EEN SOMBERE DIAGNOSE EN GEEN THERAPIE

TROEBELE tijden kan je vaak makkelijker doorstaan als je de eigen probleempjes vergelijkt met de situatie van mensen in echte nood....

Bij mijzelf verdwijnt in ieder geval elke neiging tot zelfbeklag als ik me probeer te verplaatsen in de arme Jaap de Hoop Scheffer. De christen-democratische voorman moet niet alleen een erg teleurstellend verkiezingsresultaat verwerken, hij heeft ook te kampen met ongunstige opiniepeilingen, een linksig verkiezingsprogramma, een onervaren fractie, kritische stuurlui aan de wal, een pers die hem maar geen warm hart wil toedragen en Hans Hillen.

Het vermoeden dat de problemen van De Hoop Scheffer niet van voorbijgaande aard zijn, wordt bevestigd door lezing van het zomernummer van Christen Democratische Verkenningen, waaraan Dirk-Jan van Baar op deze pagina (Forum, 25 augustus) al aandacht besteedde. Het tijdschrift is geheel gewijd aan de positie van het CDA en bevat enige welhaast onbarmhartige analyses.

Neem het openingsartikel van F. Fennema, waarin wat feiten op een rijtje worden gezet. De communicatie-adviseur wijst erop dat het CDA in acht jaar tijd 1,2 miljoen stemmen heeft verloren. Na 1998 is het in geen enkele provincie, zelfs niet in Limburg en Brabant, de grootste partij.

De christen-democratische achterban wordt vooral gevormd door gelovigen, terwijl de kerken jaarlijks zo'n honderdduizend zielen verliezen. De achterban telt ook relatief veel mensen op het platteland, terwijl de verstedelijking voortschrijdt.

Voorts bestaat het CDA-electoraat voor bijna de helft uit 50-plussers, zodat, merkt Fennema droogjes op, de partij bij iedere verkiezing ongeveer 1,5 zetel letterlijk ziet afsterven. Jongeren die zich wellicht nog wel aangesproken voelen door de 'zorgzaam postmaterialistische' boodschap van de partij, worden vaak afgeschrikt door haar oubollige imago.

Na de krachtige ouverture van Fennema klinken de geluiden van de andere auteurs nogal slap. Partijvoorzitter Helgers beweert dat de omstandigheden gunstig zijn om de succesvol ingezette vernieuwing uit te bouwen. Het Kamerlid Hillen betoogt dat de idealen van Christus anno 1998 nog steeds actueel zijn en de oppositierol eerder een kans dan een nadeel is.

Oud-minister en senator Hirsch Ballin stelt dat het CDA een uitstekende strategie heeft gekozen en zijn eigenzinnig gemeenschapsdenken een diepte-investering is die uiteindelijk zal lonen. Het doet allemaal veel aan wishful thinking denken, aan geloofsartikelen die weinig relatie vertonen met feitelijke ontwikkelingen.

Verfrissend is wel de bijdrage van J.W.P. Wits. De - mij onbekende - redacteur van Christen Democratische Verkenningen schetst in een voor CDA-begrippen pittige stijl vier mogelijke wegen voor zijn partij. Hij kiest zelf niet, maar lijkt toch met het meeste enthousiasme te schrijven over optie 1: het CDA als conservatieve partij.

Voortzetting van de profilering op linkse thema's, stelt Wits vast, leidt tot vervreemding van traditionele kiezers, terwijl het CDA de progressief niet of nauwelijks weet aan te spreken. Aan de rechterzijde van het politieke spectrum ligt veel meer ruimte. Daar kunnen de christen-democraten door te hameren op het belang van klassiek-calvinistische deugden, het gezin en veiligheid goed scoren.

Conservatief hoeft niet het grote taboewoord in de Nederlandse politiek te blijven, meent Wits, al is het maar omdat de 'jaren zeventig-maffiosi van de Politieke Correctheid Beweging toch niet het eeuwige leven hebben' (een stelling die ik zelf niet voor mijn rekening zou durven nemen).

Toch is zo'n keuze voor een, ook door Van Baar aanbevolen, conservatief profiel voor het CDA problematisch. Een CDU-achtige koers leidt tot verzet van De Milliano-achtige types in de partij en is ook in strijd met de boodschap in al die nota's en rapporten die de eensgezinde partij-ideologen in de loop der jaren hebben geproduceerd. Het is, hoewel de PvdA het in zekere zin wel heeft gedaan, moeilijk om ineens uit electorale overwegingen de ideologische veren af te schudden en te kiezen voor een richting die haaks staat op de officiële partij-ideologie.

Na de verkiezingsnederlaag van 1994 publiceerde een commissie onder leiding van Til Gardeniers een opmerkelijk kritisch rapport, waarin harde noten werden gekraakt over de zelfgenoegzame bestuurderspartij die het CDA geworden zou zijn. Vier jaar later durfde men eenzelfde kritische evaluatie blijkbaar niet aan en beperkte een werkgroep zich tot het evalueren van de verkiezingscampagne.

Daarom is het goed dat Christen Democratische Verkenningen een aantal auteurs de gelegenheid heeft geboden de problemen van de partij vrij koel te analyseren. Echt vrolijk kunnen CDA'ers onmogelijk van dit zelfonderzoek worden. Een sombere diagnose en geen adequate therapie, het ziet er vrij hopeloos uit voor het CDA.

Meer over