Een schaamteloos ambitieuze universiteit

Relevant voor de industrie én academisch excellent, dat willen alle universiteiten wel worden. In Warwick lukt het ook. Is deze nachtmerrie van Oxbridge een voorbeeld voor andere Europese universiteiten?...

HET TAALGEBRUIK is bepaald on-academisch; recht voor zijn raap, niet bang voor bluf, regelrecht provocerend soms en trots op de eerlijk verdiende poen - typisch nouveau riche, zouden ze in Oxford en Cambridge zeggen.

'Wij willen het Oxbridge van de 21ste eeuw worden', zegt Registrar - secretaris van de universiteit - Mike Shattock zonder blikken of blozen. Want op de universiteit van Warwick, een plaatsje dat is vastgegroeid aan de industriestad Coventry, zijn ze ook nog eens schaamteloos ambitieus en barsten ze van het zelfvertrouwen.

Entrepreneurial noemen ze zichzelf op Warwick University. En ze zijn niet te beroerd om zichzelf als navolgenswaardig voorbeeld te schetsen voor de hele Europese universitaire wereld. 'Nou ja, voor de universiteiten die straks tenminste als autonome, onafhankelijke instellingen willen overleven', zegt Shattock.

Warwick University is net dertig jaar oud. Maar inmiddels hoort ze wel bij de beste vijf universiteiten van Groot-Brittannië, op zowel onderzoeks- als onderwijsterrein, en figureert ze op de diverse ranglijsten trots tussen de oude namen van Cambridge en Oxford, en London School of Economics.

Behalve met haar jeugd onderscheidt Warwick zich op nog een manier van de anderen. Van het totale inkomen van de universiteit, in 1996 ongeveer vierhonderd miljoen gulden, kwam maar 43 procent uit bijdragen van de overheid en inschrijfgelden van Britse studenten. De rest verdiende Warwick met andere activiteiten. Over 1996 werd een winst geboekt van zestig miljoen gulden.

In 1979 dekte de overheid nog ongeveer 90 procent van de begroting van de Britse universiteiten. De meeste universiteiten genereren nu 40 procent van hun inkomen uit andere bronnen, 'maar wij zijn alweer een paar stappen verder', zegt Shattock.

'De Britse universiteiten moeten elk jaar 3 procent efficiënter gaan werken, om de overheidsbezuinigingen te dekken. Je kunt gaan snijden, snijden, snijden. Je kunt ook naar buiten gaan om alternatieve bronnen van inkomsten te vinden. Dat laatste hebben wij gedaan, en die boodschap willen wij van Warwick uitdragen.'

Warwick ging zeventien jaar geleden al naar buiten. In dat jaar kwam de toen 39-jarige Kumar Bhattacharyya naar de universiteit, als hoogleraar productiesystemen. Bhattacharyya, telg uit een geslacht van rijke Indiase theeplanters, koesterde onorthodoxe ideeën over plaats en functie van de universiteit in de samenleving.

'De grote zwakte van die tijd was, dat ze op de universiteit de markt niet begrepen. Universiteit en bedrijfsleven waren twee gescheiden entiteiten, net als elders in Europa. Ik heb me vanaf het begin afgekeerd van de traditionele benadering van de universiteit. Elke universiteit die toegepast onderzoek doet, kan alleen slagen als vanaf het begin wordt samengewerkt met de industrie. Zoals medische faculteiten dat altijd al met ziekenhuizen hebben gedaan: patiënten zijn immers hún markt.'

Bhattacharyya had nog een taak. Hij moest de totaal in het slop geraakte industrie in de Midlands nieuw leven zien in te blazen. De Britse auto-industrie daar was op sterven na dood, en datzelfde gold voor de uitgebreide toeleveringsindustrie. 'Het was echt een wanhopige situatie', zegt de man die op Warwick door iedereen The Professor wordt genoemd - vermoedelijk ook om het uitspreken van zijn achternaam te vermijden.

De professor zette binnen de universiteit de Warwick Manufacturing Group op, een min of meer zelfstandige eenheid die zichzelf de niet geringe taak stelde de Britse industrie weer op poten te zetten. 'Er waren goede ingenieurs en goede technocraten, die alles van het product wisten. Er waren mensen die de markt begrepen. Maar er was niemand die die twee zaken allebei begreep.'

WMG begon met British Leyland, later Rover. Bhattacharyya zette een dertig maanden durend post-doctoraal programma op voor bij dat bedrijf werkzame afgestudeerden, het Integrated Graduate Development Scheme. Doel van de opleiding: de vorming van 'technologische en management-generalisten', mensen die het product begrepen, en ook de markt.

Vanaf het begin kreeg Bhattacharyya het verwijt naar zijn hoofd geslingerd dat zijn marktgerichte, commerciële benadering in strijd was met 'de academische zuiverheid'. 'Goed, dacht ik, we stellen ons tegelijkertijd academische uitnemendheid ten doel. Industriële relevantie met academische excellentie. Stel je academici tevreden en de markt ook. Die betaalt tenslotte voor wat je doet.'

Met name de afgelopen tien jaar leidde die benadering tot een explosieve groei van de WMG. De omzet steeg van vijftien miljoen in 1990 naar bijna honderd miljoen in 1996. Inmiddels is de WMG hart, motor en de grote geldverdiener van Warwick University. De eenheid werkt voor driehonderd grote Europese firma's, waaronder British Airways, Rover, Bayer, Rolls-Royce en Mercedes-Benz.

WMG, dat werkt als een soort members-only onderzoeks- en ontwikkelingsclub - inmiddels is een ledenstop van kracht - biedt bedrijven naast cursussen ook onderzoek - van fundamenteel tot puur toegepast - en productontwikkeling.

Bhattacharyya: 'Bij onderzoek zeggen we tegen een bedrijf: jullie betalen alles. Materiaal, mensen, alles. En in ruil zetten wij onze beste brains op jullie product. ' Met stemverheffing die geen tegenspraak duldt: 'En tesamen komen we tot een product van wereldklasse.'

Shattock: 'Met de onderzoekscontracten verdienen we veel geld. Wij vragen 105 procent van de reële kosten van een onderzoek. We geloven niet in het subsidiëren van de industrie. We geloven wel in samenwerking met de industrie als gelijkwaardige partners.'

WMG opende inmiddels dependances in Milaan, München, Parijs, Kuala Lumpur, Hongkong, Johannesburg, Bangkok en Calcutta. De totale staf bestaat uit 380 mensen, voor 90 procent uit zelf verdiende middelen gefinancierd. Zelfs binnen deze ondernemende universiteit wordt Bhattacharyya met argusogen bekeken, vanwege de salarissen die hij zijn mensen betaalt.

'Ik betaal de in de industrie gangbare tarieven, anders komen ze niet. We gaan voor de beste mensen, en die hebben we. Op dat gebied verslaat niemand ons.' Bhattacharyya hanteert ook on-academische omgangsvormen met zijn staf: wie niet voldoet, vliegt er onherroepelijk uit.

De geest van WMG - en het door de eenheid verdiende geld - verspreidde zich ook over de rest van Warwick. De universiteit boorde alternatieve geldbronnen aan met haar conferentiecentrum, volgens Shattock 'het duurste van het land, en daar schamen we ons niet voor. We rekenen hoge prijzen en leveren hoge kwaliteit. We winnen elk jaar de prijs voor het beste academische conferentiecentrum.'

Daarnaast betalen buitenlandse studenten veel geld om op Warwick te mogen studeren, en is de business-school uitgegroeid tot de beste van het land, met haar eigen winstgevende management-cursussen. Jaarlijks worden op Warwick 3800 managers bijgespijkerd. Het business park van de universiteit telt inmiddels bijna tachtig bedrijven.

De jaarlijkse winst wordt geheel in de universiteit geïnvesteerd. De ruime financiële middelen zorgen voor een gunstige verhouding tussen het aantal studenten en het aantal docenten, voor lage huren voor studentenkamers op de campus en voor een eigen bouwprogramma van honderd miljoen gulden. Het theater- en kunstcentrum op de campus is bijvoorbeeld het grootste en meest luxueuze van Groot-Brittannië.

Daarnaast gebruikt Warwick haar geld om verder omhoog te stoten naar het ultieme doel, de beste te worden. Niet alleen op technologisch gebied, maar ook in de humaniora en de sociale wetenschappen. In 1994 schokte de universiteit haar concurrenten, door ruim dertig miljoen gulden te stoppen in een plan om vijftig van 's werelds beste jonge onderzoekers in verschillende disciplines naar Coventry te lokken.

De voorwaarden - onder meer zesjarige contracten en de kans op een vaste aanstelling - waren zo gunstig, dat tweeduizend jonge wetenschappers uit de hele wereld solliciteerden. Inmiddels zijn 35 van hen aangenomen. De 'oude' universiteiten spraken aanvankelijk denigrerend van 'niets meer dan een ordinaire public-relations operatie'. Maar inmiddels heeft een aantal concurrenten soortgelijke plannen op stapel staan of al in gang gezet.

De Universiteit van Warwick werkt in Europees verband samen met een aantal andere 'ondernemende' universiteiten, in Nederland met de Technische Universiteit Twente. Volgens Shattock ook een universiteit die de tekenen des tijds verstaat. 'De universiteit die in de 21ste eeuw wil overleven, zal in toenemende mate moeten samenwerken met de industrie. Anders zal ze ten onder gaan.'

Bhattacharyya: 'De meeste universiteiten in Europa zijn nog steeds volgevreten, traag, conservatief, bureaucratisch. Bij de meeste zou het dertig jaar kosten om dat te veranderen.'

Shattock: 'Ik verwacht dat in heel Europa universiteiten in de richting van Warwick zullen veranderen. De vraag is alleen of dat snel genoeg zal gebeuren. En met voldoende begrip voor de eisen van de markt. Het probleem van verandering is vaak de onwil om veranderingen door te voeren.'

Meer over