Een terreurdaad van Oeigoeren?

Het dodelijke incident van maandag in hartje Peking zou het werk zijn van Oeigoeren. Als dat klopt, dan is het geweld in het afgelegen westen van China overgeslagen naar de hoofdstad.

PEKING - Het Chinese onderzoek naar het dodelijke incident van maandag op het Plein van de Hemelse Vrede lijkt zich te richten op Oeigoerse verdachten uit Xinjiang, een regio in het westen van China waar het verzet tegen het beleid van Peking gewelddadiger wordt. Een anonieme bron zei tegen het persbureau Reuters dat het vermoedelijk ging om een zelfmoordaanslag.

Intussen blijven de autoriteiten opvallend stil over het voorval, dat volgens veel Chinezen een bewuste aanslag was op het politieke en symbolische hart van het land.

Vijf personen vonden de dood en 38 raakten gewond toen maandag een SUV inreed op een menigte voetgangers en onder het portret van Mao bij de Poort van de Hemelse Vrede in brand vloog. Onder de vijf doden waren ook de drie inzittenden van de auto.

Dat het incident leidt tot nervositeit bij de Chinese autoriteiten bleek dinsdag onder meer uit de opgevoerde veiligheidsmaatregelen bij kruispunten, metrostations en toeristische plekken in Peking. Censoren van de overheid zijn druk bezig met het verwijderen van foto's van de gebeurtenis die in de sociale media opduiken.

De Communistische Partij vreest kennelijk dat het incident leidt tot verslechtering van de relaties tussen de meerderheid van Han-Chinezen en de islamitische Oeigoerse minderheid in Xinjiang. Veel Oeigoeren klagen over beperkingen van de religieuze vrijheid en over de toestroom van Han-Chinezen, die de demografische verhoudingen in hun regio ingrijpend heeft gewijzigd.

Dinsdagmorgen was op de plaats waar de auto uitbrandde niets meer te zien dat herinnerde aan de gebeurtenis. Het voertuig explodeerde bij de stenen bruggen voor de Poort van de Hemelse Vrede, die toegang geeft tot de Verboden Stad. Mogelijk hebben de inzittenden van de SUV een brandbare stof tot ontploffing gebracht.

Dat de onderzoekers van het incident hun aandacht richten op Oeigoeren werd duidelijk toen de politie een boodschap naar hotels in Peking stuurde waarin werd gevraagd uit te kijken naar twee Oeigoerse verdachten. Hun namen en woonplaats werden vermeld. Eén verdachte komt uit de streek Shanshan, waar afgelopen zomer tientallen doden vielen bij botsingen tussen betogers en politie. De andere verdachte is afkomstig uit Pishan, bij de stad Hotan, waar in 2011 zeven doden vielen bij een treffen tussen politie en bewoners.

The South China Morning Post berichtte dat de autoriteiten op zoek zijn naar informatie over vijf kentekenplaten uit Xinjiang en over zeven personen met Oeigoerse namen.

Een functionaris die de telefoon opnam in een politiebureau in Pishan zei dat een van de twee verdachten, Yusupu Aihemaiti, op een boerderij woonde maar daar in september is vertrokken. Hij liet weten dat onderzoekers maandag langs waren geweest om te informeren naar de verdachte. Meer wilde hij niet zeggen.

Een politieman in Shanshan, de streek waar de tweede verdachte vandaan komt, deed er het zwijgen toe. De tweede verdachte heet Yusupu Wumaierniyazi.

Het voorval in de hoofdstad komt na maanden van geweld in Xinjiang. De ongeregeldheden daar hebben ten minste honderd levens geëist. De meeste doden vielen in het zuiden van deze regio, een dunbevolkt en arm woestijngebied waar veel Oeigoeren wonen. Herhaaldelijk liepen protesten uit op bloedige confrontaties.

Volgens Oeigoerse ballingen vielen er afgelopen zomer doden in Shanshan toen Oeigoeren protesteerden tegen maatregelen die bidden in het openbaar en het dragen van een hoofddoek tegengingen. De autoriteiten bestempelden deze gebeurtenis toen tot een 'terroristische aanval'. Drie Oeigoerse mannen werden ervoor ter dood veroordeeld.

Er waren ook aanvallen van Oeigoeren op Han-Chinezen. In mei werden zeven Chinese bouwvakkers doodgestoken terwijl ze in de buurt van Hotan in een tent sliepen. Dat voorval werd niet gemeld door de staatsmedia. De regering doet haar best de etnische spanningen in Xinjiang te bagatelliseren.

In 2009 deed zich een uitbarsting van etnisch geweld voor toen bijna tweehonderd mensen, overwegend Han-Chinezen, werden gedood bij rellen in de regiohoofdstad Urumqi. Het bloedvergieten schokte de regering en leidde tot nog strengere veiligheidsmaatregelen in Xinjiang.

Als het incident op het Plein van de Hemelse Vrede inderdaad het werk blijkt te zijn van Oeigoerse activisten, dan betekent dit dat de onrust zich niet langer beperkt tot het afgelegen westelijk deel van het land.

Volgens hoogleraar Yang Shu van de universiteit van Lanzhou is het slechts een kwestie van tijd voordat het geweld in Xinjiang zich tot buiten die regio verspreidt. 'Dit zou een waarschuwing voor de autoriteiten moeten zijn dat het gebied waar de Oeigoerse activisten actief zijn, groter wordt.'

Ilham Tohti, een Oeigoerse wetenschapper in Peking, waarschuwde voor al te snelle conclusies over de identiteit en de motieven van de daders. Hij wees erop dat de 20 miljoen Oeigoeren in China te maken hebben met discriminatie, achterstelling op de arbeidsmarkt en reisbeperkingen. 'Er is al veel haat tussen de Han-Chinezen en de Oeigoeren. Door die mensen 'terroristen' te noemen voordat alle feiten bekend zijn, wordt dat alleen maar erger.'

undefined

Meer over