Een sma flowen

Stap in Amsterdam in een metro en de kans is groot dat je er groepjes jongeren een soort Nederlands hoort spreken dat deels onverstaanbaar is....

Die belangstelling ligt ten grondslag aan Vet! - Jongerentaal nu en vroeger van Wim Dani. Een titel die verwachtingen wekt: jongeren vinden tegenwoordig alles 'vet', en het zou mooi zijn wanneer iemand nu eens tekst en uitleg gaf bij de nieuwe manier van praten, opdat je de jongeren in de metro voortaan gewoon kunt verstaan.

Helaas. In tegenstelling tot wat de titel suggereert, gaat Vet! nauwelijks over het heden. Het is een overzicht in vogelvlucht van afwijkend woordgebruik onder jongeren sinds het begin van de 20ste eeuw. Een gemiste kans: er bestaat namelijk nog altijd geen handzaam boek over straattaal. En Dani heeft dat dus ook niet geschreven.

Wat de auteur heeft gedaan is met de titel van zijn boek meeliften op de groeiende nieuwsgierigheid naar straattaal. Maar de passages die erover gaan beslaan al met al slechts een pagina of dertig.

Waarover gaat het boek dan wel? Dani verklaart en beschrijft de neiging van adolescenten om zich door hun woordgebruik af te zetten tegen en te onderscheiden van anderen. Dat verschijnsel wordt in zijn boek ontrafeld vanaf het jeugdboek Pietje Bell, dat in 1914 verscheen.

Dani is in de bibliotheek gaan zitten en heeft allerlei geschriften nageplozen op voorbeelden van jongerentaal, van Cissy van Marxveldt en J.J. Voskuil tot de uit leestekens opgebouwde gezichtjes, zogenoemde emoticons, die sms'jes opvrolijken op mobiele telefoons.

Het leukst aan Vet! zijn de woordenlijstjes. Dani heeft per periode een greep gedaan uit wat jongeren zoal roepen. Van Marxveldts bakvis Joop ter Heul (1919) vindt alles zalig. Han Voskuil smijt aldoor met mieters (jaren veertig en vijftig). In de turbotaal van de jaren tachtig werden woorden afgekort, bijvoorbeeld: ordi en aso. Hedendaagse coole jongeren onderscheiden zich door het gebruik van Amerikaanse, Surinaamse en Marokkaans-Arabische leenwoorden. Flowen: iemand versieren. Doekoe: geld. Bakra: blanke. En ze zeggen master in plaats van meesterlijk.

Wat wringt is dat Dani zijn informatie bij elkaar heeft 'gestolen': weliswaar vermeldt hij een aantal gebruikte titels, maar hij zegt er niet bij dat hij hier en daar hele passages vrijwel letterlijk heeft overgenomen. Hij citeert bijvoorbeeld zonder bronvermelding gegevens uit een onderzoek van taalkundige Renppel naar straattaal. Achter in het boek ontbreekt een bibliografie met vermelding van alle gebruikte bronnen. Is die niet nodig in een populairwetenschappelijk boek?!

Het wachten is op een laagdrempelig boek dat het grote publiek daadwerkelijk informeert over een opmerkelijk hedendaags taalverschijnsel.

Meer over