'Een slavin als in de oudheid'

Krachtens de Vreemdelingenwet verliest een buitenlandse vrouw al haar rechten als haar Nederlandse partner binnen drie jaar na het huwelijk echtscheiding aanvraagt....

DE TURKSE archeologe I. Soytürk (39) had zich haar verblijf in Nederland toch anders voorgesteld. Sinds kort woont ze in een tentje in de huiskamer van Nederlandse vrienden. Hun huis is te klein voor een aparte logeerkamer. Als archeologe was ze bij het opgravingswerk in Anatolië, in de kuststreek en op eilandjes ook wel een tent gewend. Maar dit is anders.

Soytürk werkte in een museum in Cappadocië toen zij in 1993 een Nederlandse leraar ontmoette. Hij kwam over in de schoolvakanties, schreef brieven en telefoneerde bijna dagelijks. Ze werden verliefd.

Soytürk: 'Ik ben in Istanbul opgeleid. Als hij overkwam, logeerde hij in het huis van mijn ouders. We reisden dan van daaruit door Turkije in de vakanties.'

De archeologe had het naar haar zin in Istanbul. Ze gaf les, publiceerde in archeologische tijdschriften en verdiende niet slecht.

De leraar vroeg haar ten huwelijk, maar Soytürk had weinig zin om Turkije te verlaten. In mei 1994 verloofden ze zich in Istanbul.

De archeologe had zich voor haar huwelijk al georiënteerd op de Nederlandse taal en cultuur, onder meer bij het consulaat in Istanbul. Haar verloofde raadde haar aan naar Nederland te komen omdat verandering van omgeving goed voor haar zou zijn. 'De dood van mijn vader had ik nog lang niet verwerkt. Ik zou werk, huis, vrienden opgeven. Maar ik had een goede man. Dat zeiden mijn vrienden, dat zeiden mijn moeder en zuster.'

Op 3 mei 1995 trouwden ze in Istanbul. Ze kon kiezen tussen Nederlands en Turks recht, en koos voor Nederlands recht. Dat was achteraf gezien niet handig, want volgens haar beschermt het Turkse recht vrouwen beter dan Nederlands recht. Daar komt bij dat een echtscheiding volgens Nederlands recht niet zonder meer door de Turkse of Marokkaanse rechter wordt erkend. Een in Nederland gescheiden Turkse is naar Turks recht nog getrouwd, en kan niet hertrouwen. Maar ze dacht toen geen moment aan scheiding.

'Er was het eerste jaar geen vuiltje aan de lucht. We trouwden in gemeenschap van goederen, we woonden in een leuk huis in Hoorn, en ik bezocht eens per jaar een archeologisch congres in Turkije. We waren gelukkig.'

Tot ze in september 1996 vanuit Istanbul naar Hoorn terugkeerde en merkte dat de sloten waren vervangen. 'Ik kon mijn huis niet meer in. Ik was des duivels. Dat kun je toch niet zomaar doen'.

Wat er precies mis is gegaan in het huwelijk van mevrouw Meester-Soytürk is onduidelijk; feit is dat de echtgenoot echtscheiding had aangevraagd. Soytürk had een verblijfsvergunning voor een jaar. Maar om schijnhuwelijken tegen te gaan schrijft de Vreemdelingenwet voor dat partners ten minste drie jaar moeten samenwonen. Haar man betichtte Soytürk ervan een schijnhuwelijk te hebben gesloten met het oog op een verblijfsvergunning. Soytürk moest het land uit.

Ze begon verleden jaar een proces tegen haar uitzetting en tegen haar man. Die logeerde in die tijd in een flat of bij vrienden, en Soytürk woonde in het huis in Hoorn. Dat had de rechter bepaald. Haar man was het daarmee niet eens. In hoger beroep bepaalde de rechter vervolgens dat Soytürk alsnog het huis uit moest.

Intussen schreven burgemeester en wethouders van Hoorn aan het ministerie van Justitie een brief waarin ze erop wezen dat de Vreemdelingenwet in dit geval wel heel erg strikt werd gehanteerd. 'Wij constateren dat, indien door de Nederlandse partner tijdig een echtscheiding wordt aangevraagd, dus binnen de wettelijk vereiste huwelijkse periode van 3 jaar, de buitenlandse partner al haar rechten verliest. Dit, terwijl zij al in een eerder stadium door verhuizing naar een voor haar vreemd land haar werk, woning, familie en sociale contacten heeft opgegeven. Dit kan naar onze mening nooit de bedoeling zijn geweest van de Vreemdelingenwet.' De burgemeester verzocht om clementie.

Justitie wees het verzoek dit voorjaar in een brief aan het college van B en W af, omdat 'in Nederland met het oog op de bevolkingsdichtheid en de werkgelegenheid sinds jaren een restrictief beleid inzake de toelating van vreemdelingen wordt gevoerd'. Justitie ziet ook geen 'klemmende redenen van humanitaire aard' om Soytürk een verblijfsvergunning te geven. Temeer omdat het huwelijk geen drie jaar heeft geduurd.

Ook D66 in Hoorn nam het op voor Soytürk. De partij noemt haar in een brief aan de Tweede-Kamerfractie 'een schoolvoorbeeld van iemand die optimaal integreert in de samenleving'. Soytürk wil meewerken aan echtscheiding, maar accepteert niet dat zij voor haar verblijfsvergunning volledig afhankelijk is van haar echtgenoot.

Volgens het Inspraak Orgaan Turken in Nederland (IOT), een officeel Turks overlegorgaan dat contact heeft met het kabinet, staat het geval-Soytürk niet op zichzelf. 'Wij kennen er tientallen', zegt H. Can-Engin, 'maar daar hoor je meestal niet van, omdat deze vrouwen niet in de openbaarheid durven te komen. Er wordt dan een beroep op schijnhuwelijk gedaan om vrouwen te dumpen. Soytürk is daarvan een voorbeeld. Wij zijn met een handtekeningenactie begonnen om haar te steunen. We willen ook laten zien dat de huidige Vreemdelingenwet vrouwen afhankelijk maakt van de willekeur van mannen.'

De werkgever van Soytürk, M. Bugday, die 28 jaar in Nederland werkt, overweegt haar naar Turkije te sturen om in eigen omgeving bij te komen. Dat is nog niet zo gemakkelijk, want Soytürk krijgt geen terugkeervisum. Daardoor heeft ze het laatste jaar Nederland niet meer kunnen verlaten voor haar werk of voor congressen.

Bugday: 'Ze kan geen kant op, draait steeds in een cirkel rond. Dat kan niet goed aflopen. Het is belachelijk dat vrouwen zo afhankelijk worden gemaakt van hun man. Ik weet van Poolse, Marokkaanse en Turkse vrouwen die naar Nederland komen, trouwen en dan van hun man te horen krijgen dat ze de prostitutie in moeten omdat ze anders gaan scheiden met een beroep op schijnhuwelijk. Dan klopt er iets niet met de wet.'

Soytürk moet over twee weken het huis en haar tentje in Hoorn verlaten, want er komen vrienden van de familie waar ze logeert, uit Italië over. Ze heeft geen idee waar ze dan naar toe moet. Er is beslaggelegd op haar spaargeld, en van de twaalfhonderd gulden netto die ze per maand verdient, kan ze niet veel doen. 'Ik ken alle wetssystemen uit de oudheid. Toen ik hier naar toe kwam, dacht ik in een rechtsstaat te zitten. Maar ik voel me een slavin, zoals in het oude Athene.'

Henk Müller

Meer over