Een rotsblok van eeuwen

Tien jaar heeft men aan de nieuwe vertaling van de bijbel gewerkt; over de Statenvertaling deed men 19 jaar en dat is weinig; de King James Bible kwam in drieenhalf jaar tot stand, maar die was een revisie van twee voorgaande vertalingen; Hinymus deed op zijn eentje 15 jaar over...

Kees Fens

Bijna dagelijks worden we op de verschijning voorbereid. Daardoor moet ik haast dagelijks denken aan een kleine commissie die in het begin van de zeventiger jaren, denk ik, een oecumenische vertaling van de bijbel moest voorbereiden. We deden er een jaar over. Het gezelschap kwam geregeld bijeen in het gebouw van het Nederlands Bijbelgenootschap, nu het Bijbels Museum, in Amsterdam. Voorzitter van de commissie was professor R. Schippers, nieuw testamenticus aan de Vrije Universiteit, een aimabele man die ook niet wist hoe we van de protestante bezoeking en de katholieke verleiding moesten afkomen. Voor de katholieken zaten in de commissie B. Hemelsoet, de latere doopvader van Gerard Reve, een zeer bezielde man, en pater C. Brekelmans, een groot kenner van het Hebreeuws. De naam van de tweede protestant ben ik kwijt. Er waren twee letterkundige adviseurs. De protestante was

P.J. Meertens, die nu wereldberoemd is als mijnheer Beerta uit Het Bureau. Hij zei weinig; wat hij zei formuleerde hij heel langzaam, zodat alles dieper leek dan het was. Hij bleek in de vrije gesprekken een geduchte papenhater. Als hij niet voortdurend met zijn wang had gebibberd, zou hij een monument van onverstoorbaarheid zijn geweest. De katholieke adviseur was ik.

De vergaderingen waren vrij somber, de kelderkamer waarin wij bijeenkwamen gaf ons een wat schemerig aanzien. We moesten tot elkaar zien te komen. Dat was heel moeilijk, want de twee katholieke geleerden waren het allerminst met elkaar eens. Hemelsoet wilde het Oude Testament als een eenheid vertalen, wat gelijkheid in woordgebruik meebracht, Brekelmans was voor een vertaling van boek voor boek. Geen totaalvisie. Dat was geloof en geen wetenschap! Ik voelde veel voor het standpunt van Hemelsoet, want het resultaat zou in elk geval literair prachtig zijn. Schippers trachtte met zachte wijsheid te bemiddelen. Meertens keek in zijn papieren en zweeg als altijd.

We hebben nogal wat bijeenkomsten besteed aan typisch protestante en typisch katholieke woorden en een hele zitting aan het gebruik van 'Heere', waaraan Schippers uiteraard zeer gehecht bleek. Het werd 'Heer'. Ik had de indruk dat wij een rotsblok van eeuwen hadden verschoven.

We hebben nog een kleine proefvertaling gemaakt van het boek Amos, een van de kleine profeten. 'Jahweh buldert uit Sion' dat zinnetje herinner ik mij uit het begin. 'Schreeuwen' was mogelijk, 'hard roepen' ook, het werd 'bulderen', waarmee Jahweh iets angstaanjagends krijgt.

Of we het hele boek hebben afgemaakt, weet ik niet meer. Na vele vergaderingen werd ons duidelijk gemaakt dat de beoogde vertaling nooi zou kunnen verschijnen. Er was geen geld. Alles voor niets. We gingen toch opgewekt uit elkaar, vooral dankij Brekelmans en Hemelsoet, die de luchtigheid van echte roomsen hadden: er is altijd een 'morgen'.

Meertens heb ik nog keer terugezien. Op het Rokin. Hij deed mij de groeten van een tante. Ik had nog nooit van die tante gehoord. Ik heb hem hartelijk bedankt. Hij liep langzaam door, op weg naar een heel langdurig ziektebed. Hij schijnt de ziekte bewonderenswaardig te hebben gedragen. De Heere heeft hem geholpen.

Meer over