columnmichael persson

Een steekpartij in Washington, en meteen gaan de media met het incident aan de haal

null Beeld

Amerika-correspondent Michael Persson schiet dinsdagnacht op straat in Washington DC een gewonde man te hulp en ziet hoe vervolgens media hun eigen verhaal maken van het incident.

‘Hey! Hey!’ klinkt het, tegen half drie dinsdagnacht, vanaf de stoep van een van de uitgestorven straten in Washington, vlakbij het Witte Huis. Zwarte schimmen, mensen die elkaar proberen te raken, het geluid van brekend glas. Een opstootje? Ik knijp in de remmen.

Ik was op weg naar Lafayette Square, om daar naar de toespraak van Trump te luisteren op grootbeeld, geprojecteerd op de muur – en te zien hoe de daar verzamelde betogers zouden reageren, en hoe boos ze zouden worden.

Maar nu dit.

Een paar figuren rennen weg, en iemand roept: ‘Bel 911!’ Even twijfel ik of ik achter de figuren aan moet rijden, maar dan zie ik een man in paniek over de stoep lopen, roepend: ‘Mijn nek! Mijn nek! Ik ben gestoken!’ Ik zet mijn fiets tegen een vuilnisbak. Er stopt ook een auto, die weer snel wegrijdt nadat een vrouw met een witte trui is ingestapt. Later blijkt dat zij in haar rug is gestoken.

Een Proud Boy met een gewonde man, dinsdagnacht in Washington.
 Beeld Michael Persson
Een Proud Boy met een gewonde man, dinsdagnacht in Washington.Beeld Michael Persson

‘Een ambulance!’, roept de man. Hij heeft zijn hoofd raar tegen zijn schouder gedrukt, en loopt richtingloos. Ik ga naar hem toe. Een man met een bril en een baardje, in de vijftig. Bloed stroomt uit zijn nek, er loopt een druppelspoor over de straat. Ik zegt dat alles oké is, en leg mijn arm maar om zijn schouder, om hem te kalmeren en tegelijk de schouder nog wat harder tegen zijn nek te drukken.

Ik zie een politieauto en steek met hem de straat over. De agent begint eerst dingen door te geven via haar portofoon, terwijl de gewonde zegt: ‘Ik voel niets meer, ik krijg het koud in mijn hoofd.’ Ik zeg tegen de agent: ‘Stop met bellen, breng hem naar het ziekenhuis.’ Dat kan niet, antwoordt ze. En dan wachten we op nieuwe agenten. ‘Ik houd het niet meer,’ zegt de man, ‘ik ga flauwvallen, ik wil mijn vrouw bellen.’

Er komt een andere man aan die me helpt de bloedende man overeind te houden tot er van alle kanten politieauto’s arriveren en de gewonde wordt overgenomen. Het laatste wat hij vraagt is: ‘Ik heb mijn mes nog vast, maar ik kan mijn arm niet bewegen, kun je het in mijn jaszak stoppen? Ik kreeg het niet op tijd open.’

Ik blijf kijken tot er een ziekenauto komt en de man op een brancard wordt gelegd en afgevoerd.

Ik bedank de andere man die kwam helpen en vraag me af wat er is gebeurd.

De politie ondervraagt de getuigen en zet de stoep af met geel lint. Een van de vrouwen in het gezelschap blijkt alles te hebben gefilmd. Ze zegt dat Black Lives Matter dit heeft gedaan, twee zwarte mannen en een vrouw.

De getuigen vertellen het verhaal: de twee slachtoffers liepen over de stoep, toen ze drie anderen tegenkwamen. Ze kregen ruzie, en toen werd er een fles op een hoofd kapotgeslagen, en toen trok een van de aanvallers een mes en stak de man en de vrouw. ‘Het was Bevelyn!’, zegt de vrouw die het gefilmd heeft. Ze heet Jen Loh. ‘Wie?’, vraagt de rechercheur die alles noteert. ‘Bevelyn Beatty! Ze is een ster! Ze is in het Witte Huis geweest!

Bevelyn Beatty, de vrouw in de witte trui, blijkt een zwarte conservatieve activist, die onder meer met zwarte verf de gele Black Lives Matter letters in New York heeft besmeurd. ‘Ze moeten haar hebben herkend’, zegt Loh.

Wie de gewonde man is hoor ik niet. Wel hoor ik dat de man die me meehielp lid is van de Proud Boys, een vechtclub met extreemrechtse banden. Er zijn nog twee Proud Boys bijgekomen. Ze vertellen wat er is gebeurd. Ze hadden een conservatief verkiezingskijkfeestje in Harry’s Bar om de hoek en gingen daarna naar hun hotel. Beatty vertrok al wat eerder – ‘ik had haar nooit alleen moeten laten gaan’, zegt de man die me hielp. ‘Nu zie je wat die lui van Black Lives Matter ons aandoen. Dit betekent oorlog.’

Een ander, Jeremy heet hij, zegt: ‘Ik had er een goed te pakken. Maar ik had hem niet moeten laten lopen. De volgende keer dat ik zo iemand tegenkom, zorg ik er voor dat hij niet meer kan lopen. ’

Het is fucking gevaarlijk op straat, voegt hij eraan toe, lid van de vechtclub waar je pas meetelt als je een antifa-activist in elkaar hebt geslagen.

Het filmpje staat een paar uur later op Twitter. De rechtse website The Gateway Pundit maakt er een ander verhaal van: dat de Proud Boys zich ermee gingen bemoeien ‘toen een oude man werd aangevallen’. Dat is dus niet waar; ze kenden de slachtoffers. Op de site van Newsweek verschijnt het bericht dat de Proud Boys zélf het slachtoffer zijn, en dat er vier van hen zijn neergestoken (onder wie aanvoerder Enrique Tarrio, die er ook bij was). Ook dat is niet waar. Maar een versie van het verhaal zal zeker doordringen tot Fox News, en misschien wel tot presidentiële kringen vandaag: Black Lives Matter heeft het gedaan, dat is duidelijk.

Wie er begon met vechten? Onduidelijk. Het filmpje begint pas als het al bezig is. En waar eindigt dit? Dat is helemaal onduidelijk. De escalatie is begonnen.

Meer over