maar wat dan de consequenties zijn, weet je niet altijd.’

De druk is groot om met iets spectaculairs te komen, als je zoveel tijd hebt besteed aan je onderzoek. Feenstra: ‘Maud Effting, Mark Misérus en ik hebben in 2018, naar aanleiding van een tip, veel tijd gestoken in een project over doping in de schaatssport. Dat leverde wel een aantal verhalen op over dopinggebruik door de jaren heen, maar dat waar we echt naar op zoek waren, konden we niet bewijzen. Dan kan je je afvragen: is alle tijd die we erin hebben gestoken het wel waard geweest? Het probleem is dat je dat vooraf nooit weet.’

Dreiging

En dan zijn er ook nog de mensen die merken dat de journalist iets op het spoor is en niet willen dat een verhaal in de krant komt. Vaak wordt gedreigd met advocaten, soms zijn de dreigingen persoonlijk. Dat kan enorm intimiderend zijn, zeker bij een minder ervaren journalist.

Feenstra: ‘Ik zal nooit vergeten wat ik meemaakte bij mijn eerste onderzoeksverhaal voor de Volkskrant in 2013. Ik schreef over een voetbalclub, waar bestuurlijk een grote puinhoop was ontstaan. De voorzitter zou een schrikbewind voeren en personeel laten bespioneren. De week nadat het verhaal in de krant stond, werd ik ’s avonds laat gebeld. Ik nam op, het bleek die man te zijn. Hij opende het gesprek met: ‘Ten eerste, je hebt mijn leven kapotgemaakt. Ten tweede: door jou kunnen mijn kinderen niet meer naar school.’ Nu zou ik zoiets met een korrel zout nemen, maar toen was ik er wel van onder de indruk.’

Stoffelen kent het. ‘Iemand die in ons verhaal voorkwam belde mij, speelde in op mijn gemoed. ‘Weet je wel wat dit voor consequenties heeft voor mij’, zei die persoon. ‘Mijn buren, vrienden en familie zien dit.’ Dat is waar, maar ik denk dan: het is onze verantwoordelijkheid dat wij met een verhaal komen dat goed onderbouwd en gecheckt is, dat het journalistieke werk goed is gedaan. Ik ben niet verantwoordelijk voor het feit dat jij verdachte bent in een fraudeonderzoek. En dat is een feit dat als een paal boven water staat.’

Maatschappelijke rol

Het mag intensief, onzeker en kostbaar zijn, onderzoeksjournalistiek is toch waar de journalisten zich het liefst mee bezighouden. ‘Zo maak je als journalist je maatschappelijke rol waar’, zegt Stoffelen. ‘Je zet onderwerpen op de kaart, haalt dingen boven water. Tipgevers komen vaak bij je uit frustratie over een misstand en vinden nergens gehoor. Als jij er dan voor kan zorgen dat dit toch wordt gehoord, geeft dat een goed gevoel.’

Na de berichtgeving over taalscholen kregen zij en De Zwaan dankbare en opgeluchte reacties van mensen die blij waren dat de fraude aan het licht was gebracht. Kort na het eerste verhaal werden er invallen gedaan bij de scholen door de inspectie. Tegen Shaker loopt nog een strafonderzoek.

Een van Feenstra’s grotere projecten, een onderzoek met Maud Effting naar misbruik bij de legerbasis in Schaarsbergen in 2017, leidde onder andere tot onderzoek van het Openbaar Ministerie en een commissie bij Defensie die de sociale veiligheid onderzocht. Nog steeds zijn er effecten te zien; in 2020 werd een drietal (ex-)militairen alsnog veroordeeld voor wangedrag.

‘Wij kunnen als journalisten niet zelf misstanden rechtzetten’, zegt Feenstra. ‘Wij kunnen er niet voor zorgen dat Defensie orde op zaken stelt met betrekking tot sociale veiligheid. Maar onze berichtgeving kan er wel toe leiden dat de mensen met macht verantwoording moeten afleggen. Het is onze taak om te laten zien wat er gebeurt, want de wereld moet dat weten om er iets mee te kunnen doen.’

Wilt u een misstand melden? Kijk hier hoe u de redactie kunt tippen.

Lees hier de verhalen uit dit artikel:

Een jaar in het voetspoor van vijf OMT-leden: over politieke druk, bedreigingen en onderlinge spanning

Miljoenenfraude bij taalscholen: geld in ruil voor inburgeringslessen die nooit zijn gegeven

Waiel Shaker ontving 15 miljoen subsidie voor zijn taalscholen. Nu wordt hij van fraude verdacht: ‘Ik heb niks te verbergen’

Hoe twee topschaatssters door de diefstal van een koffertje een dopingcontrole ontliepen

Misbruik kazerne Schaarsbergen | Allan droomt ervan commando te worden, maar hij belandt in een hel

Meer over