interview

Een Syrische officier krijgt levenslang. ‘Het begin van de lange weg naar gerechtigheid’

Wassim Mukdad: ‘Straks is deze zaak ook deel van de geschiedenis.’ Beeld Marlena Waldthausen / de Volkskrant
Wassim Mukdad: ‘Straks is deze zaak ook deel van de geschiedenis.’Beeld Marlena Waldthausen / de Volkskrant

Een rechtbank in Duitsland heeft de Syrische oud-officier Anwar R. veroordeeld tot levenslang, wegens misdaden tegen de menselijkheid. Het vonnis is een primeur: nog nooit verdween een hoge officier uit het regime van president Assad in de gevangenis. Wassim Mukhad was een van zijn vele slachtoffers.

Jenne Jan Holtland

Toen hij naar een verhoorkamer gebracht werd, was Wassim Mukdad geblinddoekt. De man die de ondervraging leidde, heeft hij daarom nooit gezien. Mukdad moest op de grond liggen en werd geslagen tot hij niet meer kon lopen. Hij hoorde hoe de man door de folteraars werd aangesproken als ‘sayidi’, Arabisch voor ‘mijnheer’. Hij herinnert zich ook zijn kalme, vastberaden stem: ‘In mijn hoofd hoor ik die stem nog steeds.’

De 36-jarige muzikant Mukdad zit donderdag tussen het publiek in de Duitse stad Koblenz, als de rechtbank een vonnis zal uitspreken tegen de man die destijds – in 2011 – zijn verhoor leidde: Anwar R. (58), een voormalige kolonel in de Syrische geheime dienst. De zaak is een mijlpaal in de Syrische burgeroorlog. Voor het eerst zal een hoge officier uit het regime van president Bashar al-Assad hoogstwaarschijnlijk in een Europese gevangenis verdwijnen, mogelijk met levenslang.

Centraal tijdens het proces stond de rol van Anwar R. in ‘detentiecentrum 251’ in Damascus, lokaal bekend als de Al-Khatib-gevangenis. Een ‘hel op aarde’, aldus overlevenden. Op de kaart ziet het gebouw eruit als een normaal rijtjeshuis, even voorbij een ziekenhuis, maar in de kelder werd aanhoudend gefolterd. Gevangenen werden uitgekleed, geëlektrocuteerd, geslagen met buizen en overgoten met kokend water. Een andere methode was het ‘vliegend tapijt’, waarbij ze op een bord werden vastgepind, waarna de uiteinden zo werden gebogen dat slachtoffers haast dubbelklapten.

Martelen van vierduizend mensen

R. werkte er vier jaar, hij leidde de verhoren. In 2012 ontvluchtte hij het land, waarna hij via een omweg in Duitsland terechtkwam. De Duitse justitie houdt hem verantwoordelijk voor misdaden tegen de menselijkheid, te weten het martelen van vierduizend mensen, meerdere gevallen van seksueel geweld en 58 moorden.

Enorme aantallen en tegelijk slechts een fractie van wat zich sinds het begin van de burgeroorlog afspeelt in Syrische gevangenissen. Mensenrechtenorganisaties schatten dat er zeker honderdduizend mensen in gevangenissen verdwenen zijn, van wie er minstens 15 duizend zijn vermoord of doodgefolterd. De stoffelijke overschotten zijn gedumpt in geheime massagraven.

Ondanks die macabere balans groeit het aantal landen in de regio dat de banden met Assad wil normaliseren, hoofdzakelijk om economische redenen. Vier op de vijf Syriërs leeft in armoede en voor de wederopbouw zijn astronomische bedragen nodig die de regering niet heeft. De Verenigde Arabische Emiraten hadden in november de primeur met een officieel bezoek, Jordanië opende de grenzen en ook Egypte, Irak en Saoedi-Arabië maken avances met de man die in zijn land de overwinning kraait. Een celstraf voor R. lijkt in dat opzicht meer een symbolische overwinning voor de slachtoffers dan een reden tot zorg voor Damascus.

‘Dit is niet het einde, maar het begin van een lange weg naar gerechtigheid’, zegt Wassim Mukdad telefonisch vanuit zijn woonplaats Berlijn. Hij is een van de tientallen Syriërs die voor de rechtbank getuigden, in vloeiend Duits en tot in de pijnlijkste details. Bijvoorbeeld: hoe hij in september 2011 wilde deelnemen aan een anti-Assad-demonstratie in een voorstad van Damascus en samen met zijn vrienden werd opgepakt en geslagen. Hoe hij een kleine cel moest delen met ruim zeventig anderen. Hoe hij als avondeten zes of zeven olijven kreeg, of alleen een aardappel. En hoe hij – liggend op de grond – zijn handen onder zijn lijf verstopte, zodat die niet werden geraakt. Mukdad bespeelt de Arabische luit, hij was bang dat hij nooit meer zou kunnen optreden.

Vooraanstaande mensenrechtenadvocaat

Onder de getuigen was ook Anwar al-Bunni (63), een vooraanstaande mensenrechtenadvocaat die voor het eerst werd opgepakt onder Hafiz al-Assad, de vader van de huidige president. Al-Bunni onderhield altijd goed contact met westerse ambassadeurs. Tijdens een van die bijeenkomsten, tien jaar geleden, zei hij te hopen op een rechtszaak buiten de landsgrenzen. ‘Om het regime het gevoel te geven: jullie kunnen niet zorgeloos rusten’, zegt hij, eveneens vanuit Berlijn. ‘Ik dacht: als we iemand uit de lagere kaders kunnen aanpakken, zullen anderen misschien stoppen met het opvolgen van de bevelen.’

Tijdens de meer dan honderd zittingsdagen in Koblenz zei de verdachte zelf nauwelijks een woord, met als gevolg dat Mukdad diens stem niet kon identificeren als de kalme ‘sayidi’ uit Damascus. Wel liet R. een verklaring voorlezen door zijn advocaat, waarin hij ontkende ooit iemand te hebben gemarteld, of daartoe de opdracht te hebben gegeven. Met één gevangene had hij slechts ‘een kop koffie gedronken’. Tegen de politie zei hij: ‘Als je zoveel ondervragingen doet op één dag, kun je niet altijd hoffelijk zijn.’ Een tweede, minder belangrijke verdachte in deze zaak, Eyad A., werd vorig jaar al veroordeeld voor zijn rol in de al-Khatib-gevangenis.

De advocaten van R. benoemden zijn opmerkelijke levenswandel: hij zou van mening zijn veranderd over het regime na het bloedige neerslaan van de protesten, waarna hij Syrië ontvluchtte en zich aansloot bij de politieke oppositie. In die hoedanigheid mocht hij in 2014 aanschuiven bij een vredesconferentie in Genève, waarna hij – op voordracht van een oppositielid – asiel kreeg in Duitsland. Eenmaal in Berlijn meldde hij zich in eigen persoon bij de politie: R. meende dat Assads geheim agenten hem als ‘verrader’ op de hielen zaten, maar kreeg in plaats van politiebescherming een proces aan zijn broek.

Getuigenissen van overlopers

Dit alles roept de vraag op of andere Syrische overlopers in Europa in de toekomst nog bereid zullen zijn cruciale informatie te delen, als hun dat op een celstraf kan komen te staan. Ter illustratie: justitie startte pas een onderzoek tegen R. nadat hij in een andere zaak als getuige had opgetreden. Ook de rechtszaak tegen hemzelf in Koblenz leunde deels op getuigenissen van Assads voormalige ambtenaren. Wie wil die rol straks nog vervullen? Al-Bunni plaatst tegenover deze overwegingen het belang van de slachtoffers. ‘Dit proces is ook een poging te voorkomen dat mensen het heft in eigen hand nemen en wraak nemen’, zegt hij.

Binnen de Syrische gemeenschap in Duitsland leidde het proces tot de nodige discussie: omdat R. een soenniet is, denken sommigen dat hij, anders dan de alawitische inner circle rond Assad, geen werkelijke macht had. Daarnaast was er wrevel over het ontbreken van genoeg vertaalapparatuur en van een adequaat beschermingsprogramma voor de getuigen. Een deel van hen heeft familieleden in Syrië die gevaar lopen. Toen de Russische staatszender Russia Today president Assad in 2020 naar het proces vroeg, ontkende hij dat er in zijn gevangenissen gemarteld wordt. ‘Als er incidenten zijn, dan zijn dat misschien individuele gevallen van wraak.’

Aan de telefoon zegt Wassim Mukdad dat de overwinnaars doorgaans de geschiedenis schrijven.‘Terwijl jij en ik praten, worden er nog steeds mensen gemarteld in Syrische gevangenissen. Dat doet pijn. Maar straks is deze zaak ook deel van de geschiedenis. Ik hoop dat de daders zich na dit vonnis twee- of driemaal zullen bedenken. Als het maar één klap scheelt of één leven redt, heeft het al effect gehad.’

Andere Europese rechtszaken tegen Syriërs

Dat het proces tegen Anwar R. in Duitsland kan plaatsvinden, heeft te maken met het beginsel van ‘universele jurisdictie’ dat in meerdere Europese landen van kracht is. Het is bedoeld om te voorkomen dat daders van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid vrijuit gaan. Zolang het Internationaal Strafhof geen onderzoek kan doen in Syrië (China en Rusland liggen dwars in de VN-Veiligheidsraad), kunnen alleen individuele landen zoals Duitsland, Frankrijk en Zweden het voortouw nemen. Nederland heeft vergelijkbare wetgeving, maar maakt geen aanstalten om een dergelijk proces te beginnen, vooral omdat er geen overeenkomst met Syrië is voor rechtshulp. Justitie kan daarom niet ter plekke onderzoek doen. Een overzicht van de belangrijkste zaken in Europa:

Alaa A. werd in juni 2020 opgepakt omdat hij namens het Assad-regime mensen zou hebben gemarteld in de Syrische stad Homs. Het proces tegen de arts begint op 19 januari in Frankfurt.

Muwafaq D. werd vorige zomer opgepakt in Berlijn. Hij wordt verdacht van oorlogsmisdaden en zeven gevallen van moord, begaan als commandant van een Palestijns-Syrische militie die loyaal was aan president Assad.

Majdi N. werd in Frankrijk opgepakt op verdenking van oorlogsmisdaden, waaronder de verdwijning van gerenommeerde Syrische activisten. Hij zou een hoge rang hebben gehad binnen de extremistische oppositiebeweging Jaysh al-Islam.

Eyad A. werd in Koblenz tot 4,5 jaar cel veroordeeld wegens medeplichtigheid bij misdaden tegen de menselijkheid: hij reed gevangenen naar de al-Khatib-gevangenis, terwijl hij wist dat er gemarteld werd. A. is in hoger beroep gegaan.

Abdul-Jawad al-K. kreeg levenslang van de rechter in Stuttgart, wegens oorlogsmisdaden die hij beging onder de vlag van terreurgroep Jabhat al-Nusra.

Muhannad D. kreeg asiel in Zweden, maar werd in 2015 veroordeeld wegens oorlogsmisdaden, begaan binnen het Vrije Syrische Leger. Hij kreeg acht jaar in hoger beroep.

Ibrahim A., alias Abu Dhib, werd tot levenslang veroordeeld door een rechtbank in Düsseldorf. Als hoofd van een bataljon van het Vrije Syrische Leger in Aleppo maakte hij zich volgens de rechter schuldig aan moord, foltering en ontvoeringen.

Het proces in Koblenz leidde eerder tot een veroordeling van een andere Assad-handlanger. Eyad A. kreeg 4,5 jaar cel. ‘Dit proces vertelt het verhaal van het Syrische volk.’