Een spannende wedstrijd in Washington

Bij de verkiezing van de nieuwe Amerikaanse president heeft mijn familie heel wat in de melk te brokkelen. Veel meer dan de meeste andere Nederlandse families in elk geval....

Bert Wagendorp

Nee, dan wij. Mijn broer is sinds kort Amerikaans staatsburger. Wij hebben dus een keiharde stem in het kapittel. Ik zeg 'wij', want mijn broer brengt zijn stem pas uit na uitgebreid familie-overleg. Dat moet ook, want onze stem is mogelijk een cruciale. Mijn broer woont in Michigan, een van de zogenaamde swing states waar de verkiezingen dinsdag worden beslist.

Het zou best kunnen dat de zeventien kiesmannen van Michigan de doorslag geven en het mag, gezien de nek-aan-nek-race tussen Democraten en Republikeinen in die staat, niet worden uitgesloten dat onze stem uiteindelijk beslissend zal zijn voor de uitslag. Een hele verantwoordelijkheid, dat kan ik u wel vertellen. Je zit als familie plotseling wel met de toekomst van de wereld in handen.

Als het allemaal niet allang is beslist tenminste. Hoewel ik niet erg geeresseerd ben in American football volgde ik gisteren toch met veel belangstelling de wedstrijd tussen de Washington Redskins en de Green Bay Packers, die om zeven uur in het FedExField-stadion in Washington begon. Dat was namelijk heel wat meer dan zomaar een football-wedstrijd.

Het viel mijn broer, die in een keurige middle class-wijk van een stadje in het westen van Michigan woont, de laatste tijd op dat mijn twee nichtjes steeds vaker thuiskwamen met schoolvriendinnetjes die onmiddellijk aanvielen op de ijskast. Navraag leerde dat ze met lege maag naar school waren gestuurd en enorme honger hadden - niet iedereen in de VS heeft baat bij de maatschappelijke inzichten van de diep-christelijke George Bush.

Daarom ramde mijn broer een week of wat geleden in zijn voortuin een paar palen de grond in en timmerde hij er, met onze instemming, een groot bord tegenaan met Kerry for President erop.

Afgelopen week wonnen de Boston Red Sox voor het eerst sinds 1918 de World Series honkbal. Dat leek een goed omen voor John Kerry, senator voor Massachusetts en burger van Boston. Tussen 1952 en 1976 werd een zege van een team uit de National League altijd gevolgd door het aantreden van een Democratische president. Maar daarna ging het mis, zodat de voorspellende waarde van de Red Sox-zege beperkt is.

Met de Washington Redskins ligt het allemaal anders. Dat team kun je rond de presidentsverkiezingen maar beter scherp in de gaten houden. Sinds 1932 bepaalt namelijk de uitslag van de laatste wedstrijd voor de verkiezingsdag wie wint. Verliezen de Redskins, dan verliest de zittende president of diens partij het presidentschap. Bij winst blijft alles bij het oude.

De kans dat de uitslag van een Redskinswedstrijd achttien keer achter elkaar de uitkomst van de presidentsverkiezingen juist voorspelt, is volgens statistici 1 op 273 miljoen. Zelfs de kans dat Ajax onder Ronald Koeman ooit nog eens de Champions League wint is met 1 op 150 miljoen heel wat groter. Je kunt je dus afvragen of het niet veel handiger en een stuk goedkoper is om de Redskins voortaan te laten bepalen wie de volgende president wordt.

Mijn broer en ik beschouwden zondagmiddag het cruciale duel uitgebreid voor. De Redskins stonden met twee magere zeges stijf onderaan in de NFL East. De Packers boekten twee van hun drie overwinningen in uitwedstrijden en wonnen hun laatste twee duels.

Ik luisterde op internet nog even naar de laatste persconferentie van Packers-coach Mike Sherman. Hij klonk als Ruud Gullit vde wedstrijd tegen AZ. Al met al was er reden voor optimisme. Maar hoewel een football-bal niet rond is, weet je het ook in die sport nooit. En al helemaal niet als de goden z zich kennelijk bemoeien met de uitslag.

De Packers wonnen met 28-14. Mijn broer gaat dinsdag voor alle zekerheid nog even stemmen, maar vermoedelijk is het pleit al beslecht.

Meer over