Een sample van dit en een sample van dat Herbie Hancock's geruisloze aanval op het jazzdance-publiek

Al een jaar geleden had Dis Is Da Drum, de nieuwe cd van pianist Herbie Hancock moeten verschijnen. Geen nieuwe toevoeging aan zijn akoestische jazz-successen, maar een elektronische dansplaat, met 'hip hop beats', 'oeroude' Westafrikaanse ritmen, wat funk en ook een beetje jazz....

HIJ WAAGT zich niet graag aan het maken van lange tournees. Herbie Hancock mag er uit zien als dertig, maar hij is een kwart eeuw ouder en hij merkt dat het in zijn leven wat minder vaak dan vroeger loopt zoals het lopen moet.

Als hij dan toch op pad is, heeft hij tassen en koffers bij zich waaraan strak vormgegeven geplastificeerde kaarten bungelen. Hancock Musical Productions staat erop, of woorden van gelijke strekking. Pianist noemen ze hem, en keyboard-goochelaar. Maar voor alles is hij zakenman, gewiekst handelsreiziger in jazz en aanverwante produkten.

In de halve jazzgeschiedenis heeft hij een betekenisvolle rol gespeeld. Vanaf 1963 stond hij Miles Davis terzijde, later maakte hij furore met V.S.O.P. en Headhunters. Ook was hij de kurk waarop talloze gelegenheidsformaties dreven. Maar voor alles bleef hij Herbie Hancock, eigenwijs musicus. In die hoedanigheid van toetsen-spelend bv'tje gedraagt hij zich soms nogal, eh, kleinzielig.

Daar gaat wat aan vooraf. Onlangs verscheen eindelijk weer eens een nieuwe plaat met zijn naam erop: Dis Is Da Drum, een hier en daar wat zouteloze mengeling van Afrikaanse ritmen, stevige elektronische beats, een beetje jazz en funk. Doorwrochte synthesizerpartijen, veel tierelantijntjes: ouwe lul ontdekt het sample-apparaat.

Hancock is - voor zo lang het duurt, en bij hem weet je dat nooit - een nieuwe richting ingeslagen. Reden tot gejuich? 'Hip hop Herbie', kopte het Amerikaanse blad Down Beat ('Jazz, blues & beyond') vorig jaar juni al, toen het album op uitkomen stond. De plaat die dra in de winkel zou liggen, heette 'first-class' te zijn.

Maar de release werd uitgesteld en uitgesteld. Al het gejubel is verstomd nu Dis Is Da Drum, een jaar na het beoogde tijdstip, echt is uitgebracht. Hancock's halfslachtig pogen tot wederopstanding gaat ook niet vergezeld van een grootscheeps promotie-offensief. Zijn platenmaatschappij PolyGram, die hem in 1993 een contract liet tekenen tot het jaar 2005 en daar bijzonder opgetogen over was, hult zich eveneens in stilzwijgen. De liefhebbers moesten wachten, maar niemand kan vertellen waarom.

Desondanks knalde Dis Is Da Drum meteen al naar de tweede plaats in de jazzlijst van Billboard, jawel, maar wat voor waarde moet je daaraan hechten als de koppositie wordt ingenomen door Kenny G met zijn weeë toversaxofoon?

Aan Hancock's 'hip hop-project' (waarin overigens geen spoortje hip hop te ontwaren valt) ligt een samenwerking ten grondslag met George Clinton, de vader van de P-funk, en gerenommeerd producer Bill Laswell. Vier jaar geleden kwamen ze bij elkaar. Liever gezegd: Hancock huurde het duo in om 'iets' te kunnen verzinnen voor zijn nieuwe plaat.

Hij wilde weer eens modern doen, de aansluiting zoeken bij de belevingswereld van de hedendaagse jongere. Wat doet de hedendaagse jongere? Die danst. Die danst zijn kont eraf, om in Clintons jargon te spreken. Het zal zo'n simpele gedachtengang geweest zijn die Hancock's verlangen aanwakkerde om nog eens een beetje te spelen met popmuziek, zoals hij dat al eens in zijn hit Rockit (1983) had gedaan.

Maar de curieuze combinatie met Clinton en Laswell liep al gauw op de klippen. En dan, als Hancock het ter sprake brengt, borrelt zijn kleingeestige inslag onmiddellijk naar boven. Hij vertelt: 'We ontwikkelden fantastische ideeën. Maar ik vond ze te veel klinken als George Clinton, niet als Herbie Hancock. Dat moet ik niet op mijn plaat, heb ik gezegd.'

Dus belandden een paar aanzetten tot composities op Clintons album Hey man. . . smell my finger, en kon Hancock terugkijken op 'een formidabele tijdverspilling'. Dat stak hem. De miljonair loopt leeg: 'Ze moesten me wel betalen voor de opnamen die we al gemaakt hadden en die op Clintons plaat terecht kwamen, maar het ongelukkige aspect van de zaak is: ik had ze veel meer geld gegeven om voor mij te werken, dan de fooi die ik later van ze terugkreeg voor gebruik van de tapes.'

Verongelijkt kijkend: 'Mijn budget was groot, maar Clinton kon zich niet veel veroorloven. Ik moest wel meewerken aan die constructie, anders had ik de investeringen helemaal weggegooid. Ik wilde mijn geld terug, daar komt het op neer. Ik ben blij dat uit onze inspanningen nog iets bruikbaars is gerold, maar ik had liever de poen gehad.'

Na het fiasco ging hij aan het werk met een heel team, want die dansplaat zou er komen. Met Bill Summers sloeg hij aan het produceren. Will 'Roc' Griffin en Darrell 'Bob Dog' Robertson werden erbij gehaald. 'Jongens van the hip hop thing, maar ze kennen ook veel van mijn oude werk.' Zelf had Hancock wel vernomen van acid jazz en ander vrolijk spul, maar hij kon er nauwelijks naar luisteren: 'Ik ben een drukbezet man.'

Hij zou die broekies wel even een poepje laten ruiken, is de strekking van zijn betoog, en voor de dag komen met zijn eigen oorspronkelijke opvatting van acid jazz. 'Wat ik daarvan nog net wist, is dat het vaak neerkomt op een luie interpretatie van jaren zeventig-funk. Nou, dat kan beter.'

Hij eet, hij slikt, hij gnuift. Het raam van de hotelkamer moet open, voor de deur piepen de remmen van een bus. 'Ik heb me nooit laten vastpinnen op een enkele stijl, ik speel elektrisch en akoestisch, wanneer ik spreek met hooggewaardeerde, stimulerende collega's als Friedrich Gulda en Chick Corea valt mij telkens weer op hoe goed het is dat wij grensoverschrijdend te werk gaan. Of ik nou met een trio speel of met een heel orkest: ik zie geen verschil, ik hoef me geen andere houding aan te meten. Ik speel gewoon. Daarom durfde ik dit project aan te pakken.'

En af en toe was het - hij permitteert zichzelf er rond voor uit te komen - zelfs 'voor een muzikant van mijn kaliber' moeilijk om 'een geluid te scheppen'. Want 'ik wilde geen plaat maken die klonk zoals al die jazzdance-platen klinken'. Daarom duurde het ook zo lang voordat het af was. 'In het begin, na die periode in de studio met Clinton en Laswell, ontbrak me de aandacht voor het detail. Daar heb ik me op verkeken, terwijl het juist zo belangrijk was. Het steekt nauw, als je een heel album wilt baseren op a rhythm thing.'

Dat waren dan 'oeroude, traditionele, Afrikaanse, vooral Westafrikaanse ritmen'. Met hip hop beats. Hij beschouwt het als een tamelijk gecompliceerd uitgangspunt. 'Ik dacht, het was mijn idee dat we wel wat beats bij elkaar zouden kunnen trekken die werkten. Dat hoor je niet, hè, op rap-platen. Zo'n concept.'

Werken met samplers en sequencers liet hij, net als het programmeren van synthesizers, in veel gevallen over aan Will Griffin. Hij is ook niet te beroerd om op te merken dat hij niet overal verstand van kan hebben, maar hij praat erover alsof hij de techniek van het samplen zelf heeft uitgevonden.

DAT GAAT ongeveer zo: 'We hebben dit en we hebben dat, en dan deden we hier een sample van zus en daar een sample van zo overheen, en die haalden we dan weer weg, en dan gingen we dat weer samplen, en dan namen we een fragment uit een oud nummer van mezelf en we bewerkten het zó, dat het net leek alsof er een heel orkest aan het spelen was, we gebruikten samples om de compositie te construeren en dan haalden we het eruit om het live te spelen, en weet je, die stem helemaal aan het begin? Hebben we ook gesampled.'

Kind in speelgoedwinkel. 'Ja, ja, maar de intuïtie blijft tellen hoor, het moet ook heel natuurlijk overkomen. De akoestische piano, waar ik op thuis ben, doorloopt een zeer gecompliceerd mechanisch proces voordat de toon wordt opgewekt. En we gebruiken dat instrument al honderden jaren. Wat ik ditmaal heb gedaan, met hulp van al die mensen, is toch eigenlijk hetzelfde: de techniek aanwenden om muziek te maken, om een hoger doel te dienen.'

Hij wordt trouwens ook interactief, meldt hij - wisten we dat al? De mogelijkheid tot samenwerken met Philips, uitvinder van de cd-i, was voor hem een belangrijke reden om de verbintenis met Philips-dochter PolyGram aan te gaan. 'Ik wil dat mensen mijn nieuwe platen kunnen horen in verschillende uitvoeringen, dat ze zelf thuis kunnen mixen. Je zou er meer jazz van kunnen maken, en toch funky blijven. De beats zou je minder pregnant kunnen laten worden. Verschillende baslijnen onder hetzelfde stuk schuiven. Zo hebben we de nummers ook opgenomen, er zijn nog veel ongebruikte improvisaties op de mastertape achtergebleven.'

In een ander opzicht dat hiermee verband houdt, zegt hij, is het concept van Dis Is Da Drum haast onuitputtelijk. 'Wat ik hier gedaan heb met Afrikaanse muziek, is ook te doen met Zuidamerikaanse ritmen. Of Chinese, voor mijn part.'

Herbie Hancock: Dis Is Da Drum. Mercury 528 185-2.

Meer over